RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/99 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2020 op het verzet van [X] , te [Z] , opposant. Procesverloop Opposant heeft op 13 november 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn van 11 oktober
- Bij uitspraak van 10 april 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen
- De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de gestelde termijn het verschuldigde griffierecht heeft voldaan.
- In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
- Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank onder meer aan dat de per gewone post toegezonden griffierechtnota door toedoen van zijn dochtertje onder een stapel andere papieren is beland en dat de nota pas kortgeleden is teruggevonden. De aangetekende brief van het betalingsverzoek moet op het postagentschap hebben gelegen. Opposant heeft aldaar twee maal navraag gedaan maar men heeft de aangetekende brief niet kunnen vinden. Toen de nadien per gewone post toegezonden kopie van de aangetekende nota alsnog werd bezorgd, heeft opposant het griffierecht direct voldaan.
- Nu opposant de (tijdige) ontvangst van de aangetekend verzonden nota ontkent, deze brief niet traceerbaar bleek bij het postagentschap én uit het ‘Track & Trace’-systeem van PostNL is gebleken dat de aangetekende nota onbestelbaar aan de rechtbank is geretourneerd is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aangetekende brief (tijdig) is ontvangen door opposant.
- Hieruit volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De uitspraak is gedaan op 2 juli
- Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.