RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7943064 CV EXPL 19-10884 Uitspraakdatum: 26 februari 2020 Vonnis van de kanonrechter in het incident in de zaak van: [de passagier] wonende te [woonplaats] (Verenigde Staten) eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident hierna te noemen de passagier gemachtigde mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse vennootschap Osakeythïo (Finland) Finnair OYj gevestigd te Helsinki (Finland) gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident hierna te noemen Finnair gemachtigde mr. T. Teke 1Het procesverloop 1.
- De passagier heeft bij dagvaarding van 13 juni 2019 een vordering tegen Finnair ingesteld. Finnair heeft een incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid genomen. De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd. 2De vordering 2.
- De passagier vordert dat de kantonrechter Finnair veroordeelt tot betaling van € 600,
- Hij legt aan de vordering ten grondslag dat hij een vervoersovereenkomst heeft gesloten voor een vlucht op 23 september 2017 van Shanghai Pudong International Airport, Shanghai via Helsinki-Vataa Airport, Helsinki naar Amsterdam-Schiphol Airport. De vlucht van Shanghai naar Helsinki heeft vertraging opgelopen waardoor de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. Op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) stelt de passagier dat Finnair gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,
- Voorts vordert de passagier Finnair te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten de wettelijke rente. 3De vordering en het verweer in het incident 3.
- Finnair heeft de kantonrechter verzocht bij vonnis in incident zich onbevoegd te verklaren tot kennisneming van de vorderingen van de passagier, met veroordeling van de passagier in de kosten in het incident en die in de hoofdzaak. 3.
- Finnair legt aan haar vordering ten grondslag dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen aangezien Finnair niet in Nederland haar woonplaats of gewone verblijfplaats heeft als bedoeld in artikel 63 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis). Evenmin kan worden gesteld dat het centrum van de voornaamste belangen van Finnair in Nederland zou liggen. De omstandigheid dat Finnair kantoor houdt te Schiphol is daartoe onvoldoende. Op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis is de Finse rechter als de rechter van de vestigingsplaats van Finnair bevoegd. Daarvan kan alleen worden afgeweken indien zich van de uitzonderingen voordoet. Het Rehder arrest heeft alleen betrekking op de situatie waarin de luchtvaartmaatschappij haar zetel of woonplaats in een EU-lidstaat heeft en de vlucht het begin- en eindpunt had in een lidstaat. Daarvan is geen sprake aangezien het beginpunt Shanghai buiten een lidstaat ligt. De bevoegdheid kan ook niet worden ontleend aan artikel 1:14 van het Burgerlijk Wetboek. Finnair heeft een kantoor ex artikel 1:14 BW in Schiphol, maar het betreft geen aangelegenheid in de zin van artikel 1:14 BW. De passagier heeft zijn ticket niet bij Finnair gekocht en het kantoor in Schiphol heeft geen enkele betrokkenheid gehad bij het vervoer van de passagier en de uitvoering van de vluchten. 3.
- De passagier verzet zich tegen onbevoegdheid van de Nederlandse rechter. 4De beoordeling 4.
- Tussen partijen is in het geschil of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Op grond van artikel 4 Brussel I bis is de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd. Finnair is een rechtspersoon. Ingevolge artikel 63 Brussel I bis is de woonplaats van een rechtspersoon de plaats van de statutaire zetel, het hoofdbestuur of hoofdvestiging. Finnair is statutair gevestigd te Helsinki. De rechter te Helsinki is dus op grond van artikel 4 Brussel I bis bevoegd om van onderhavig geschil kennis te nemen. Op grond van artikel 1:14 BW kan een kantoor of filiaal als woonplaats worden aangemerkt voor wat betreft aangelegenheden die dit kantoor of filiaal betreffen. Het enkele feit dat een vennootschap een filiaal houdt in een arrondissement creëert echter nog geen bevoegdheid. De kantonrechter volgt Finnair dan ook in haar betoog dat niet is komen vast te staan dat het kantoor op Schiphol betrokkenheid heeft gehad bij het vervoer van de passagier dan wel de uitvoering van de vlucht. 4.
- Volgens de passagier heeft de Nederlandse rechter (ook) rechtsmacht omdat Schiphol dient te worden aangemerkt als plaats waar de verbintenis uit overeenkomst tussen Finnair en de passagier is uitgevoerd. Dit verweer slaagt. Daartoe wordt als volgt overwogen. Uit de aanhef van het artikel 7 Brussel I bis volgt dat het artikel betrekking heeft op de gevallen waarin een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat kan worden opgeroepen. Finnair heeft woonplaats in Finland en wordt in een andere lidstaat opgeroepen. In het Rehder-arrest van het Europese Hof van Justitie van 9 juli 2009 is bepaald dat artikel 5 Brussel I bis (thans artikel 7 Brussel I bis) aldus moet worden uitgelegd dat in het geval van luchtvervoer van personen van een lidstaat naar een andere lidstaat op grond van een overeenkomst die is gesloten met één enkele luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, naar keuze van eiser de rechter bevoegd is in het rechtsgebied van de plaats van vertrek van het vliegtuig of de plaats van aankomst van het vliegtuig. De kantonrechter overweegt dat uit het Rehder arrest, mede gezien de uitleg en het doel van de Verordening, niet volgt dat het artikel niet van toepassing is in het geval van een plaats van vertrek of plaats van aankomst in een niet lidstaat. Aangezien artikel 7 Brussel I bis geen verandering heeft beoogd ten opzichte van de in het Rehder-arrest genoemde bepaling, dient dit artikel op gelijke wijze te worden uitgelegd. Hieruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 Brussel I bis en dat de vordering van Finnair in het incident dient te worden afgewezen. 4.
- Finnair wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. 5De beslissing De kantonrechter: In het incident 6.
- wijst de vordering af; 6.
- veroordeelt Finnair in de kosten van het incident, aan de zijde van de passagier vastgesteld op € 72,00; In de hoofdzaak: 6.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 maart 2020 voor conclusie van antwoord in aan de zijde van Finnair. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter