← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:6565

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer: 8430452 MB VERZ 20-202 KL Uitspraakdatum: 21 augustus 2020 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: Parnassia Noord-Holland, correspondentieadres: 1901 ZZ Castricum, Oude Parklaan 60, Met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het aders bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 3 april 2020; - een bereidverklaring van de voorgestelde mentor. In verband met de uitzonderingssituatie die is ontstaan als gevolg van het coronavirus is betrokkene op 14 juli 2020 telefonisch gehoord door de kantonrechter. beoordeling Het verzoek strekt tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. Betrokkene is onder behandeling bij Parnassia in verband met paranoïde schizofrenie. De rechtbank heeft op 30 oktober 2019 een voorwaardelijke machtiging onder de Wet BOPZ voor betrokkene afgegeven. Deze machtiging loopt tot 25 oktober 2020. Parnassia voert aan dat een mentor noodzakelijk is. Betrokkene heeft diabetes type 2 en weigert deze te laten controleren of behandelen. Betrokkene verzet zich tegen bloedafnames omdat hij denkt dat zijn bloed voor andere doeleinden gebruikt gaat worden. In het kader van de WGBO ziet Parnassia geen behandelmogelijkheden, weliswaar is betrokkene wilsonbekwaam, maar de situatie is niet levensbedreigend. Een mentor zou vervangende toestemming kunnen geven voor bloedafnames. Betrokkene wil geen mentor. Hij wil zelf beslissingen kunnen blijven nemen over zijn leven. De kantonrechter overweegt als volgt. Nu het verzoek tot het benoemen van een mentor zich toespitst op de somatische behandeling van betrokkene en betrokkene deze behandeling weigert vanuit zijn paranoïde gedachten, voortvloeiend uit zijn stoornis, acht de kantonrechter het niet noodzakelijk om een mentor te benoemen. Onder de thans vigerende WVGGZ kan de rechtbank machtiging verlenen om aan psychiatrische patiënten gedwongen zorg te verlenen, ook als dat zorg betreft voor somatische aandoeningen, wanneer de weigering om die zorg te aanvaarden voortvloeit uit de psychiatrische stoornis van de patiënt. Hoewel betrokkene niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen ten volle te behartigen, acht de kantonrechter de benoeming van een mentor niet aangewezen, nu de beoogde medische zorg op een andere wijze gewaarborgd kan worden. Mentorschap zou betekenen dat betrokkene ook autonomie op het gebied van verzorging en begeleiding kwijt zou raken. Bovendien zijn aan mentorschap kosten verbonden die in beginsel voor rekening van betrokkene komen. De beslissing luidt derhalve als volgt. beslissing De kantonrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.