← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:529

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7111956 CV EXPL 18-6581 Uitspraakdatum: 15 januari 2020 Vonnis in de zaak van: de buitenlandse rechtspersoon Airhelp Limited wonende te Hong Kong eiser hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. H. Yildiz tegen de buitenlandse rechtspersoon BA Cityflyer te Harmondswordth, Verenigd Koninkrijk gedaagde hierna te noemen: British Airways gemachtigde: mr. J.W.A. Lameijer 1Het procesverloop 1.

  1. Airhelp heeft bij dagvaarding van 22 juni 2018 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  3. [de passagier] , hierna: de passagier, heeft met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagier diende te vervoeren van Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam Schiphol, met vluchtnummer: BA8457, hierna: de vlucht. 2.
  4. Volgens de overeenkomst zou vlucht BA8457 om 17.55 uur UTC vertrekken uit Londen en om 19.00 uur UTC arriveren op Amsterdam-Schiphol. 2.
  5. De vlucht is geannuleerd. 2.
  6. De passagier heeft compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde annulering. 2.
  7. British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
  8. De passagier vordert dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  9. De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat British Airways vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,
  10. 4Het verweer 4.
  11. British Airways betwist de vordering en doet een beroep op buitengewone omstandigheden. British Airways voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg is van beslissingen van het luchtverkeersbeheer die verband hielden met de weersomstandigheden op Amsterdam-Schiphol en in Londen, alsmede de stakingen van het Franse Luchtverkeersbeheer. Door de beslissingen van het luchtverkeersbeheer was British Airways genoodzaakt de vlucht te annuleren, omdat de bemanning de wettelijk toegestane maximale arbeidstijd zou overschrijden. British Airways heeft alle redelijke maatregelen getroffen om de annulering van de vlucht te voorkomen, aldus British Airways. 4.
  12. British Airways betwist voorts buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn. 5De beoordeling 5.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  14. Vast staat dat de vlucht van de passagier is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat British Airways zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor British Airways. Dit is anders indien British Airways kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 5.
  15. British Airways heeft aangevoerd dat er op 23 juni 2016 sprake was van een staking van het Franse luchtverkeersbeheer. Ter onderbouwing verwijst British Airways naar enkele nieuwsberichten uit Engelse kranten. Voorts werden er beperkingen ingesteld vanwege de weersomstandigheden in Londen en Amsterdam-Schiphol, waardoor de capaciteit van het luchtruim werd beperkt. In dat kader verwijst British Airways naar systeemuitdraaien en een uittreksel van het Aeronautical Information Package over Amsterdam-Schiphol. British Airways heeft besloten vlucht BA8457 te annuleren toen bleek dat deze niet volgens planning zou kunnen verlopen en de bemanning daardoor de toegestane werkduur zou overschrijden. Airhelp betwist dat er sprake was van de door British Airways aangevoerde buitengewone omstandigheden. 5.
  16. De kantonrechter oordeelt als volgt. Onbetwist is dat er op 23 juni 2016 sprake was van een staking van het Franse luchtverkeersbeheer. British Airways heeft echter onvoldoende aangetoond op welke wijze de staking ertoe heeft geleid dat de onderhavige vlucht geannuleerd diende te worden. Hetzelfde geldt voor de gestelde weersomstandigheden. Het had op de weg van British Airways gelegen om een officieel weerrapport te overleggen. Nu zij dat niet heeft gedaan is niet komen vast te staan dat tijdens het geplande vertrek van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden. Uit de door British Airways overgelegde stukken blijkt evenmin dat de luchtverkeersleiding restricties heeft opgelegd die specifiek gericht waren aan het toestel waarmee de onderhavige vlucht uitgevoerd zou worden. Een document van het luchtverkeersbeheer waaruit dit zou kunnen worden opgemaakt, ontbreekt. British Airways voert nog aan dat zij heeft moeten besluiten de vlucht in kwestie te annuleren omdat de bemanning de toegestane werkduur zou overschrijden en zij geen andere bemanning ter plekke had. De kantonrechter merkt daartoe op dat dit een operationele beslissing van British Airways is geweest die naar haar aard en oorsprong inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij. 5.
  17. British Airways heeft gelet op het voorgaande niet aangetoond dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Gelet hierop komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de annulering ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. Nu British Airways voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. 5.
  18. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 5.
  19. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. British Airways heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen. 5.
  20. De proceskosten komen voor rekening van British Airways, omdat zij ongelijk krijgt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  21. veroordeelt British Airways tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2016; 6.
  22. veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 125,91;griffierecht € 119,00;salaris gemachtigde € 72,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 6.
  23. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.