← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:4914

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/1012 uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Baadoudi), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, Middelen & Services, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 18 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan verzoekster verleende parkeervergunning voor zone [A] voor het kenteken [#] ingetrokken. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen het primaire besluit (zaaknummer HAA 19 / 5529). Bij besluit van 19 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder tevens een bedrag van € 1.442,- aan verbeurde dwangsommen toegekend aan eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op bezwaar. Verzoekster heeft de gronden van het beroep nader aangevuld. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter bij brief van 26 februari 2020 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan op het beroep met zaaknummer HAA 19 /

  1. Overwegingen
  2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld. Op grond van de zogeheten eis van connexiteit is het treffen van een voorlopige voorziening door de bestuursrechter alleen mogelijk is als tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bodemprocedure aanhangig is. Het verzoek om voorlopige voorziening is in dit geval gedaan hangende beroep.
  3. Omdat de rechtbank in het beroep met zaaknummer HAA 19 / 5529 inmiddels uitspraak heeft gedaan, is de connexiteit van het verzoek om voorlopige voorziening komen te vervallen. Nu niet meer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan, zal de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
  4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.I. ten Cate, griffier. De uitspraak is gedaan op 24 juni
  5. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare zitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.