RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/2810 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2020 op het verzet van de erven van [naam] , te [woonplaats] , opposanten (gemachtigde: mr. S. Roble-van Deursen). Procesverloop Opposanten hebben tegen de beslissing op bezwaar van VGZ Zorgkantoor B.V. van 6 april 2020 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 11 september 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Overwegingen
- De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat opposanten niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep en de verklaring van erfrecht zouden hebben ingediend.
- In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
- Opposanten stellen in het verzetschrift onder meer dat zij de gronden reeds in het beroepschrift van 8 mei 2020 hebben vermeld en dat zij de (aanvullende) gronden en de verklaring van erfrecht per faxbericht van 22 juni 2020 hebben overgelegd. Opposanten hebben de verzuimen dus tijdig hersteld.
- De rechtbank stelt thans vast dat opposanten inderdaad gronden hebben vermeld in het beroepschrift van 8 mei 2020 en dat opposanten bij faxbericht van 22 juni 2020 de (aanvullende) beroepsgronden en de verklaring van erfrecht hebben overgelegd. Opposanten hebben de verzuimen dus binnen de gestelde termijn hersteld. De uitspraak waarbij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, kan dan ook niet in stand blijven.
- Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld.
- De rechtbank veroordeelt VGZ Zorgkantoor B.V. in de door opposanten voor het verzet gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift met een waarde per punt van € 525 en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het verzet gegrond; - veroordeelt VGZ Zorgkantoor B.V in de kosten van het verzet van opposanten tot een bedrag van € 262,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C., rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober
- griffier rechter Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.