← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:7625

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 8286981 CV EXPL 20-329 Uitspraakdatum: 30 september 2020 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: Creditline B.V. gevestigd te Den Haag eiseres verder te noemen: Creditline gemachtigde: mr. P.M. Jongeling tegen Stichting WerkErvaringBedrijf Alkmaar h.o.d.n. Ome Piet verhuur en party service gevestigd te Alkmaar gedaagde verder te noemen: Ome Piet verhuur gemachtigde: mr. R.P. Groot 1Het procesverloop 1.

  1. Creditline heeft bij dagvaarding van 13 januari 2020 een vordering tegen Ome Piet verhuur ingesteld. Ome Piet verhuur heeft schriftelijk geantwoord. Creditline heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Ome Piet verhuur nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  2. Creditline is actief als incassobureau. Ome Piet verhuur houdt zich bezig met de verhuur van horeca- en partybenodigdheden. 2.
  3. Ome Piet verhuur heeft op 20 januari 2015 aan Steinachstubl (mevrouw [XX] ) een factuur gezonden voor een bedrag van EUR 3.500,- wegens het kwijt raken van een mobiele bar (hierna: de factuur). 2.
  4. Ome Piet verhuur heeft op 8 september 2016 een drietal facturen betreffende een totaalbedrag van EUR 4.886,41, waaronder de onder 2.2 genoemde factuur, gecedeerd aan Creditline voor een bedrag van EUR 500,-. 2.
  5. Creditline heeft ter incassering van de factuur een procedure gevoerd tegen mevrouw [XX] bij de kantonrechter te Den Haag. Deze heeft de vordering van Creditline, na bewijslevering, afgewezen bij eindvonnis van 31 oktober
  6. 3De vordering 3.
  7. Creditline vordert dat de kantonrechter Ome Piet verhuur veroordeelt tot betaling van EUR 4.608,25, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  8. Creditline legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Ome Piet verhuur bij de overdracht van zijn vordering op mevrouw [XX] wanprestatie heeft gepleegd, omdat hij geen vordering op haar had, wat volgt uit de afwijzing van deze vordering door de kantonrechter in Den Haag. Subsidiair beroept Creditline zich op dwaling. 4Het verweer 4.
  9. Ome Piet verhuur betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat na de overdracht van de vordering het incassorisico is overgegaan op Creditline, zodat de afwijzing van de vordering voor haar rekening dient te blijven. 5De beoordeling 5.
  10. Creditline heeft bij dagvaarding onder meer een beroep gedaan op haar algemene voorwaarden. Na verweer door Ome Piet verhuur dat deze voorwaarden niet van toepassing zijn, heeft zij haar stellingen ter zake niet nader onderbouwd, zodat moet worden aangenomen dat deze algemene voorwaarden toepassing missen. 5.
  11. Bij conclusie van repliek heeft Creditline nader uitgelegd dat zij haar vordering baseert op de akte van cessie, waarin is vermeld dat Ome Piet verhuur zijn vordering op mevrouw [XX] overdraagt aan Creditline. Nadien is in de procedure bij de kantonrechter in Den Haag echter gebleken dat Ome Piet verhuur ter zake geen vordering had. 5.
  12. Deze stellingen van Creditline houden geen stand. Uit het door de kantonrechter op 19 juli 2017 gewezen tussenvonnis blijkt dat de kantonrechter heeft vastgesteld dat de mobiele tap op het moment dat deze verdween al in het bezit was gesteld van Ome Piet verhuur. Het andersluidende betoog van Creditline achtte de kantonrechter niet geloofwaardig. Creditline is vervolgens nog toegelaten te bewijzen dat mevrouw [XX] de tap (desondanks) heeft meegenomen. Uit het eindvonnis blijkt dat Creditline heeft getracht de kantonrechter terug te laten komen op de eindbeslissing dat de tap voordat die verdween al in het bezit was gesteld van Ome Piet verhuur. Dat heeft de kantonrechter niet gedaan. Creditline is evenmin geslaagd in het leveren van het opgedragen bewijs. Uit deze feiten volgt niet dat Ome Piet verhuur ‘geen vordering had’ op het moment van de cessie aan Creditline. Er volgt alleen uit dat die vordering in die procedure niet kon worden vastgesteld. Dat sprake is van een door Ome Piet verhuur gefingeerde vordering, is niet anders onderbouwd dan met de gerechtelijke afwijzing van de vordering in de door Creditline aangespannen procedure. Dat is echter onvoldoende. 5.
  13. Om dezelfde reden kan ook het beroep op dwaling niet slagen. Creditline heeft namelijk ook aan die vordering ten grondslag gelegd dat de vordering van Ome Piet verhuur die aan haar is gecedeerd niet bestond. Die stelling heeft zij onvoldoende onderbouwd. 5.
  14. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Creditline zal afwijzen. 5.
  15. De proceskosten komen voor rekening van Creditline, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Creditline ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Ome Piet verhuur worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  16. wijst de vordering af; 6.
  17. veroordeelt Creditline tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Ome Piet verhuur worden vastgesteld op een bedrag van € 600,- aan salaris van de gemachtigde. 6.
  18. veroordeelt Creditline tot betaling van EUR 120,- aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Ome Piet verhuur worden gemaakt. 6.
  19. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskostenveroordeling en het nasalaris. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.