← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2020:9387

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sector Familie en jeugd locatie Alkmaar Zaaknummer: 8659820 \ BM VERZ 20-1836 SB Uitspraakdatum: 11 november 2020 Beschikking Op verzoek van: [verzoekster] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: verzoeker, met betrekking tot: [betrokkene] geboren te [geboorteplaats] , Nederlands-Indië, op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: betrokkene. procedure De rechter heeft kennisgenomen van: het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 21 juli 2020; de bereidverklaringen van de voorgestelde bewindvoerders; de akkoordverklaringen van de belanghebbenden; aanvullende stukken, ter griffie ingekomen op 26 augustus 2020; de aantekeningen van de mondelinge behandeling van het verzoek op 11 augustus 2020 en op 20 oktober 2020 (telefonisch). beoordeling Verzoeker heeft het formulier verzoek tot onderbewindstelling ingevuld. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 20 oktober 2020 is gebleken dat verzoeker geen onderbewindstelling (met toezicht van de kantonrechter) beoogt, maar wenst te worden belast met het bestuur over de goederen van de huwelijkse gemeenschap met uitsluiting van de betrokkene. De zaak is daarop door de kantonrechter verwezen naar de rechtbank. Nu de behandelend kantonrechter ook rechter is in deze rechtbank, heeft zij het verzoek op dezelfde zitting verder behandeld. Verzoeker en betrokkene zijn op 2 juni 1965 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Uit de door verzoeker overgelegde CIZ verklaring blijkt dat bij betrokkene sprake is van dementie. Beschermd wonen met zeer intensieve (24 uurs) zorg is noodzakelijk. Betrokkene is hierdoor niet langer in staat om de goederen van de huwelijksgoederengemeenschap te besturen. In het bijzonder geldt dat betrokkene, tezamen met anderen, eigenaar is van 64 onroerende zaken. Dit betreft investeringen in onroerende zaken die hij doet tezamen met anderen. Er worden geregeld onroerende zaken verkocht en aangekocht. Nu betrokkene niet meer in staat is onroerende zaken te verkopen is, ook voor de andere eigenaren van de onroerende zaken, een probleem ontstaan. Op grond van artikel 1:91 van het Burgerlijk Wetboek kan een echtgenoot, indien de andere echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn goederen of de goederen der gemeenschap te besturen of in ernstige mate tekortschiet in het bestuur van de goederen der gemeenschap, de rechtbank verzoeken het bestuur over die goederen of een deel daarvan met uitsluiting van de eerstgenoemde echtgenoot opgedragen te krijgen. Door de bij betrokkene bestaande afasie en dementie verkeert hij blijvend in de onmogelijkheid de goederen der gemeenschap, waaronder de onroerende zaken, te besturen. Gelet daarop acht de rechter het verzoek toewijsbaar. De rechter acht het niet noodzakelijk nadere regels omtrent het bestuur te stellen. beslissing De rechter: draagt het bestuur over de goederen der voornoemde huwelijksgoederengemeenschap met uitsluiting van [betrokkene] , op aan [verzoekster] , voornoemd; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, rechter in deze rechtbank, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De rechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.