RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8265594 \ CV EXPL 20-429 Uitspraakdatum: 29 juli 2020 Vonnis in de zaak van: 1 [passagier sub 1]
- [passagier sub 2]
- [passagier sub 3]
- [passagier sub 4]
- [passagier sub 5] wonende te [woonplaats] eisers hierna te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse rechtspersoon EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Luton, Verenigd Koninkrijk en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gedaagde verder te noemen: Easyjet gemachtigde: mr. J. Kumar 1Het procesverloop 1.
- De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 december 2019 een vordering tegen Easyjet ingesteld. Easyjet heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Easyjet niet meer gereageerd. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagiers op 14 juli 2019 zou vervoeren van Venetië, Italië naar Amsterdam-Schiphol Airport met vluchtnummer EZY3331, hierna: de vlucht. 2.
- Easyjet heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben compensatie van Easyjet gevorderd in verband met voornoemde annulering. 2.
- Easyjet heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- De passagiers vorderen dat Easyjet, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 1.250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 187,50 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis. 3.
- De passagiers stellen dat Easyjet tekort is geschoten in haar verplichting de passagiers te compenseren conform artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Easyjet vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. 4Het verweer 4.
- Easyjet betwist de vordering en voert aan dat als de vlucht alsnog zou worden uitgevoerd, de nachtsluiting van Amsterdam-Schiphol Airport dan overtreden zou worden. 4.
- Voorts voert Easyjet aan dat de gemachtigde van de passagiers niet bevoegd is om namens hen als gemachtigde op te treden. Een volmacht ondertekend door beide partijen, die vereist is voor het rechtsgeldig vertegenwoordigen van de passagiers, ontbreekt. Nu niet duidelijk is of mr. Lof daadwerkelijk bevoegd was om namens de passagiers een vordering in te dienen, dienen de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering te worden verklaard. 4.
- Tevens betwist Easyjet de deurwaarderskosten, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn aan de passagiers. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- De passagiers hebben bij conclusie van repliek het door Easyjet gevoerde verweer gemotiveerd weerlegd. Easyjet heeft die nadere stellingen van passagiers onweersproken gelaten. De conclusie is dan ook dat het verweer van Easyjet faalt en dat de vordering van de passagiers, behoudens het navolgende, wordt toegewezen. 5.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Easyjet heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen. 5.
- Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Easyjet in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen veertien dagen na betekening van dit vonnis. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- veroordeelt Easyjet tot betaling aan de passagiers van € 1.250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; 6.
- veroordeelt Easyjet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de passagiers vaststelt op de volgende bedragen: dagvaarding € 99,01; griffierecht € 236,00; salaris gemachtigde € 240,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter