← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:587

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zaak-/rekestnr.: C/15/298663 / FA RK 20-338 beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , wonende te Esdoornlaan 19, 1702 SH Heerhugowaard, thans verblijvende in [verblijfplaats] , hierna: betrokkene, advocaat: mr. M.E. Terhorst, gevestigd te Alkmaar. 1Procedure 1.

  1. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 januari 2020, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de op 23 januari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 23 januari 2020, de medische verklaring van 23 januari 2020, - een overzicht van mutaties van de politie van 24 januari
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 januari 2020, in voornoemde accommodatie. 1.
  4. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, - [psychiater] , psychiater, - [arts-assistent] , arts-assistent, - [mentor] , mentor van betrokkene, - [moeder van betrokkene] , moeder van betrokkene. 2Beoordeling 2.
  5. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor betrokkene, te weten levensgevaar dan wel gevaar op ernstig lichamelijk letsel, doordat betrokkene zichzelf snijdt, zichzelf tracht te verhangen dan wel voor de trein gaat. 2.
  6. Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een depressieve stoornis, bij een borderline persoonlijkheidsstoornis. 2.
  7. De rechtbank is op grond van de toelichting ter zitting van de psychiater van oordeel dat een crisismaatregel niet kan bijdragen tot het verminderen van het nadeel. Betrokkene is sinds juli 2019 opgenomen op de crisisafdeling van [verblijfplaats] . Hiervoor woonde zij bij haar moeder thuis. De opname was bedoeld voor een periode van maximaal 10 weken. De psychiater heeft aangegeven dat de situatie van betrokkene de afgelopen maanden is verslechterd. Zij uit meer suïcidale gedachten en heeft tijdens haar opname meermalen geprobeerd zichzelf van het leven te beroven, onder meer door zichzelf te verhangen. Tijdens de opnameperiode is tweemaal een inbewaringstelling aangevraagd en toegewezen. De periode in de kliniek heeft haar niet voldoende geholpen en een langer verblijf in de kliniek zal zeker niet bijdragen aan haar herstel. Betrokkene zal daarom in elk geval op 5 februari 2020 worden ontslagen uit de kliniek. De enige manier waarop betrokkene verder geholpen kan worden is door haar meer autonomie te geven en haar daarmee te laten oefenen, daarbij ondersteund door uitgebreide ambulante hulpverlening en met mogelijkheden van time-outs in een klinische setting. De psychiater erkent dat het gevaar dat betrokkene zichzelf van het leven zal beroven, met name op korte termijn, zal blijven bestaan, maar acht een crisismaatregel niet effectief en zelfs gecontra-indiceerd. De psychiater geeft aan dat wanneer betrokkene na 5 februari 2020 in verband met een nieuwe poging tot suïcide wederom met een crisismaatregel wordt aangemeld bij [verblijfplaats] , [verblijfplaats] de crisismaatregel zal opheffen omdat [verblijfplaats] een hernieuwde opname in het kader van de Wet Verplichte GGZ voor betrokkene -in haar belang- niet ondersteunt. 2.
  8. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel niet worden verleend. 3Beslissing De rechtbank: Wijst het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, rechter in tegenwoordigheid van A. Boermans-Jager als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 januari
  9. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 januari
  10. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.