RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/045924-19 (P) Uitspraakdatum: 26 november 2020 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 november 2020 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1992 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Verlinden en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R. Haze, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 04 april 2018 tot en met 06 april 2018 te Beverwijk, zijn kind, [naam] (geboren [geboortedatum 2] ), heeft mishandeld door al dan niet met een voorwerp in/tegen haar gezicht te slaan en/of te stompen en/of te duwen dan wel in elk geval een (hevige) krachtsinwerking op haar gezicht/hoofd toe te passen. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De officier van justitie verwijst daartoe naar de conclusie van de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de inhoud van het advies van het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) met betrekking tot het bij de dochter van verdachte (hierna: [naam] ) geconstateerde letsel, in combinatie met het feit dat verdachte als enige bij haar was op het moment van ontstaan van dat letsel. Gelet hierop kan het in de visie van het Openbaar Ministerie niet anders dan dat verdachte zijn dochtertje heeft mishandeld. Hoe verdachte dat heeft gedaan blijft onduidelijk, maar in ieder geval moet een behoorlijke krachtsinwerking op haar gezicht hebben plaatsgevonden. Verder bevat het dossier informatie over eerder onverklaarbaar letsel bij [naam] . Dit is weliswaar niet ten laste gelegd, maar kleurt wel de gezinssituatie. De officier heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, waarbij in strafverminderende zin rekening is gehouden met het tijdsverloop in de zaak. 3.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe in de kern aangevoerd dat onduidelijk is hoe [naam] precies op haar hoofd terecht is gekomen en met welke kracht dat is gebeurd. Daarnaast heeft [naam] een factor V deficiëntie. Dit is een zeer zeldzame ziekte, waarover nog zoveel onbekend is dat het effect van die ziekte op het ontstaan van het letsel niet kan worden vastgesteld. Verder is van belang dat de deskundigen in hun rapportage en advies over de toedracht van het letsel slechts een waarschijnlijkheidsoordeel hebben gegeven. In de optiek van de verdediging maakt de omstandigheid dat iets percentueel vaker voorkomt niet dat in dit geval slechts sprake kan zijn van niet-accidenteel (toegebracht) letsel. 3.3 Oordeel rechtbank Verdachte is op 6 april 2018 bij het spreekuur van het consultatiebureau in Beverwijk verschenen met [naam] , destijds een baby van tien maanden oud. Bij [naam] is toen een grote blauwe plek op de linkerkant van haar gezicht geconstateerd. Verdachte heeft hierover bij het consultatiebureau verklaard dat [naam] twee dagen eerder, op 4 april 2018, op de zijkant van haar hoofd op de laminaatvloer was gevallen, nadat zij uit balans was geraakt tijdens het optrekken aan kussens. Omdat door het consultatiebureau werd getwijfeld aan de door verdachte geschetste toedracht van het letsel bij [naam] , heeft zij het LECK ingeschakeld om advies te geven over het letsel. Dit advies is op 23 april 2018 uitgebracht. Vervolgens heeft het NFI een rapportage uitgebracht over het letsel bij [naam] . Deze rapportage dateert van 13 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.