← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:4244

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/302099 / HA ZA 20-258 Vonnis in incident van 10 juni 2020 in de zaak van [eiseres/verweerster] , wonende te [woonplaats], eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. F.D. van Damme te Beverwijk, tegen [gedaagde/eiser] , wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. M.C. Tijsterman te Hoofddorp. Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, tevens houdende de conclusie van antwoord in incident. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
  3. Partijen hebben circa negen jaar een affectieve relatie met elkaar gehad. Partijen hebben op 3 december 2018 de woning [adres] (hierna: de woning) gekocht. Op 23 december 2019 heeft de vrouw de gemeenschappelijke woning verlaten. De vrouw heeft bij brief van 14 februari 2020 de tussen partijen gesloten samenlevingsovereenkomst opgezegd tegen 15 maart
  4. Vervolgens is tussen partijen tevergeefs getracht om de gevolgen van de relatiebreuk onderling te regelen. 2.
  5. In het incident vordert de vrouw – kort gezegd – bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv een makelaar of een andere deskundige te benoemen die de woning namens partijen te koop zal zetten tegen een door de deskundige te bepalen prijs, en te bepalen dat partijen de adviezen van de deskundige op straffe van dwangsom dienen op te volgen. De vrouw vordert verder de man te veroordelen om een door de makelaar te verstrekken verkoopbord of raambiljet te plaatsen, potentiële kopers tot de woning toe te laten, en mee te werken aan de door de makelaar te organiseren "Open Huizen Route". 2.
  6. De vrouw legt aan haar vordering ten grondslag dat de woning zo snel mogelijk moet worden verkocht, nu de advocaat van de man bij brief van 31 maart 2020 het volgende aan de advocaat van de vrouw heeft geschreven: "(…) Ik lees dat uw cliënte de woning niet zou willen overnemen. Cliënt zou dat wel willen, maar zal dat moeten laten beoordelen door de bank. Vanwege de corona-crisis zal dit nauwelijks tot niet mogelijk zijn. Overigens, uw cliënte is ervan op de hoogte dat het jaar 2019 voor wat betreft het bedrijf en de financiën binnen het bedrijf, geen rooskleurig beeld liet zien, zodat het maar de vraag is of cliënt de woning kan overnemen en uw cliënte kan uitkopen voor de helft van de overwaarde van de woning, die mogelijk bestaat. (…)" 2.
  7. De man betwist dat de woning zo snel mogelijk moet worden verkocht. De man wenst eerst een deskundige te laten onderzoeken of de man zich de woning kan laten toedelen, de hypothecaire verplichtingen op zich te nemen, en de vrouw te laten ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de hypotheekbank. De man verzoekt de rechtbank de incidentele vorderingen van de vrouw daarom af te wijzen en subsidiair te bepalen dat de man maximaal zes maanden de gelegenheid om de benodigde financiering rond te krijgen. Indien duidelijk wordt dat toedeling van de woning aan de man niet mogelijk is, zal hij zijn medewerking verlenen aan de verkoop van de woning aan derden. 2.
  8. De rechtbank overweegt als volg. Ingevolge art. 223 lid 1 Rv kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De vorderingen van de vrouw zijn niet aan te merken als vorderingen die bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de hoofdzaak kunnen worden toegewezen omdat zij een definitief karakter hebben. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om een beslissing te nemen over de gemeenschappelijke woning. Niet is gebleken dat de vrouw de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten of dat sprake is van een andere grond die onder de huidige omstandigheden voldoende belang bij toewijzing van de incidentele vordering oplevert. De incidentele vordering zal daarom worden afgewezen. 2.
  9. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  10. wijst het gevorderde af, 3.
  11. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 juni 2020 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een datum van mondelinge behandeling. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 10 juni
  13. type: coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.