← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:11259

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/3805 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2020 op het verzet van [X] , te [Z] , opposant. Procesverloop Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst van 5 juli 2019 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 4 december 2019 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2020 te Haarlem. Opposant is verschenen. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn het verschuldigde griffierecht heeft voldaan.
  2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  3. De rechtbank stelt vast dat de aangetekend verzonden nota griffierecht een dagtekening heeft van 27 september
  4. De rechtbank kan niet (meer) aan de hand van de ‘track and trace’-informatie van PostNL vaststellen wanneer de nota is verzonden. Gelet hierop kan de rechtbank ook niet met zekerheid vaststellen dat de termijn waarbinnen het griffierecht betaald had moeten worden, dan wel het verzoek tot vrijstelling had moeten worden ingediend, is geëindigd op 25 oktober
  5. Nu opposant aannemelijk heeft gemaakt dat hij het verzoek op 27 oktober 2019 heeft ingediend, houdt de rechtbank het ervoor dat het verzoek tijdig is gedaan. Opposant heeft een uitkeringsspecificatie verstrekt over de maand september
  6. Ter zitting heeft hij desgevraagd verklaard alleenstaand te zijn en niet over vermogen te beschikken. De rechtbank stelt aan de hand daarvan vast dat het inkomen van opposant lager is dan de norm die geldt voor vrijstelling. Dit betekent dat het verzoek om vrijstelling van de betaling van het griffierecht wordt toegewezen.
  7. Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 9 oktober
  9. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.