← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:10185

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7923981 \ CV FORM 19-10431 Uitspraakdatum: 18 november 2020 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1]

  1. [passagier sub 2] beiden pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: M. Akalin (Flight Claim) tegen de buitenlandse rechtspersoon Deutsche Lufthansa A.G. statutair gevestigd te Keulen (Duitsland) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C. Douma 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 19 juli 2019; het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 5 november 2019; de conclusie van repliek, ingekomen ter griffie op 20 december 2019; de conclusie van dupliek, ingekomen ter griffie op 14 februari
  2. 2De feiten 2.
  3. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Miami (Verenigde Staten) via Frankfurt (Duitsland) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 11 en 12 augustus 2018, hierna: de vlucht. 2.
  4. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  5. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde vertraging. 2.
  6. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 2.
  7. De passagiers sub 1 en 2 zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren. 3Het verzoek en het verweer 3.
  8. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 2.400,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 363,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 11 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening. 3.
  9. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. 3.
  10. De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  12. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. Op grond van de Verordening is de vervoerder in beginsel gehouden de passagiers daarvoor te compenseren, tenzij de vervoerder ingevolge artikel 5, lid 3 van de Verordening kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden. Ten aanzien van het beroep van de vervoerder op de aanwezigheid van buitengewone omstandigheden geldt, in algemene zin, het volgende. In punt 14 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich kunnen voordoen in geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen. 4.
  13. De vervoerder heeft daartoe het volgende aangevoerd. De vlucht stond gepland om 20:55 uur UTC vanuit Miami te vertrekken en om 06:00 uur UTC in Frankfurt aan te komen. De vlucht is echter met een vertraging van 67 minuten vertrokken vanwege code 77A, inhoudend dat vanwege de slechte weersomstandigheden de grondafhandeling (onder andere het uit- en inladen van het vliegtuig, het aan boord brengen van de catering en het tanken) is opgeschort. Tijdens onweer mag het vliegtuig niet worden getankt. Dat is te gevaarlijk voor het vliegtuig en de personen die het vliegtuig tanken, aldus de vervoerder. De vlucht is vervolgens om 06:46 uur UTC, met een vertraging van 46 minuten, in Frankfurt aangekomen, waarna de passagiers de aansluitende vlucht naar Amsterdam-Schiphol Airport hebben gemist. 4.
  14. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder tegenover de betwisting van de passagiers voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vlucht van Miami naar Frankfurt vanwege de weersomstandigheden en daaropvolgende opschorting van de grondafhandeling met een vertraging van 67 minuten is vertrokken. De vervoerder heeft immers ter onderbouwing de METAR data overgelegd waaruit volgt dat sprake was van regenbuien, onweersbuien, stofstorm en mist. Voorts volgt uit de overgelegde Leg Information dat de gehele vertrekvertraging is ontstaan vanwege het opschorten van de grondafhandeling door de weersomstandigheden. Deze omstandigheden zijn aan te merken als buitengewone omstandigheden. De grondafhandeling diende immers te worden opgeschort vanwege de weersomstandigheden, de vervoerder heeft hier geen invloed op kunnen uitoefenen en het toestel kon als gevolg hiervan niet tijdig vertrekken. 4.
  15. Ten aanzien van de stelling van de passagiers dat de vervoerder niet alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken oordeelt de kantonrechter als volgt. De vervoerder heeft toegelicht dat zij de passagiers heeft omgeboekt naar de eerst mogelijke vervoersmogelijkheid. De passagiers hebben niet onderbouwd dat op een eerdere vlucht plaatsen beschikbaar waren, zodat niet vast is komen te staan dat de passagiers eerder naar de eindbestemming vervoerd hadden kunnen worden. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken dient dan ook bevestigend te worden beantwoord. De vordering op grond van artikel 7 van de Verordening wordt afgewezen. 4.
  16. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  17. wijst het verzochte af; 5.
  18. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 420,00 aan salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. van Oosten- van Smaalen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.