vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/297999 / HA ZA 20-26 Vonnis van 26 augustus 2020 in de zaak van 1 [eiseres 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiseres 2], wonende te [woonplaats] , eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. S. Tromp te Hoorn NH, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. M.A.M. Euverman te Amsterdam, 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, niet verschenen, 3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, niet verschenen, 4. [gedaagde 4], wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde 1] dan wel bij hun afzonderlijke (voor)namen worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 18 maart 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast; de conclusie van antwoord in reconventie; het tijdens de mondelinge behandeling van 2 juli 2020 overgelegde testament van 12 september 2018. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 20 januari 2019 is overleden mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] en laatst gewoond hebbende aan de [adres] . 2.2. [eiseres 1] is een dochter van erflaatster. [eiseres 2] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn kleinkinderen van erflaatster. [gedaagde 4] en [gedaagde 3] waren de buren van erflaatster. 2.3. Bij notariële akte van 13 februari 2018, verleden voor een waarnemer van notaris Feikema te Castricum, heeft erflaatster een algemene volmacht verstrekt aan [eiseres 1] . 2.4. Op 27 juni 2018 heeft het centrum indicatiestelling zorg (CIZ) een indicatiebesluit afgegeven. Hierin staat onder meer: ‘U behoort tot de doelgroep kwetsbare ouderen. Dit heeft te maken met uw leeftijd, dat u alleenstaand bent, veel medicatie gebruikt en meerdere aandoeningen heeft. U heeft meerdere keren per dag hulp nodig bij de persoonlijke verzorging met name planbare en onplanbare zorg momenten. Met het plotseling wegvallen van intensieve mantelzorg (uw zoon) de loopstoornissen en lichte regie problemen is het zelfstandig wonen moeizaam geworden. (…) Ingeschat wordt dat u niet altijd in staat zal zijn adequaat hulp in te schakelen of uw zorgbehoefte tijdig te (h)erkennen, waardoor u blijvend bent aangewezen op 24 uur zorg in de nabijheid. Deze indicatie is voor onbepaalde tijd geldig. Het zorgprofiel ‘Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging’ is gezien uw zorgbehoefte het meest passend. 2.5. Op 13 juli 2018 heeft [naam 1] , arts, een medische verklaring afgegeven ten behoeve van notaris Helding van notariskantoor Feikema waarin hij oordeelt dat erflaatster niet meer in staat is haar wensen naar behoren te bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen te overzien. Gegeven de kwetsbare en afhankelijke situatie en het progressieve ziektebeeld, acht [naam 1] het nodig dat de zakelijke en persoonlijke belangen van erflaatster zullen worden behartigd, bijvoorbeeld door een onderbewindstelling en mentorschap. 2.6. Op 1 augustus 2018 is een door erflaatster ondertekende getypte brief verzonden aan [eiseres 1] . Daarin staat onder meer het volgende: ‘Geachte [eiseres 1] , Zoals door notaris Feikema aan jou medegedeeld heb ik de Algemene Volmacht per direct 17 juli jl. laten beëindigen. Daarom wil ik je via deze weg verzoeken, Eis 1) Om voor 10 augustus 2018 te voldoen aan artikel II F van de Algemene Volmacht. Ik verwacht dus, per post, een verklaring van alle uitgiften in de periode van de Volmacht te weten 13 februari 2018 t/m 17 juli 2018 bestaande uit een kasboek inclusief (boodschappen) bonnetjes, uitleg kilometervergoeding, van alle uitgaven waar uit blijkt dat er alleen uitgaven gedaan zijn ten baten van mij en geen enkel ander doel. Indien je niet aan deze voorwaarde kan voldoen verwacht ik een hier tegen overstaand bedrag retour op mijn bankrekening. Eis 2) Aangezien ik geen toestemming heb voor de door jou uitgevoerde “belasting vrije schenking” van € 3800,- verwacht ik deze ook op uiterlijk 10 augustus 2018 bijgeschreven op mijn bankrekening. (…) Als jij niet voor 10 augustus 2018 aan deze vier eisen voldoet zal ik aangiften doen bij de politie’. 2.7. Op 9 augustus 2018 heeft keuringsarts [naam 2] het volgende geschreven: ‘Op 8 augustus 2018 zag ik mevrouw [erflaatster] , geboren [geboortedatum] . Vanuit de kleinkinderen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kwam het volgende verzoek: ‘Onze oma wil haar testament aanpassen. Gezien haar leeftijd heeft de notaris aangegeven dat er eerst een medische beoordeling noodzakelijk is om te kijken of onze oma nog in staat is zelfstandig beslissingen te nemen en de consequenties hiervan te overzien. Kunt u zo’n beoordeling uitvoeren? Ik heb mevrouw gesproken en onderzocht. Daarnaast heb ik de kleinzoon [gedaagde 2] en de buurvrouw die mantelzorger is gesproken. Ik kom tot de volgende conclusie. Conclusie Mevrouw kan heel duidelijk aangeven wat er met haar geld moet gebeuren als zij overlijdt. Het moet niet alleen naar haar dochter gaan, maar ook naar haar kleinkinderen en als het niet te ingewikkeld is ook naar haar achterkleinkinderen, want deze horen allemaal bij haar en hebben er net zoveel recht op, aldus mevrouw. Ondanks dat sprake is van een verminderd geheugen, is dit een heel duidelijke wens en kan mevrouw hierin zelfstandig een beslissing nemen en de consequenties overzien. Op dit moment vind ik haar op dit gebied wilsbekwaam. Ze is niet in staat om dit verder door te denken en precies aan te geven hoe het in de praktijk geregeld moet worden. Daar zal ze hulp bij nodig hebben. Iemand moet haar helder uitleggen wat de mogelijkheden zijn, deze materie is te ingewikkeld voor mevrouw.’ 2.8. Op 30 augustus 2018 is er een proces-verbaal door de politie opgemaakt van een mondelinge klacht van erflaatster inhoudende dat zij is bestolen door haar dochter. 2.9. Op verzoek van [eiseres 1] zijn bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 31 augustus 2018 de goederen van erflaatster onder bewind gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand. Daarbij is M.S. de Wijn, h.o.d.n. Bergen Bewind als professioneel bewindvoerder benoemd. 2.10. Bij beschikking van deze rechtbank van 31 augustus 2018 heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld ten behoeve van erflaatster waarbij [gedaagde 1] tot mentor is benoemd. 2.11. Op 12 september 2018 is voor een notaris verbonden aan Actus Notarissen te Alkmaar een testament verleden waarbij erflaatster na herroeping van eerder gemaakte testamenten [gedaagde 2] , [gedaagde 1] , [eiseres 2] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] – ieder voor een vijfde deel van haar nalatenschap – tot haar erfgenamen heeft benoemd. Verder heeft erflaatster in dat testament [gedaagde 3] benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder en dat wat [eiseres 2] uit haar nalatenschap verkrijgt onder bewind gesteld totdat zij de leeftijd van vijfenveertig jaar heeft bereikt of eerder overlijdt. 2.12. [gedaagde 1] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. 2.13. Op 2 oktober 2019 is in het kader van een door [eiseres 1] verzocht voorlopig getuigenverhoor de onder 2.5 genoemde heer [naam 1] , arts en medisch adviseur, gehoord. Hij legde, voor zover hier van belang, de volgende verklaring af. ‘Ik ben al lange tijd medisch adviseur en toegelegd op onafhankelijke medische advisering in de zorg. Ook ben ik landelijk opleider voor artsen die zich op dit vakgebied willen specialiseren. Mij is destijds gevraagd een protocol te ontwikkelen voor dit soort artsen, hetgeen ik gedaan heb. Sinds 2012 bestaat het zogenaamd VIA-protocol. Ik heb aan de basis van dat protocol gestaan. Hoewel de VIA inmiddels is opgegaan in de VAV bestaat het VIA-register nog altijd. Dat register vermeldt de namen van artsen die bevoegd zijn om wilsbekwaamheid van personen te beoordelen, en deed dat met name voor het notariaat in het kader van de mogelijkheid om nog een notariële akte op te laten stellen en dit in algemene zin. Ik doe dit al 25 jaar en ik treed ook regelmatig op verzoeken van rechtbanken. Op 9 juli 2018 heb ik mevrouw [erflaatster] bezocht. (…) Ik heb momenteel mijn aantekeningen voor mij liggen die ik op 9 juli gemaakt heb. Met het beantwoorden van uw vragen maak ik daarvan gebruik. Ik bezocht mevrouw [erflaatster] op verzoek van de notaris voor wie in februari 2018 haar algemene volmacht was opgemaakt. Het was notaris Heldring van notariskantoor Feikema in Castricum die mij hierom vroeg. (…) Het gesprek met mevrouw [erflaatster] voerde ik onder vier ogen. Ik heb haar aanzienlijk langer gesproken dan normaal, één à anderhalf uur. (…) Ik moest met nodige tact betrachten, aandachtig luisteren en niet teveel sturen want anders haakte ze af. Ik constateerde dat ze geen enkel ziekte-inzicht had in haar geestelijke conditie. Ze praatte snel en gemakkelijk en begon al snel te vertellen dat de bestaande volmacht allerlei problemen opleverde. Ik ging daarom uitgebreider navraag doen naar haar niveau van functioneren. Ze deed heel stellige uitspraken, ze vertoonde façadegedrag en ze had stoornissen in haar korte- en langetermijngeheugen, en in haar oriëntatie in tijd. Ik kon haar een beetje testen, bijvoorbeeld met een niet al te moeilijk rekentestje (100-7-7-7). Daar kwam ze niet uit. Ze kon maar één stap uitrekenen en daarna was ze de opdracht vergeten. Ze zei toen bozig dat ze het zat was. Dat is een bekend verschijnsel bij façadegedrag. Ze ontkende stellig dat ze in februari 2018 bij de notaris is geweest. Ze vertelde dat ze alles nog zelf deed. Ze ontkende dat er een volmacht lag maar zei, wat inconsistent, dat ze niet langer wilde dat haar dochter nog iets deed; de buurman moest haar zaken gaan doen. Ook zei ze stellig dat ze zelf haar bankzaken deed en wel met haar bankpasje. Dat pasje heeft ze gezocht maar kon ze niet vinden. (…) In mijn gesprek met haar klopte steeds minder; in één zin zei ze soms driemaal iets dat niet klopte. Ik voelde toen alarmbellen afgaan. Ik vond haar een kwetsbare persoon in een afhankelijke positie en ik diagnosticeerde een beginnende dementie. Ze wilde per se dat [eiseres 1] haar zaken niet verder zou doen maar ze kon haar stellige verklaringen niet met feiten onderbouwen. Evenmin kon ze de reikwijdte van haar wensen overzien. Ik werd zeer alert en vroeg of ze nog andere zaken wilde regelen. Ze zei dat ze eigenlijk ook wel een nieuw testament op wilde laten maken. Ik vroeg haar wat er dan gewijzigd moest worden. Dat kon ze me niet zeggen. Ze wilde wel iets veranderen ten aanzien van haar dochter, want die wilde te veel regelen en voor haar doen. Toen ik daarop doorvroeg kon ze dat niet nader invullen of motiveren. Ik concludeerde drie dingen: Dat [erflaatster] niet in staat was een nieuwe volmacht op te maken; De bestaande volmacht kon niet langer meer functioneren omdat ze die betwiste en omdat ze zo stellig in haar meningen was (…); Het beste was een mentor en een bewindvoerder aan te stellen. Ik vond haar een makkelijke prooi voor haar omgeving. ik heb ook aan een onder curatele stelling gedacht, maar ik vermoedde dat [erflaatster] daar niet aan wilde. Ik heb zowel notaris Heldring als haar huisarts geïnformeerd over mijn bevindingen. Heldring meldde mij toen dat [erflaatster] met kleindochter [gedaagde 1] en een buurman langs was geweest en sprak over het aanpassen van een bestaande volmacht. Ik vernam toen, dus na mijn bezoek, dat één dag voor mijn huisbezoek een brief van een jurist bij de notaris was binnengekomen waarin werd meegedeeld dat de volmacht van februari was ingetrokken. (…) Mevrouw [erflaatster] heeft mij tijdens mijn gesprek met haar niets over dit alles verteld. (…) Bij deze rapportage aan de notaris vertelde hij mij dat er een week eerder een gesprek met [erflaatster] en twee anderen was geweest waarin [erflaatster] aangaf ook haar testament te willen wijzigen. Dat werd mede de reden waarom Heldring een arts wilde inschakelen, om haar geestestoestand te onderzoeken. De beperkingen zoals mevrouw [erflaatster] die kende kun je pas vinden als je haar goed onderzoekt. Ze was immers welbespraakt, kwam geestelijk heel goed over, maar bovenmatig beïnvloedbaar. Ze vertelde mij ook dat ze haar dochter nooit zag. De huisarts meldde mij echter, na mijn gesprek, dat zij [erflaatster] regelmatig had gezien in aanwezigheid van haar dochter. (…) Ik vond haar niet in staat om adequaat hulp in te roepen of te alarmeren. Voor mij was dit alles ook een reden om de huisarts te bellen en te informeren. Ik waarschuwde haar dat er van alles om [erflaatster] heen gebeurde, wat voor deze arts van belang kan zijn. Bijvoorbeeld het gedoe rond de volmacht. Ik had en heb geen enkele twijfel over hetgeen ik heb verklaard in mijn medische verklaring van 13 juli 2018. U vraagt mij of ik het mogelijk acht dat [erflaatster] op 12 september 2018, twee maanden na mijn bezoek, wel in staat was om wilsbekwaam haar testament te wijzigen, mede gelet op de ingrijpende wijziging die daarin is aangebracht. Wij laten ons niet uit over de vraag of iemand wel of niet wilsbekwaam is. Wij geven wel aan waar we een persoon wel of niet toe in staat achten. Ik acht haar niet in staat om in september 2018 haar testament te wijzigen. Ze kon immers haar wil op dat gebied niet goed zelfstandig bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen niet overzien. (…) Op uw vraag of ik kennis droeg van een “deskundige verklaring” van een andere arts waaruit zou blijken dat [erflaatster] toen wel wilsbekwaam was antwoord ik dat ik die niet ken. Ik begrijp dat die verklaring zou zijn afgegeven door een keuringsarts, [naam 2] . Ook die naam zegt mij niets. En dat zegt wel wat. Want ik ken ze allemaal. Wij zijn medisch adviseur, geen keuringsarts. Ik heb niet eens nagekeken of deze [naam 2] in het VIA-register staat omdat ik alle specialisten op dit gebied zelf heb opgeleid. Er bestaat geen vergelijkbaar register waarin deskundigen op dit gebied zijn opgenomen. Ik was hoogst verbaasd toen ik hoorde dat een arts haar op dat moment wél in staat achtte haar testament te wijzigen. Die arts is er ingetuind. Ik acht een keuringsarts of een arbo-arts niet in staat een deskundig oordeel te geven over de wilsbekwaamheid van iemand. Je moet echt iemand hebben die specifieke expertise heeft op het gebied van het kunnen bepalen van je wil; dit vooral ten aanzien van het notariaat. Ook veel behandelend artsen, zoals psychiaters, zijn hiervoor onvoldoende toe gerust.’ 3Het geschil in conventie 3.1. [eisers] vorderen – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. - primair: te verklaren voor recht dat het testament van erflaatster mevrouw [erflaatster] d.d. 12 september 2018 nietig is, omdat het testament onder invloed van een stoornis van de geestvermogens tot stand is gekomen; - subsidiair: het testament te vernietigen aangezien dit in strijd met de goede trouw tot stand is gekomen en het in strijd zou zijn met redelijkheid en billijkheid wanneer gedaagden hieraan, gezien de omstandigheden van het geval, rechten zouden kunnen ontlenen; II. te verklaren voor recht dat de nalatenschap van erflaatster mevrouw [erflaatster] dient te worden afgewikkeld en verdeeld conform het bepaalde in het testament dat vóór 12 september 2018 van kracht was; III. gedaagden ieder afzonderlijk te veroordelen om op eerste verzoek binnen 15 dagen na dat verzoek volledige medewerking te verlenen aan het doen van een schriftelijke opgave van en afdracht aan eisers van de volledige nalatenschap op straffe van een dwangsom van € 500,-; IV. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure. 3.2. [eisers] leggen aan hun vordering ten grondslag dat erflaatster tijdens het passeren van het testament op 12 september 2018 niet in staat was om haar wil te bepalen vanwege een geestelijke stoornis. Dit maakt dat de uiterste wilsbeschikking in het testament nietig is en dat moet worden teruggevallen op het testament dat daarvoor is opgemaakt. 3.3. [gedaagde 1] voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [gedaagde 1] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [eiseres 1] : I. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting alsnog te voldoen aan artikel IIF van de notariële volmacht met erflaatster en een verklaring te geven van alle uitgaven in de periode van de volmacht, te weten van 13 februari 2018 tot en met 17 juli 2018, bestaande uit een kasboek inclusief (boodschappen)bonnetjes, uitleg kilometervergoeding, van alle uitgaven waaruit blijkt dat er alleen uitgaven zijn gedaan ten gunste van erflaatster, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,- per (gedeelte van een) dag dat zij in gebreke blijft; II. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen vijf dagen na betekening van het vonnis aan eiseres in reconventie namens de nalatenschap van erflaatster te betalen een bedrag van € 3.800,- wegens onrechtmatige onttrekking aan de nalatenschap, dan wel te verklaren voor recht dat dit bedrag in mindering komt van haar legitieme portie; III. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres in reconventie namens de nalatenschap binnen vijf dagen na betekening van het vonnis de officiële bankpapieren, waardepapieren en testamenten te verstrekken, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,- per (gedeelte van een) dag dat zij in gebreke blijft; IV. in de (na)kosten van het geding. 3.6. [gedaagde 1] legt aan haar vordering ten grondslag dat [eiseres 1] op grond van de door erflaatster verstrekte volmacht rekening en verantwoording moest afleggen. Verder heeft erflaatster verzocht om terugbetaling van de vermeende schenking. 3.7. [eisers] voeren verweer. 3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. Van de gedaagden is alleen [gedaagde 1] verschenen. Tegen gedaagden sub 2, 3 en 4 is verstek verleend. Het vonnis zal ten aanzien van alle partijen (dus ook gedaagden sub 2, 3 en 4) als een vonnis op tegenspraak worden beschouwd. Dit staat in artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zijn [eisers] ontvankelijk in hun vorderingen? 4.2. [gedaagde 1] voert als verweer dat [eisers] niet-ontvankelijk zijn in hun vordering tegen [gedaagde 1] in privé. Ten eerste omdat uitsluitend [gedaagde 3] als executeur bevoegd is de erfgenamen in rechte te vertegenwoordigen. Ten tweede omdat [gedaagde 1] de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard en [eisers] haar daarom in haar hoedanigheid als vereffenaar hadden moeten dagvaarden. Verder is de mogelijkheid aanwezig dat [eiseres 2] onder bewind staat wat haar onbevoegd maakt in privé in het geding te verschijnen. 4.3. Dit verweer treft geen doel. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] voldoende duidelijk hebben gemaakt tegen wie en in welke hoedanigheid zij de vorderingen hebben ingesteld. Dat zij, gelet op haar stelling dat [gedaagde 3] ten onrechte als executeur is aangemerkt, mede de anderen die in het door haar aangevochten testament zijn genoemd, heeft gedagvaard, levert niet de in de jurisprudentie bedoelde onduidelijkheid op die tot een niet-ontvankelijkverklaring zou moeten leiden. Dit alles geldt te meer nu allen tegen wie op deze nietigheid een beroep moet en kan worden gedaan in de procedure zijn betrokken. Is het testament nietig? 4.4. Het gaat om de vraag of op 12 september 2018 de wil van erflaatster aan de door haar in haar testament opgenomen verklaringen ontbrak. Als komt vast te staan dat op dat moment sprake was van een geestelijke stoornis die (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.