RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaandam Zaaknummer : 8426989 \ WM VERZ 20-157 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 28 oktober 2020 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht. Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak ter zitting van 18 augustus 2020 aangehouden tot uiterlijk 29 september 2020 teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de foto van de gedraging te overleggen met daarop de vermelding van de datum en het tijdstip van de gedraging, zodat deze op dit onderdeel alsnog voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in het Beleidskader. De betreffende foto is niet ontvangen, waarna de kantonrechter uitspraak heeft bepaald. Overwegingen: De gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd luidt - kort omschreven - als volgt: handelen in strijd met gesloten verklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift – dat zich bij de stukken bevindt – de gronden daarvoor aangevoerd. Nu de door de kantonrechter gestelde termijn is verstreken en er van of namens de officier van justitie nog steeds geen juiste foto van de gedraging is verstrekt, is de gedraging onvoldoende vast komen te staan. De kantonrechter acht voor de beoordeling van onderhavige zaak kennisneming van de correcte foto van de gedraging noodzakelijk. De kantonrechter overweegt dat met de summiere gegevens uit het zaakoverzicht niet kan worden vastgesteld of de gedraging op de bewuste datum en tijdstip is gepleegd en verbindt hieraan de gevolgtrekking dat het beroep gegrond zal worden verklaard. De inleidende beschikking dient te worden vernietigd en het beroep dient gegrond te worden verklaard. De gemachtigde heeft een kostenveroordeling gevraagd wegens een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.