RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8706331 AO VERZ 20-128 Uitspraakdatum: 17 november 2020 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in de zaak van: [werknemer] wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: [werknemer] gemachtigde: mr. P. Goettsch tegen de besloten vennootschapCTS Group Handling B.V. gevestigd te Nieuw-Vennep gedaagde verder te noemen: CTS procederend bij HR-Manager ( [HR-manager] ) 1De gronden van de beslissing 1.1. CTS heeft [werknemer] op 17 juni 2020 op staande voet ontslagen omdat hij zoals CTS in de ontslagbrief heeft geschreven tot drie keer toe redelijke instructies en opdrachten niet heeft opgevolgd. CTS ziet dat als werkweigering en als een zodanig ernstig vergrijp dat van CTS niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. 1.2. [werknemer] betwist de feitelijke toedracht. Hij stelt dat hij best de schoonmaakwerkzaamheden wilde verrichten maar dat het te druk was op zijn eigen afdeling dus dat dat niet goed uitkwam. 1.3. Wat exact de feitelijke toedracht is geweest kan in het midden blijven. Onmiddellijke beëindiging van de arbeidsrelatie is de zwaarste sanctie die het arbeidsrecht kent. Deze sanctie heeft tot gevolg dat [werknemer] met onmiddellijke ingang zijn inkomsten is verloren en ook geen aanspraak kan maken op een uitkering. 1.4. De kantonrechter is daarom van oordeel dat, ook al is de toedracht zoals door CTS geschetst, de onmiddellijke beëindiging een te zware sanctie is en dat met een andere sanctie volstaan had kunnen worden. 1.5. Dat betekent dat het verzoek van [werknemer] zal worden toegewezen, zodat de kantonrechter: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.