RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar adoptie en gezag Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 oktober 2020 in de zaak met zaak-/rekestnr.: C/15/305944/FA RK 20/4087: [de wensvader] en [de wensmoeder] , de wensvader en de wensmoeder, gezamenlijk de wensouders, wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. J.H. van der Tol, kantoorhoudende te Amsterdam, in welke zaak belanghebbende zijn: [de draagmoeder] en [de draagvader] , de draagmoeder en de draagvader, gezamenlijk de draagouders dan wel de juridische ouders, wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] . in de zaak met zaak-/rekestnr.: C/15/307492/FA RK 20/4934: De Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Haarlem, hierna te noemen: de Raad, --betreffende-- de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , in welke zaak belanghebbende zijn: [de draagmoeder] en [de draagvader] , de draagmoeder en de draagvader, gezamenlijk de draagouders dan wel de juridische ouders, wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , en [de wensvader] en [de wensmoeder] , de wensvader en de wensmoeder, gezamenlijk de wensouders, wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. J.H. van der Tol, kantoorhoudende te Amsterdam. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure met zaak-/rekestnr.: C/15/305944/FA RK 20/4087 (adoptie) blijkt uit: - het verzoekschrift van de wensouders, ingekomen op 17 juli 2020; - het rapport van de Raad van 11 augustus 2020, ingekomen op 14 augustus 2020; - het F9-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de wensouders van 25 augustus 2020. 1.2 Het verloop van de procedure met zaak-/rekestnr.: C/15/307492/ FA RK 20/4934 (gezag) blijkt uit: - het verzoekschrift van de Raad, ingekomen op 14 september 2020; - de nadere stukken van de Raad, ingekomen op 16 september 2020. 1.3 De zaken zijn aansluitend behandeld op de zitting van 28 september 2020, alwaar in de zaak omtrent het gezag zijn verschenen de wensouders, de draagouders en [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad. In de zaak omtrent de adoptie zijn vervolgens verschenen de wensouders, bijgestaan door mr. J.H. van der Tol (telefonisch) en de draagouders. 2Feiten en omstandigheden 2.1 De wensouders hebben acht jaar een relatie, waarvan zij vijf jaar samenwonen. 2.2 De draagouders zijn op [huwelijksdatum] gehuwd. 2.3 Uit de draagmoeder is op [geboortedatum] te [plaats] geboren het kind [de minderjarige] . 2.4 De draagmoeder is de tante van de wensmoeder. 2.5 De wensouders en de draagouders hebben een draagmoederschapsovereenkomst gesloten. De zwangerschap is tot stand gekomen door hoogtechnologisch draagmoederschap, hetgeen betekent dat de gameten zijn verkregen van de wensouders. De wensouders zijn genetisch gezien 100% verwant aan [de minderjarige] . 2.6 De draagouders zijn van rechtswege belast met het gezag over [de minderjarige] . 2.7 [de minderjarige] woont vanaf haar geboorte bij de wensouders. Om proceseconomische redenen zal hierna eerst het verzoek van de Raad worden besproken en daarna het verzoek van de wensouders. 3Verzoek van de Raad 3.1 De Raad verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, het gezag van de draagouders over [de minderjarige] te beëindigen. De Raad adviseert om de wensouders te benoemen tot voogd over [de minderjarige] , dan wel de adoptie uit te spreken. 3.2 Ter onderbouwing van het verzoek heeft de Raad aangegeven dat een gezagsbeëindiging van de draagouders in het belang van [de minderjarige] is. De draagouders zijn ongeschikt om hun plicht tot verzorging van [de minderjarige] te vervullen, omdat zij verwekt en gedragen is met de intentie dat de wensouders haar zullen verzorgen en opvoeden naar volwassenheid. De kinderwens van de draagouders is met de komst van hun eigen kinderen vervuld. De draagouders willen de verantwoordelijkheid en de zorg voor [de minderjarige] niet op zich nemen. Zij hebben zich niet gehecht, de draagmoeder heeft geen moeder-kindrelatie opgebouwd. De draagouders zijn juridisch gezien echter wel belast met het gezag over [de minderjarige] . Feitelijk gezien ligt de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bij de wensouders. De Raad acht het in het belang van [de minderjarige] dat de wensouders met de voogdij over [de minderjarige] worden belast. Dit doet recht aan het draagmoederschapstraject dat de draagouders en de wensouders gezamenlijk in gang hebben gezet. De wensouders zijn genetisch de biologische ouders van [de minderjarige] . Door de overdracht van [de minderjarige] aan de wensouders, direct na de geboorte, is de hechtingsrelatie tussen [de minderjarige] en de wensouders in gang gezet. De Raad heeft tot slot aangegeven, gezien de intentie van het gehele traject, namelijk dat de wensouders [de minderjarige] zullen verzorgen, opvoeden en adopteren, dat de Raad geen bezwaar heeft tegen het verzoek van de wensouders om [de minderjarige] direct te adopteren in plaats van na de wettelijke verzorgingstermijn van één jaar. De Raad acht het in het belang van [de minderjarige] dat zo spoedig mogelijk de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. 4Beoordeling 4.1 De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn. 4.2 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat de draagouders en de wensouders bewust de keuze hebben gemaakt voor draagmoederschap om de kinderwens van de wensouders te vervullen. Na veel overleg met elkaar hebben de draag- en wensouders zich tot het specialistisch team van het VU Medisch Centrum te Amsterdam (VUmc) gewend, waar zij zijn gescreend en in aanmerking zijn gekomen voor hoogtechnologisch draagmoederschap. De draag- en wensouders hebben zich uitgebreid laten informeren over de medische, psychische en juridische aspecten en de consequenties hiervan. Zij zijn daarna met elkaar een draagmoederschapsovereenkomst overeengekomen. Vervolgens is onder begeleiding van het VUmc via hoogtechnologisch draagmoederschap de zwangerschap tot stand gekomen. Ook na de geboorte van [de minderjarige] zijn de draagouders bij hun besluit gebleven om de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet op zich te nemen. [de minderjarige] wordt vanaf haar geboorte verzorgd en opgevoed door de wensouders en zij zal hier opgroeien. 4.3 Er is sprake geweest van hoogtechnologisch draagmoederschap, wat betekent dat [de minderjarige] 100% genetisch verwant is aan de wensouders. De draagouders zijn echter thans haar juridische ouders, nu de Nederlandse wet bepaalt dat een vrouw uit wie een kind wordt geboren de moeder is, en de man die met haar is gehuwd op het tijdstip van de geboorte, de vader. De wet bepaalt dan tevens dat de juridische (gehuwde) ouders gezamenlijk met het gezag zijn belast. 4.4 [de minderjarige] is na haar geboorte direct in het gezin van de wensouders opgenomen, geheel volgens het plan van de draagouders en de wensouders. Daardoor heeft er met de draagouders geen hechtingsproces plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank is de wettelijk genoemde bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] gelegen in het feit dat het ervoor moet worden gehouden dat de draagouders, gegeven hun intenties met het draagouderschap, in ieder geval emotioneel niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] op zich te nemen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn. Het is voorts van belang dat de wensouders, die [de minderjarige] vanaf haar geboorte opvoeden en verzorgen, de beslissingen over [de minderjarige] nemen en ook -juridisch- kunnen nemen. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a. BW is voldaan, en zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de draagouders toewijzen. 4.5 Door de beëindiging van het gezag van de draagouders komt een gezagsvoorziening over [de minderjarige] te ontbreken. De Raad heeft verzocht om de wensouders tot voogd te benoemen. Thans is echter ook het verzoek van de wensouders tot adoptie aan de orde. De rechtbank zal dan ook dat verzoek eerst bespreken en daarna ingaan op de voogdij. 5Verzoek van de wensouders 5.1 De wensouders hebben verzocht de adoptie uit te spreken van [de minderjarige] door de wensouders, waarbij tevens is verzocht te verklaren dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] na de adoptie ‘ [geslachtsnaam] ’ zal zijn. 6Beoordeling 6.1 De wettelijke regeling inzake adoptie is opgenomen in afdeling 12 van Boek 1 van het BW. 6.2 In artikel 1:227 BW zijn de grond voor adoptie opgenomen en in artikel 1:228 BW de voorwaarden. Artikel 1:229 BW en artikel 1:230 BW zien op de rechtsgevolgen van adoptie. Artikel 1:231 BW is in deze zaak niet aan de orde. 6.3 Van belang in deze zaak zijn de twee gronden genoemd in artikel 1:227, tweede en derde lid, BW. De eerste grond waaraan moet zijn voldaan zijn is dat de wensouders drie jaar aaneen-gesloten onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Aan die grond is voldaan. De tweede grond is dat de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en dat op het tijdstip van de adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.