RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8400568 \ CV EXPL 20-2688 Uitspraakdatum: 21 oktober 2020 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EuroCollege Hogeschool Rotterdam B.V. gevestigd te Rotterdam eiseres verder te noemen: het EuroCollege gemachtigde: mr. J. Belderok (Pellicaan Advocaten) tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] procederend in persoon 1Het procesverloop 1.1. EuroCollege heeft bij dagvaarding van 10 maart 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. EuroCollege heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.1. EuroCollege is een evenement- en hotelmanagementschool die opleidingen op HBO-, Bachelor- en Masterniveau verzorgt in de wereld van reizen, commerciële dienstverlening, taalcursussen, management en ondernemen. 2.2. [gedaagde] heeft zich op 27 juli 2015 ingeschreven bij EuroCollege voor de, op 1 september 2015 startende, Bacheloropleiding International Business & Entrepreneurship (hierna: de opleiding). Het inschrijfgeld voor de opleiding bedraagt € 250,00 en het collegegeld bedraagt in totaal € 39.880,00. Overeengekomen is dat [gedaagde] het jaarlijks te factureren collegegeld in 12 maandelijkse termijnen zal voldoen. 2.3. Op de inschrijving voor de opleiding zijn de bepalingen van de ‘Algemene- en inschrijfvoorwaarden EuroCollege Hogeschool (EuroCollege) bacheloropleiding’ van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). 2.4. In de algemene voorwaarden staat onder meer opgenomen: (…) A. (…) 3. Het studiejaar bestaat (administratief) uit 12 maanden (…). (…) D. (…) 1. De nominale opleidingsduur bedraagt voor de bachelor hbo-opleidingen aan EuroCollege Hogeschool 2 jaar en 8 maanden. (…) (…) E. (…) 3. Indien de financiële verplichtingen door de student (…) niet worden nagekomen wordt vanaf de datum verzuim rente van 1,5% per maand in rekening gebracht, alsmede buitenrechtelijke incassokosten, welke 15% van de hoofdsom bedragen met een minimum van € 250,-. Zodra de student (…) in verzuim is, zijn alle vorderingen van het EuroCollege op de student (…) onmiddellijk opeisbaar. 4. Indien de financiële verplichtingen door de student (…) niet worden nagekomen kan de student de toegang tot de opleiding worden ontzegd, kunnen examenuitslagen, cijferlijsten en het diploma worden achtergehouden en kan de student uiteindelijk worden uitgeschreven van de opleiding. In deze omstandigheid vindt geen herberekening c.q. restitutie van de opleidingskosten plaats en dienen nog niet nagekomen financiële verplichtingen alsnog te worden voldaan. (…)’ 2.5. Tussen 30 juli 2015 en 1 juli 2016 heeft EuroCollege twaalf facturen aan [gedaagde] verstuurd, voor een totaalbedrag van € 13.958,75 (1x € 250,00 inschrijfgeld en 11x € 1.246,25 collegegeld). [gedaagde] heeft tussen 5 oktober 2015 en 9 juni 2016 een bedrag van € 7.723,75 voldaan aan EuroCollege. 2.6. Bij brief van 8 april 2016 is [gedaagde] door EuroCollege verzocht om voor 16 april 2016 over te gaan tot betaling van € 6.232,50. Daarbij is aan [gedaagde] medegedeeld: ‘Indien wij op deze datum het bedrag niet hebben ontvangen, wordt u uitgeschreven (…)’ 2.7. Bij brief van 31 mei 2016 is [gedaagde] door EuroCollege verzocht om voor 10 juni 2016 over te gaan tot betaling van € 7.480,00. Daarbij is aan [gedaagde] medegedeeld: ‘bent u per heden uitgeschreven’. 2.8. Bij brieven van 10 augustus en 6 september 2016 is [gedaagde] door EuroCollege verzocht om over te gaan tot betaling van € 6.235,00. 2.9. Bij e-mail van 3 oktober 2016 heeft [gedaagde] aan EuroCollege geschreven: ‘(…) Zoals afgesproken stuur ik u deze E-mail. Ik had al aangegeven dat ik op dit moment niet zoveel verdien. Ik wil graag met u afspreken dat ik 150 euro per maand aflos voor de komende 3 maanden. Daarna een nieuwe afspraak maken. (…)’ Hierop heeft EuroCollege bij e-mail van 4 oktober 2016 akkoord gegeven. 2.10. Bij e-mail van 22 april 2017 heeft [gedaagde] aan EuroCollege geschreven: ‘(…) Ik heb momenteel heel weinig inkomen en is voor mij lastig om schoolgeld te betalen terwijl ik geen studiefinanciering meer krijg. Ik wil ook graag weten waarom ik eigenlijk nog schoolgeld moet betalen, terwijl ik uitgeschreven ben. Ik ontvang ook graag van u waar ik voor heb getekend. (…)’ 2.11. Namens EuroCollege is bij brief van 7 juli 2017 aan [gedaagde] geschreven: ‘(…) Thans is er een bedrag van € 5.935 exclusief rente en kosten onbetaald gebleven. (…) tevens de contractuele rente ad 1,5% per maand verschuldigd (…) neerkomt op € 1.068,30. (…) In totaal bent u derhalve een bedrag van € 7.003,30 aan cliënte verschuldigd. (…) verzoek en, voor zover nodig, sommeer ik u voormeld bedrag (…) binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief over te maken (…).’ In de brief zijn ook buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. 2.12. Bij e-mail van 4 augustus 2017 is namens EuroCollege aan [gedaagde] geschreven: ‘(…) bent u middels ondertekening van het inschrijfformulier akkoord gegaan met de door cliënte gehanteerde Algemene- en inschrijfvoorwaarden, die op de achterkant van het formulier staan vermeld. In dat kader verwijs ik u naar de bijlage. U bent thans een bedrag van € 5.935 exclusief rente en kosten onbetaald gebleven aan cliënte. Ik wijs u op artikel E lid 4 van de Algemene- en inschrijfvoorwaarden, waarin staat dat u in geval van uitschrijving de nog niet nagekomen financiële verplichtingen alsnog dienen te worden voldaan. (…)’ 2.13. Bij brief en e-mail van 29 november 2019 is namens EuroCollege aan [gedaagde] geschreven: ‘(…) nog eenmaal de gelegenheid om over te gaan tot betaling van het verschuldigde bedrag. (…) Inmiddels is het totaal verschuldigde bedrag (…) opgelopen tot € 8.973,45. (…) binnen zeven dagen na dagtekening van deze brief over te maken (…).’ 3De vordering 3.1. EuroCollege vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 5.935,00, te vermeerderen met – primair – € 2.225,63 (+ p.m.) aan vertragingsrente ad 1,5% per maand, naar rato vermeerderd met de vertragingsrente ad 1,5% vanaf 1 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, dan wel met – subsidiair – € 250,04 (+ p.m.) aan wettelijke rente, naar rato vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij vordert EuroCollege veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke incassokosten, primair ter hoogte van € 890,25, subsidiair ter hoogte van € 812,82, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit alles met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten (daaronder begrepen de nakosten en daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de 15e dag na dagtekening van het vonnis). 3.2. EuroCollege legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] is door EuroCollege per 31 mei 2016 van de opleiding uitgeschreven omdat zij haar financiële verplichtingen niet nakwam. [gedaagde] heeft het openstaande bedrag aan collegegeld – ondanks diverse betalingsverzoeken, aanmaningen en betalingsafspraken – onbetaald gelaten. Op grond van artikel E lid 3 van de algemene voorwaarden is [gedaagde] 1,5% per maand aan vertragingsrente verschuldigd. Primair maakt EuroCollege dan ook aanspraak op de vertragingsrente, die tot en met mei 2018 € 2.225,63 bedraagt. Subsidiair maakt EuroCollege aanspraak op de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, die tot en met mei 2018 € 250,04 bedraagt. Op grond van artikel E lid 3 van de algemene voorwaarden is [gedaagde] 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten aan EuroCollege verschuldigd, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 890,25. Subsidiair maakt EuroCollege aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 812,82 inclusief btw. 4Het verweer 4.1. [gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij voert – samengevat – als volgt aan. [gedaagde] is bereid om de studieschuld te betalen, maar zij maakt bezwaar tegen de gevorderde rente en overige kosten, omdat de brieven van EuroCollege naar adressen zijn gestuurd waar [gedaagde] niet stond ingeschreven. De e-mails zijn verstuurd naar een e-mailadres dat [gedaagde] al heel lang niet meer gebruikte. Als EuroCollege de poststukken naar het juiste adres had gestuurd, zou [gedaagde] hebben betaald. 5De beoordeling 5.1. Het gaat in deze zaak – kort gezegd – om de vraag of [gedaagde] het openstaande bedrag aan collegegeld, de contractuele, althans wettelijke, rente en de buitengerechtelijke incassokosten aan EuroCollege verschuldigd is. 5.2. De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst tussen EuroCollege en [gedaagde] als een overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 BW tussen een professionele opdrachtnemer (EuroCollege) en een particuliere opdrachtgever ( [gedaagde] ). Er is sprake van een consumentenovereenkomst. Dit heeft tot gevolg dat de artikelen 7:400 e.v. BW en de (in het Nederlands recht geïmplementeerde) regels inzake Europees consumentenrecht van toepassing zijn. Volgens vaste Europese rechtspraak is de Nederlandse rechter ambtshalve gehouden te toetsen of een beding in een consumentenovereenkomst waarover tussen partijen niet afzonderlijk is onderhandeld, zoals een beding in algemene voorwaarden, als een oneerlijk beding moet worden aangemerkt in de zin van Richtlijn 93/13 EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) (zie onder andere HvJEU 30 mei 2013, ECLI:EU:C:2013:341). 5.3. Op grond van artikel 3 van de Richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voort- vloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De Nederlandse rechter dient deze toets (onder andere) te verrichten via de open norm van artikel 6:233 sub a BW en, meer in het bijzonder, de artikelen 6:236 en 6:237 BW. Op grond van de open norm is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien het onredelijk bezwarend is, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijdse kenbare belangen en de overige omstandigheden van de overeenkomst. 5.4. Ondanks dat [gedaagde] te kennen heeft gegeven bereid te zijn het achterstallige collegegeld te betalen, is de kantonrechter gehouden om bovengenoemde toets uit te voeren. De kantonrechter overweegt daarom als volgt. 5.5. EuroCollege heeft [gedaagde] per 31 mei 2016 van de opleiding uitgeschreven, omdat zij haar financiële verplichtingen niet nakwam. Op grond van artikel 7:408 lid 2 BW kon EuroCollege de overeenkomst in onderhavig geval slechts opzeggen in geval van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.