RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/521 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2020 in de zaak tussen Stichting Wormerwonen, te Wormer, eiseres gemachtigde: [gemachtigde] , te Santpoort-Zuid, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland, verweerder gemachtigden: R. Jonker en drs. M.E.J. Cornelisse, beiden in dienst van het openbaar lichaam, de gemeenschappelijke regeling ambtenarenapparaat OVER-gemeenten. Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: Lassie Nederland B.V. Lassie B.V. Herba Ingredients Netherlands B.V. allen te Wormer, hierna: Lassie c.s. gemachtigde: mr. P. Özturk, advocaat te Amsterdam. Procesverloop Bij besluit van 8 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres op haar aanvraag van 2 april 2019 een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen voor het tijdelijk plaatsen van 3 zogenaamde “tiny houses” op het adres Mercuriusweg 2, 4 en 6 te Wormer. Tegen het primaire besluit hebben Lassie c.s. bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 17 december 2019 (het bestreden besluit) gegrond verklaard, daarbij het primaire besluit herroepen en alsnog geweigerd eiseres de omgevingsvergunning voor de bouw van de tiny houses te verlenen. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Lassie c.s. hebben zich uitgelaten. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2020 op zitting behandeld. Eiseres is vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 1] , bijgestaan door voornoemde gemachtigde en vergezeld van [naam 2] , project regisseur , Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, vergezeld van . [naam 3] MA. Namens Lassie c.s. is verschenen hun gemachtigde, vergezeld van [naam 4] , planmanager facilities. Overwegingen 1.1 Eiseres is een toegelaten woningcorporatie, die (huur)woningen bouwt en verhuurt. Eiseres heeft omstreeks 2000 het perceel, thans bekend als Mercuriusweg 2, 4 en 6, te Wormer verworven. Toentertijd stonden op het perceel drie woningen. Eiseres heeft de drie woningen, nadat die in 2001 door brand onbewoonbaar waren geworden, in 2004 gesloopt. In 2016 is aan eiseres een vergunning verleend om op het perceel tijdelijk een fietsenstalling te plaatsen. Het perceel is overigens ingericht als plantsoen/tuin. 1.2 Lassie c.s. drijven op een aangrenzend perceel ondernemingen. Zij produceren daar - in een zogenaamde inrichting - onder meer rijst(producten). Voor de inrichting zijn aan Lassie c.s. (milieu-)vergunningen verleend, die het haar onder meer toestaan in zekere mate (geluids-)overlast te veroorzaken. 2. Het juridisch toetsingskader is vermeld in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. 3. Eiseres heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het tijdelijk plaatsen van drie tiny houses aan de Nieuweweg/Mercuriusweg te Wormer voor een periode van 10 jaar. Tiny houses zijn kleine maar volwaardige woningen . Eiseres heeft de omgevingsvergunning (uitsluitend) aangevraagd voor de activiteiten bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo. Bij het primaire besluit heeft verweerder de vergunning verleend. Daarbij heeft hij - kort samengevat - overwogen dat het bouwplan niet in strijd is met (de voorschriften van) het ter plaatse geldend bestemmingsplan en dat er ook overigens geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2.10 Wabo. 4.1 In het bestreden besluit heeft verweerder de omgevingsvergunning op het bezwaar van Lassie c.s. alsnog geweigerd. Verweerder heeft zich in navolging van het advies van zijn commissie bezwaarschriften Wormerland alsnog op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Voorts is verweerder, na advies van de Omgevingsdienst IJmond, niet bereid – met toepassing van de kruimelgevallenregeling – voor het afwijken van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen. 4.2 In het advies van 28 november 2019 geeft de Omgevingsdienst IJmond het volgende aan. De bedrijven van Lassie c.s. behoren tot Milieucategorie 4.1 en liggen op 10 meter afstand van het perceel, terwijl de richtafstanden voor een dergelijke inrichting zijn: 100 meter voor wat betreft geur en 30 meter voor wat betreft geluid. Voor het aspect geur geldt dat de cumulatieve geurbelasting in het plangebied de grenswaarde voor nieuwe woningen fors overschrijdt, maar er kan gemotiveerd worden afgeweken op grond van andere belangen. Voor het aspect geluid geldt dat een hoge waarden procedure dient te worden doorlopen voor industrielawaai en wegverkeerslawaai alvorens eventueel kan worden vergund. Aangetoond dient te worden dat er qua geluid een aanvaardbaar binnenniveau kan worden bereikt. Gezien de situering met de Mercuriusweg aan de voorzijde en de bedrijven van Lassie c.s. aan de achterzijde, in combinatie met de beperkte oppervlakte van de woningen, is het de vraag of er een gezond woon- en leefklimaat kan worden bereikt in de drie tiny housers, aldus de Omgevingsdienst. 5.1 In beroep heeft eiseres zich - kort samengevat - op het volgende standpunt gesteld. Volgens eiseres is haar bouwplan niet in strijd met het bestemmingsplan. Zij mag drie woningen bouwen in het bouwvlak. Onder bestaand aantal woningen in de zin van de planregels dient te worden verstaan het aantal woningen dat bij het vaststellen van het bestemmingsplan was toegestaan. Het bestemmingsplan is conserverend van aard. Bedoeld is dus om niet meer mogelijk te maken, maar ook niet minder. Bedoeld is daarom om de bestaande ontwikkelmogelijkheden te behouden. Er zijn daarom ook bouwvlakken op de plankaart op de desbetreffende locatie aangegeven. 5.2 Voorts is er volgens eiseres geen sprake van een dubbelbestemming “geluidszone-industrie”. Het gaat hier slechts om een gebiedsaanduiding op de plankaart. Eisers verwijst in dit verband naar de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012), waaruit volgens haar volgt dat “geluidszone-industrie” geen geldige aanduiding voor een dubbelbestemming is. Daarbij komt dat volgens de SVBP2012 een aanduiding in de planregels moet worden opgenomen daar waar het gaat om een gebiedsaanduiding. In dit geval is niet aan die eis voldaan. De in artikel 39.2.2 vervatte bouwregel ”in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag geen nieuw geluidsgevoelig gebouw worden gebouwd” heeft daarom volgens eiseres geen rechtskracht. Voorts zijn de tiny houses niet aan te merken als ‘nieuw geluidsgevoelig gebouw’ in de zin van artikel 39.2.2 van de planregels, omdat het geen nieuwe gebouwen zijn, maar vervangende (herbouw) van de gesloopte woningen. 5.3 Voor het geval de rechtbank haar niet volgt in haar standpunt over de verenigbaarheid van het bouwplan met het bestemmingsplan, moet verweerder, aldus eiseres, de tiny houses vergunnen met toepassing van de kruimelgevallenregeling (artikel 4, onder 11, Bijlage II Bor). In dit verband doet eiseres een beroep op het vertrouwensbeginsel. Al sinds 2003 is eiseres in overleg met verweerder over de ontwikkeling van de locatie en uiteindelijk is men uitgekomen op tiny houses. Er heeft zeker driemaal bestuurlijk overleg plaatsgevonden. Haar bouwplan voor de tiny houses heeft de gemeente ook op een zogenaamde short list geplaatst. Verweerder heeft aldus het vertrouwen gewekt dat de tiny houses ter plaatse ruimtelijk aanvaardbaar waren en heeft het vertrouwen gewekt dat zonodig zal worden meegewerkt aan het planologisch mogelijk maken van de realisatie van de tiny houses op genoemde locatie. Door eerst te vergunnen en in bezwaar alsnog tot weigering van de gevraagde vergunning over te gaan, heeft verweerder voorts gehandeld in strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. 5.4 Er is volgens eiseres ook sprake van strijd met het motiveringsbeginsel. Daarbij wijst eiseres er op dat verweerder eiseres bij e-mail van 20 juni 2019 heeft gevraagd om inzichtelijk te maken dat een goed woon- en leefklimaat voldoende is gewaarborgd bij realisatie van het project. Dat was kennelijk naar aanleiding van een eerder aan de Omgevingsdienst IJmond gevraagd advies dat op 13 mei 2019 is uitgebracht. Eiseres heeft hierop bij e-mail van 21 juni 2019 geantwoord. Vervolgens is de vergunning voor de tiny houses verleend en is daarin qua ruimtelijke ordening gemotiveerd met overwegingen die grotendeels zijn ontleend aan de e-mail van eiseres van 21 juni 2019. Het bevreemdt daarom dat in bezwaar ineens het standpunt wordt ingenomen dat het plan in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. Het advies van de Omgevingsdienst IJmond van 28 november 2019 duidt hier volgens eiseres ook niet op. In het advies wordt immers slechts gesproken van mogelijke hinder, maar niet van hinder als vaststaand gegeven. De omgevingsdienst adviseert ook niet om de aanvraag af te wijzen, maar slechts om geen medewerking te verlenen tenzij wordt aangetoond en goed gemotiveerd op welke wijze een goed woon- en leefklimaat wordt bewerkstelligd en daarbij wordt aangetoonddat het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. Dan kan sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Het bestreden besluit bevat volgens eiseres in feite geen motivering met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Daarbij komt dat verweerder de gebreken uit het bestreden besluit blijkens zijn verweerschrift in bezwaar middels toepassing van de kruimelgevallenregeling wilde herstellen. Van strijd met een goede ruimtelijke ordening was dus ook volgens verweerder (in eerste instantie) geen sprake, aldus steeds eiseres. 6. Lassie c.s. hebben - kort samengevat - aangevoerd dat uit de planregels duidelijk volgt dat ter plaatse “bestaande” woningen zijn toegestaan en nieuwbouw niet en dat er ter plaatse al sedert 2004 geen woningen meer staan, maar alleen een uitbouw behorende bij een andere woning. De bouw van de tiny houses is daarom in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming. Voorts is het perceel in haar belang mede aangewezen als ‘geluidszone industrie’. Daar mag geen (nieuw) geluidsgevoelig gebouw worden gebouwd. Er is geen sprake van vervangende nieuwbouw. Om aanspraak te kunnen maken op het recht op vervangende nieuwbouw had binnen 2 jaar na het tenietgaan van de oude woningen een nieuwe vergunningaanvraag moeten worden ingediend, aldus Lassie c.s. Lassie c.s. zullen, gelet op de geringe afstand tot de tiny houses (10 meter) niet meer kunnen voldoen aan de toepasselijke normen uit het Activiteitenbesluit. Er kan alleen een omgevingsvergunning worden verleend als die in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Van belang is dat enerzijds een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, terwijl anderzijds omliggende bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Gelet op de milieucategorie die ter plaatse is toegestaan (categorie 4.1, zoals is vermeld in artikel 4, lid 4.1 onder a sub 18 van de planregels) en gelet op de toelichting bij het bestemmingsplan geldt een richtafstand van 200 meter (rustige woonwijk) dan wel 100 meter (bij gemengd gebied). Uitgaande van gemengd gebied en een richtafstand van 100 meter wordt aan die eis niet voldaan. Dit is op zichzelf al voldoende om aan te nemen dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor wat betreft de geluidsnormen hebben Lassie c.s. onder verwijzing naar door [naam 5] B.V. verricht geluidsonderzoek (een door haar overgelegd rapport van 2 september 2020) gesteld dat voor wat betreft de tiny houses niet kan worden voldaan aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. De maximale geluidsbelasting in de avond, 65dB(A), zal bij alle tiny houses worden overschreden. Lassie c.s. vrezen daarom dat hen maatwerkvoorschriften zullen worden opgelegd. Vergunning van de tiny houses zal Lassie c.s. daarom onevenredig belemmeren in de bedrijfsvoering. De belangen van Lassie c.s. dienen zwaarder te wegen dan die van eiseres. Dat heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd. De belangen van Lassie om haar bedrijfsvoering niet te hoeven beperken, wegen zwaar. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan daardoor niet worden gegarandeerd en vergunning van de tiny houses is daarom in strijd met een goede ruimtelijke ordening, aldus steeds Lassie c.s. 7. In zijn verweerschrift voert verweerder het volgende aan. Een bestaande woning in de zin van het bestemmingsplan is een woning die bestaat of al was vergund. Daarvan is in dit geval geen sprake Er mag daarom niet worden gebouwd, ook al heeft het perceel de bestemming wonen. De gebiedsaanduiding “geluidszone industrie”, maakt ook dat ter plaatse geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogen worden gebouwd. Toen bleek dat sprake was van strijd met het bestemmingsplan heeft verweerder een beperkte milieutoets gevraagd aan de omgevingsdienst. De omgevingsdienst heeft geadviseerd dat ten aanzien van geur, bodem en geluid niet is aangetoond dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. De Omgevingsdienst is daarom tot de conclusie gekomen dat gezien de situering, met de Mercuriusweg aan de voorzijde en Lassie c.s. aan de achterzijde, in combinatie met de beperkte oppervlakte van de woningen, het zeer de vraag is of er een gezond woon- en leefklimaat kan worden bereikt in de drie tiny houses. Het college heeft hieruit de conclusie getrokken dat geen sprake is/kan zijn van een goede ruimtelijke ordening. Ter zitting is verweerder nog nader ingegaan op het beroep op het vertrouwensbeginsel. Hij voert aan, onder overlegging van stukken, dat de locatie voor de tiny houses nimmer op enige shortlist van mogelijke woningbouwlocaties is vermeld. Beoordeling Strijd met bestemmingsplan? 8.1 De rechtbank ziet geen aanleiding om eiseres te volgen in haar standpunt dat het haar op grond van het bestemmingsplan is toegestaan op het perceel nieuwe woningen – de drie tiny houses - te bouwen. De tekst “de voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen” kan niet anders worden uitgelegd, dan dat alleen zijn toegestaan de woningen die er reeds zijn. Het begrip bestaande is in de definitiebepaling nog uitgebreid door het “bestaan” ook te koppelen aan het moment van tervisielegging en eerder aangevraagde of verleende vergunningen. Zelfs al zou, zoals eiseres bepleit, het bijvoeglijk naamwoord “bestaand” in dit geval alleen betrekking hebben op “aantal”, hetgeen gelet op de systematiek van de regels niet voor de hand ligt, dan zou dat eiseres niet baten. Het aantal (woningen) op het perceel ten tijde van haar aanvraag was immers nihil , zodat ook uit die niet voor hand liggende uitleg volgt dat de regels in het bestemmingsplan de nieuwbouw van de tiny houses niet toelaat. Van een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - nieuwe woning', als geregeld in artikel 23.1 aanhef en onder c van de planregels, waar een nieuwe woning mag worden gebouwd, is ter plaatse van het perceel geen sprake. Dat er in het verleden wel woningen hebben gestaan, wel de bestemming wonen aan het perceel is gegeven en er wel een bouwvlak is ingetekend, brengt nog niet mee dat de regels toelaten dat nieuwbouw mag plaatsvinden op een plek waar – ten tijde van de tervisielegging of het geldend worden van het bestemmingsplan – geen (aantal) woning(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.