RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./repnr.: 8737247 / EJ VERZ 20-289 Uitspraakdatum: 24 december 2020 (bij vervroeging) Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoekende partij verder te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. F.W. Brugman te Wognum tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LINNEA BERGINGEN B.V. gevestigd althans kantoorhoudende te Schagen, verwerende partij verder te noemen: Linnea. 1Het procesverloop 1.1. [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 2 september 2020. De mondelinge behandeling is vervolgens vastgesteld op 10 december 2020. Linnea is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van die gelegenheid geen gebruikgemaakt. 1.2. Op 9 december 2020 heeft de heer [XX] (hierna: [XX] ), directeur van Linnea, telefonisch contact opgenomen met de griffie van de rechtbank en gemeld dat hij niet bij de mondelinge behandeling kan verschijnen in verband met het feit dat bij iemand op de zaak corona is geconstateerd waardoor hij in thuisquarantaine zit. De griffie heeft [XX] verzocht een en ander op papier te zetten. 1.3. Op 10 december 2020 om 10.33 uur heeft [XX] aan de rechtbank en wederpartij een e-mail verzonden, waarin hij meldde dat hij verhinderd was om naar de zitting te komen omdat corona is geconstateerd bij een zakelijke relatie met wie hij in contact is geweest waardoor hij in thuisquarantaine zit. 1.4. Aansluitend op het e-mailbericht heeft de griffier [XX] op dezelfde dag voorafgaand aan de mondelinge behandeling per e-mail uitgenodigd om via een Skype-verbinding aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling. Daarna heeft de griffier telefonisch contact opgenomen met [XX] om een en ander te communiceren en eventueel te assisteren met het tot stand brengen van een verbinding per Skype. Daarbij deelde [XX] mede dat hij niet per Skype of fysiek bij de mondelinge behandeling zal verschijnen, omdat hij ondernemer is en er daar nu geen tijd voor heeft. 1.5. Op 10 december 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Linnea is, ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet fysiek of per Skype verbinding bij de mondelinge behandeling verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [verzoeker] en zijn advocaat ter toelichting van hun standpunt naar voren hebben gebracht. Mr. Brugman heeft een nadere urenspecificatie overgelegd. Op dat overzicht staat dat hij na het opstellen van het verzoekschrift nog 8,5 uur heeft besteed aan deze zaak. 2De feiten 2.1. [verzoeker] is op 19 augustus 2019 betrokken geraakt bij een bedrijfsongeval dat plaatsvond in het bedrijfspand van Linnea te Schagen. [verzoeker] werkte bij Linnea op grond van een uitzendovereenkomst. 2.2. Bij het ongeval zijn tijdens een intern transport acht houten elementen van een pompwagen gevallen en bovenop [verzoeker] terecht gekomen. [verzoeker] is bij het ongeval ernstig gewond geraakt. 2.3. De Inspectie van het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Inspectie SZW) heeft naar aanleiding van het ongeval een onderzoek ingesteld. Op basis van dit onderzoek is aan Linnea een boete opgelegd voor overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. In het rapport van 31 december 2019 van de Inspectie SZW staat onder andere opgenomen: “(…) Op de ongevalsplek zagen wij een pompwagen staan, met daarop een stalen bok en vier houten elementen. Wij zagen dat deze elementen niet tegen kantelen of omvallen beveiligd waren. (…) De pompwagen en een stalen bok met daarop acht houten elementen, werden niet zodanig gebruikt, dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis voordeed, zoals te worden getroffen door kantelende en vallende elementen, was voorkomen. Dit is een overtreding van Artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 7.4, derde lid juncto artikel 7.4, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, (…) Op donderdag 22 augustus werd door de bedrijfsleider, de heer [YY] , een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) overgelegd. (…) In deze RI&E zag ik bij punt 3.8 vermeld staan: “Tijdens het intern transport worden er spanbanden gebruikt”. Tijdens het onderzoek is gebleken dat hier door de medewerkers verschillend mee om werd gegaan. (…) Voorman [ZZ] verklaarde (…): “Voor het ongeval hanteerde we dat na 5 elementen, dus een dubbele berging, er een spanband omheen moet”. Voormand [WW] verklaarde (…): “De elementen werden niet altijd geborgd, ik kan geen antwoord geven wanneer wel en wanneer niet.(…)” (…) Het slachteroffer verklaarde (…): “(…)Zo ver ik weet, werd bij een dubbele berging op de bok altijd een spanband gebruikt”. De bedrijfsleider, de heer [YY] , verklaarde (…): “(…)” V: Tijdens het onderzoek heb ik vastgesteld dat voor het ongeval de elementen tijdens transport niet altijd gezekerd werden en dar daar ook geen duidelijk afspraken of instructies over waren. Klopt dat? A: De instructie zal dan niet duidelijk zijn geweest. (…) (…) Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de pompwagen zo nu en dan werd gebruikt om stalen bokken met houten elementen te vervoeren. De pompwagen was hiervoor ongeschikt vanwege de smalle opnamepunten, de elementen stonden niet stabiel. De pompwagen was niet gekeurd en documentatie kon niet worden overgelegd. De stalen bokken waren ten tijde van het ongeval niet gekeurd. De belastbaarheid was bij de onderneming niet bekend en documentatie kon niet worden overlegd. De stalen bok waarmee het ongeval is gebeurd, bleek vervormd te zijn en is na het ongeval buiten gebruik gesteld. Door de oude funderingsbalen tussen de verschillende ruimtes in het gebouw, waren er oneffenheden in de vloer. (…) Op donderdag 22 augustus werd door de bedrijfsleider, de heer [YY] , een werkomschrijving overgelegd. (…) Ik zag het volgende met betrekking tot de ongevalssituatie vermeld staan: “Zet de elementen vast d.m.v. een spanband voordat je de bok verplaatst” en “Alvorens met de heftruck de bok op te pakken, communiceer je dit met de mannen die bij de tafel staan”. Collega [VV] verklaarde (…): V: Welke instructies zijn er over hoe de metalen bokken te laden? A: Geen. V. Ik laat u de werkomschrijving van Linnea zien (…) Wist u dat dit beschreven staat? A. Nee, deze werkomschrijving heb ik nooit gezien. V: Welke instructies zijn er over hoe de metalen bokken voorzien van houten elementen te verplaatsen? A: Geen. (…) Voorman [WW] verklaarde (…): V: Welke instructies zijn er over hoe de metalen bokken te laden? A: Dat weet ik niet precies. (…) De pompwagen was niet geschikt voor transport, omdat de elementen niet stabiel op de pompwagen staan. Het moet met de heftruck. Voor het ongeval wist ik niet of je wel of niet de pompwagen mocht gebruiken om de bokken te vervoeren. De bedrijfsleider, de heer [YY] , verklaarde (…): (…) V: Hebben [UU] en het slachtoffer zich niet aan de instructies gehouden? A. Ja, dat klopt. Ik wil daarbij opmerken dat de instructies duidelijker hadden moeten zijn. Ik heb invloed op de manier waarop ik de instructies breng. (…)” 2.4. [verzoeker] heeft Linnea op 16 april 2020 aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. Ondanks diverse e-mailberichten en telefoongesprekken, heeft Linnea niet gereageerd op de aansprakelijkstelling. Linnea heeft alleen meegedeeld dat het uitzendbureau en niet Linnea de werkgever van [verzoeker] was. Op dit standpunt heeft [verzoeker] gereageerd bij brief van 25 mei 2020. 3Het geschil 3.1. [verzoeker] verzoekt dat de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat Linnea aansprakelijk is voor alle schade, zowel materieel als immaterieel, welke [verzoeker] als gevolg van het schade-evenement op 19 augustus 2019 heeft geleden, thans nog lijdt en in de toekomst nog zal lijden alsmede Linnea veroordeelt om aan [verzoeker] te vergoeden alle door hem geleden en nog te lijden schade, inclusief de wettelijke rente, voor het smartengeld vanaf de datum van het schade-evenement en de voor de overige schade vanaf het ontstaan hiervan; II. de kosten van dit deelgeschil begroot op € 1.539,12 (declaratie kosten van rechtsbijstand inclusief 6% kantoorkosten en 21% btw), te vermeerderen met (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.