← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:5323

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/5027 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder, (gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal). Procesverloop Bij besluit van 21 juni 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser niet geschikt verklaard voor de rijbewijscategorieën B en BE. Eiser heeft bezwaar gemaakt bij brief van 8 juli

  1. Bij besluit van 10 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij brief van 4 november
  2. Hij heeft de gronden van het beroep aangevuld bij brieven van 6 januari 2020, 9 maart 2020 en 23 juni
  3. Verweerder heeft verweer gevoerd. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli
  4. Eiser is verschenen samen met zijn dochter [naam 1] en zijn schoonzoon [naam 2] . Verweerder heeft vooraf laten weten niet aanwezig te zijn. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  5. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 1.
  6. Eiser heeft een nieuwe aanvraag voor de verkrijging van een verklaring van geschiktheid ingediend op 4 augustus
  7. In de jaren voorafgaand aan deze aanvraag zijn reeds vijf rijtesten bij eiser afgenomen die allemaal hebben geleid tot de conclusie dat eiser ongeschikt is om auto te rijden. Voor de huidige aanvraag heeft verweerder eiser voor aanvullend onderzoek naar de neuroloog gestuurd. Dat mag verweerder doen. De neuroloog heeft aangegeven dat sprake is van een licht cognitieve stoornis en de verstrekking van het rijbewijs afhankelijk gemaakt van een rijtest. Dat de medische toestand van eiser verder goed is, doet daaraan niet af. 1.
  8. Het verslag van de laatste rijtest is duidelijk. Hieruit blijkt onder andere dat eiser onvoldoende compenserende kijktechniek toepast. Ook ten aanzien van zijn positie op de weg en de verdeling van aandacht voldoet eiser niet. Dezelfde problematiek als in de vorige rijtesten is aanwezig. Eiser heeft uitvoerig gelest. Inmiddels heeft hij 29 lessen gehad. Verdere lessen of aanpassingen zullen niet leiden tot de noodzakelijke verbeteringen. Eiser is ongeschikt verklaard. 1.
  9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich niet op de conclusie van de rij-examinator heeft mogen baseren. Dat eiser zeer zenuwachtig was en daardoor de rijtest niet goed heeft gedaan, wat daar ook van zij, kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank moet kunnen beoordelen of eiser voldoet aan objectieve eisen van rijvaardigheid en daaraan voldoet hij niet. Verder is van belang dat de rij-examinator niet gaat over de medische toestand van eiser. Dat hij niet op de hoogte was van het rapport van de neuroloog, doet dan ook niet ter zake. De rij-examinator gaat enkel over de rijvaardigheid. Van vooringenomenheid bij de rij-examinator is niet gebleken. 1.
  10. Hierbij is verder van belang dat de verkeersveiligheid vooropstaat. Daarom kan geen belangenafweging worden gemaakt. De rechtbank begrijpt dat het heel naar is om geen gebruik meer te kunnen maken van een auto, maar dat kan niet tot een ander oordeel leiden. Het gaat hier om de verkeersveiligheid van zowel eiser zelf als zijn omgeving. Die is in het geding en daarom is eiser ongeschikt verklaard. 1.
  11. Eiser heeft nog aangevoerd dat hij van andere ouderen heeft gehoord dat hun rijbewijs is verlengd zonder rijtest of aanvullend medisch onderzoek. Deze zaken liggen echter niet voor. Bij eiser is geconcludeerd dat hij niet geschikt is om te rijden en de rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan die conclusie. 1.
  12. Het voorgaande brengt mee dat het beroep ongegrond is. 1.
  13. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2020 door mr. M.P.E. Oomens, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.