RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht Zaaknummer: HAA 20/2603 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 26 mei 2020 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] wonende te [woonplaats] , verzoekers, gemachtigde: mr. K.A. Luehof, jurist bij Stichting Univé Rechtshulp, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder, gemachtigde: mr. C.J. Loggen-ten Hoopen, advocaat te Haarlem. Tevens heeft als derde-partij aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende] , de vergunninghouder, gemachtigde: mr. H. Elmas, advocaat te Zaandam. Procesverloop Bij besluit van 7 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de vergunninghouder op zijn aanvraag een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een appartementencomplex met zes starterswoningen op het perceel [locatie 1] in [woonplaats] (het perceel). Bij besluit op het bezwaar van verzoekers van 27 maart 2018 heeft verweerder het primaire besluit herroepen en besloten om de door de vergunninghouder aangevraagde omgevingsvergunning alsnog te weigeren. De vergunninghouder heeft tegen het besluit van 27 maart 2018 beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 december 2018 het beroep van de vergunninghouder gegrond verklaard, het besluit van 27 maart 2018 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van die uitspraak. Bij besluit van 15 juli 2019 heeft verweerder een nieuwe beslissing op het bezwaar genomen en het primaire besluit opnieuw herroepen en de aanvraag om een omgevingsvergunning afgewezen met toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De vergunninghouder heeft tegen het besluit van 15 juli 2019 beroep ingesteld. Verweerder heeft het besluit van 15 juli 2019 ter zitting van 11 maart 2020 ingetrokken, zodat het bezwaar opnieuw is opengevallen. Verzoeker heeft op 4 mei 2020 verzocht om bij voorlopige voorziening het primaire besluit te schorsen tot zes weken nadat op het bezwaar zal zijn beslist en direct een bouwstop op te leggen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 mei 2020 op zitting behandeld. De zitting heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van tweezijdige elektronische communicatiemiddelen (Skype). De gemachtigde van verzoeker heeft daaraan deelgenomen. Verweerder heeft zich op de zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens heeft namens verweerder deelgenomen [naam 1] , bouwinspecteur in dienst van de gemeente Zaanstad. De vergunninghouder heeft in persoon deelgenomen (samen met zijn zoon [naam 2] ), bijgestaan door zijn gemachtigde. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.