← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:5191

Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 19/3430, HAA 19/3431, HAA 19/3432 en HAA 19/5063 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2020 in de zaken tussen [X] , wonende te [Z] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Hoefs), en de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder. Procesverloop HAA 19/3430, HAA 19/3431 en HAA 19/3432 Bij brief van 21 januari 2019 (hierna: brief I) heeft verweerder voor 2019 bericht dat het voorschot zorgtoeslag en kindgebonden budget voor eiseres nihil blijft. Bij brief van 1 februari 2019 (hierna: brief II) heeft verweerder voor 2017 bericht dat het recht van eiseres op zorgtoeslag definitief berekend en vastgesteld is op nihil en op kindgebonden budget nihil blijft. Bij brief van 8 februari 2019 (hierna: brief III) heeft verweerder voor 2018 bericht dat het voorschot zorgtoeslag en kindgebonden budget voor eiseres nihil blijft. Eiseres heeft bij brief van 7 februari 2019 tegen de brieven I, II en III een bezwaarschrift ingediend. Bij beslissing op bezwaar van 10 juni 2019 (kenmerk: BOB OH; hierna het bestreden besluit I) heeft verweerder de bezwaren tegen brief I (voor zover het betreft de het recht op zorgtoeslag voor 2019), brief II (voor zover het betreft het recht op zorgtoeslag 2017) en brief III (voor zover het betreft het voorschot zorgtoeslag voor 2018) ongegrond verklaard Bij beslissing op bezwaar van 10 juni 2019 (kenmerk: BOB NOGB; hierna het bestreden besluit II) heeft verweerder de bezwaren tegen brief II (voor zover het betreft het recht op kindgebonden budget voor 2017) en brief III (voor zover het betreft het recht op kindgebonden budget voor 2018) niet-ontvankelijk verklaard. Bij beslissing op bezwaar van 20 augustus 2019 (hierna: het bestreden besluit III) heeft verweerder de bezwaren tegen brief I (voor zover het betreft het recht op kindgebonden budget voor 2019) ongegrond verklaard. HAA 19/5063 Bij brief van 19 juli 2019 (hierna: brief IV) heeft verweerder voor 2018 het recht van eiseres op zorgtoeslag en kindgebonden budget definitief berekend en vastgesteld op nihil. Eiseres heeft bij brief van 17 juli 2019 tegen brief IV een bezwaarschrift ingediend. Bij beslissing op bezwaar van 24 augustus 2019 (hierna: het bestreden besluit IV) heeft verweerder de bezwaren tegen brief IV kennelijk ongegrond verklaard. HAA 19/3430, HAA 19/3431, HAA 19/3432 en HAA 19/5063 Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Bij herziene beslissingen op bezwaar, gedateerd 3 juli 2020 heeft verweerder eiseres bericht dat haar bezwaren gegrond zijn en dat aan haar bezwaren alsnog geheel tegemoet wordt gekomen. Bij brief van 9 juli 2020 heeft verweerder bovendien bericht dat aan eiseres de wettelijke rente conform artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zal worden vergoed. Eiseres heeft vervolgens bij brief van 9 juli 2020 de beroepen ingetrokken en heeft daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Overwegingen

  1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet.
  2. Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Aan eiseres is ter zake van het bezwaar en de op 17 juli 2019 en 3 oktober 2019 ingestelde beroepen door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend, bestaande uit het indienen van een bezwaar- en beroepschrift.
  3. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.833 (2 x 1 punt voor het indienen van het beroepschrift (beroepschriften 17 juli 2019 en 3 oktober 2019); met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1; 1 punt voor het tegen brieven I tot en met III ingediende bezwaarschrift (gedateerd 7 februari 2019), 1 punt voor het tegen brief IV ingediende bezwaarschrift (gedateerd 17 juli 2019) en 1 punt voor de hoorzitting van 15 april 2019, met een waarde van € 261).
  4. Eiseres heeft in elk van de zaken met nummers HAA 19/3430, HAA 19/3431 en HAA 19/5063 een bedrag van € 47 aan griffierecht betaald. De rechtbank zal bepalen dat verweerder een bedrag van (3 x € 47 =) € 141 aan betaalde griffierechten aan eiseres zal vergoeden. Beslissing De rechtbank: veroordeelt verweerder in de door eiseres redelijkerwijs gemaakte proceskosten ten bedrage van € 1.833 en draagt verweerder op de door eiseres in de zaken met nummers HAA 19/3430, HAA 19/3431 en HAA 19/5063 van (2 x € 47 =) € 141 aan haar te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter, in aanwezigheid van R. van der Vecht, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 20 juli
  5. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl) Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
  6. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
  7. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.