← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:8002

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/740457-11 Uitspraakdatum: 14 september 2020 Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 september 2020 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , overleden op [datum] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. van Oosten en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

  1. (Medeplegen van) oplichting van [slachtoffer 1] in de periode 1 oktober 2009 t/m 1 oktober 2010;
  2. Oplichting van [slachtoffer 2] in de periode 1 juli 2009 t/m 22 oktober 2009;
  3. (Medeplegen van) oplichting van [slachtoffer 3] in de periode 25 januari 2010 t/m 26 oktober 2010;
  4. (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] door [naam] in de periode 1 juni 2010 t/m 4 oktober 2010;
  5. (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] door [naam] in de periode 1 juli 2010 t/m 30 september 2010;
  6. ( (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] door [naam] in de periode 8 oktober 2010 t/m 26 oktober 2010;
  7. ( (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] door [naam] in de periode 23 juni 2010 t/m 31 december 2010;
  8. ( (Medeplegen van) bedrieglijke bankbreuk in de periode 20 september 2010 t/m 30 oktober 2010;
  9. ( (Medeplegen van) valsheid in geschrifte in/omstreeks de periode 16 december 2010 t/m 11 juni 2012 en/of (medeplegen van) het op 11 juni 2012 gebruiken en of afleveren en of voorhanden hebben van een valselijk opgemaakt of vervalst geschrift. 1.2 De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 2Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De rechtbank heeft van de raadsman van verdachte een afschrift ontvangen van een akte van overlijden, op [datum] opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, waaruit blijkt dat verdachte op [datum] te ’ [plaats] is overleden. Volgens artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen en zal het Openbaar Ministerie - overeenkomstig zijn vordering - niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. 3Vorderingen benadeelde partijen Aangezien het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, kan de rechtbank de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] evenmin ontvangen in de vorderingen. 4Beslissing De rechtbank: Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging. Verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. M. Hoendervoogt, voorzitter, mrs. E.M. ten Bos en J. Lintjer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.