RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8953391 \ CV EXPL 21-9 Uitspraakdatum: 14 juli 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [werknemer] wonende te [woonplaats] , België eiseres verder te noemen: [werknemer] procederend in persoon tegen Samsung Electronics Air Conditioner Europe B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde verder te noemen: Samsung gemachtigde: mr. L.F. Dröge De zaak in het kort Deze zaak gaat over de vraag of de werkgeefster op grond van artikel 7:658, 7:611 of 6:162 BW aansprakelijk is voor de door de werkneemster geleden en nog te lijden schade. De werkneemster stelt dat zij een burn-out en depressie heeft gekregen door de werkomstandigheden, die er onder andere uit zouden bestaan dat zij door haar manager is gepest, vernederd en geïntimideerd. De kantonrechter oordeelt dat niet vast is komen te staan dat sprake is geweest van pesten, vernederingen en intimidatie danwel andere schadelijke werkomstandigheden. Ook is er onvoldoende bewijs voor het oorzakelijk verband tussen de psychische klachten en de werkomstandigheden. De kantonrechter oordeelt ook dat de werkgeefster haar zorgplicht niet heeft geschonden. De werkgeefster is daarom niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW. Omdat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de werkgeefster, is de werkgeefster ook niet aansprakelijk op grond van goed werkgeverschap en onrechtmatige daad. 1Het procesverloop 1.1. [werknemer] heeft bij dagvaarding van 11 december 2020 een vordering tegen Samsung ingesteld. Bij akte van 3 februari 2021 heeft [werknemer] aanvullende stukken toegezonden. Samsung heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. Op 22 juni 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [werknemer] , wiens advocaat zich voor de zitting heeft teruggetrokken, en Samsung hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [werknemer] bij akte van 9 juni 2021 aanvullende stukken toegezonden en haar eis gewijzigd. 2Feiten 2.1. [werknemer] is op 15 september 2017 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Samsung in dienst getreden in de functie van [functie] tegen een salaris van € 9.727,86 bruto per maand exclusief emolumenten voor 40 uur per week. [werknemer] rapporteerde tot 1 februari 2019 rechtstreeks aan [X] (hierna: [X] ), destijds CEO en leidinggevende van de divisie ‘ [divisienaam] ’ van Samsung. 2.2. Samsung houdt zich bezig met de Europese verkoop van airconditionings, climate systems en aanverwante producten en diensten. Samsung, onderdeel van het wereldwijde Samsung-concern, is in 2017 opgericht en is gevestigd op Schiphol. 2.3. In artikel 3.15 van het personeelshandboek van Samsung, dat onderdeel is van de arbeidsovereenkomst, staat dat iedere werknemer die slachtoffer is van geweld, pesterijen of seksuele intimidatie, contact kan opnemen met een onpartijdige ‘counsellor’. Verder wordt in het artikel verwezen naar de bijgevoegde ‘Flowchart Mobbing’, waarin de verschillende processtappen staan. Onderdeel van het handboek is ook een Code of Conduct, waarin staat dat de werknemers van Samsung moeten bijdragen aan een veilige en gezonde werkomgeving en zich moeten onthouden van gedrag dat een veilige en gezonde werkomgeving kan ondermijnen, zoals intimidatie, discriminatie of vriendjespolitiek. 2.4. [werknemer] woont in België maar heeft haar werkzaamheden steeds verricht vanuit het kantoor van Samsung op Schiphol, waar zij doordeweeks op kosten van Samsung in een hotel verbleef. 2.5. In een gesprek op 31 mei 2018 heeft [X] [werknemer] aangesproken op haar (stijl van) communiceren intern en extern en samenwerking, die door sommigen als vernederend en aanvallend wordt ervaren. In de gespreksbevestiging van 5 juni 2018 is [werknemer] met klem verzocht haar houding en in- en externe communicatie te veranderen. Ook in het beoordelingsgesprek over 2018 zijn kritische kanttekeningen geplaatst bij de aspecten communicatie en samenwerking. 2.6. In een e-mail van 12 december 2018 heeft [X] alle managers, waaronder [werknemer] , geschreven dat hij op verzoek van het moederbedrijf een nieuwe functie (van Vice President Global HVAC Solutions Business) zou gaan bekleden bij het hoofdkantoor van Samsung in Zuid-Korea. Hij liet in de e-mail weten dat hij weinig concrete veranderingen voor de aansturing van de werkzaamheden in Nederland verwachtte, aangezien hij zijn nieuwe positie zou gaan combineren met zijn huidige functie. 2.7. In een gesprek op 21 december 2018 heeft [X] [werknemer] verteld dat zij en haar team per 1 januari 2019 niet langer aan hem zouden rapporteren, maar aan [Y] (hierna [Y] ) de Vice President Customer Services, Pre-Sales and Business Development, omdat het toch niet mogelijk/wenselijk was twee functies te combineren. [Y] was bij dit gesprek aanwezig. 2.8. [werknemer] heeft in dit gesprek en in een e-mail van 22 december 2018 haar ongenoegen geuit over het feit dat zij voortaan aan [Y] in plaats van aan [X] zou moeten rapporteren. Zij schrijft in haar e-mail: ‘By not following a basic employment etiquette of conducting a one-to-one meeting to explain your intention for organization changes, you have demeaned yourself professionally. (…). You are very well aware that we work to move forward in our professional lives, and not step backwards. As I understand, the proposed change in reporting line for Product management is a step-down for me in hierarchy and authority. (…) Because of the manner in which you setup today’s meeting, we ended it unproductive and mutually insensitive. Anyhow, if your verbal communication of today was a final decision, I expect a formal letter from you with the intended change in organization and reporting line’ 2.9. Op 4 januari 2019 hebben [X] en [werknemer] nog een keer over de wijziging in de rapportagelijn gesproken. [werknemer] heeft daartegen toen opnieuw bezwaar gemaakt. 2.10. In een gesprek op 10 januari 2019 heeft [werknemer] haar bezwaren tegen de wijziging ook met de toenmalige HR Business Partner van Samsung gedeeld. 2.11. In de avond van 17 januari 2019 hebben [Y] en [werknemer] op verzoek van [Y] met elkaar gesproken over de wijziging in de rapportagelijnen en het feit dat [werknemer] haar team hierover nog niet had geïnformeerd. 2.12. Op 21 januari 2019 heeft [werknemer] naar aanleiding van het gesprek met [Y] op 17 januari 2019 een klacht over [Y] ingediend bij het toenmalige (interim) Hoofd HR ( [naam] ) en de CFO van Samsung. Zij schrijft: ‘On 17th January 2019 evening 19:30 when I was leaving the office, [Y] stopped me on my way out, and requested my time. Although I mentioned I was in a hurry to leave so I can take my medicines on time, he insisted to speak with me immediately. In the meeting room on 5th floor, he confronted me and asked if I informed my team about the reporting line change to him. I replied NO, and said I cannot make any such communication to my team without a formal company decision explaining the change. [Y] threatened me that if I do not inform the PM team, he will do so himself without me. [Y] threatened that my reporting line change to hem has already been decided (?), and bullied me to share what I discussed with [X] . I refused to share details of my confidential meeting with [X] who is officially my manager. [Y] then aggressively stated that if I don’t share the details, he will find out himself from [X] . I believe that as an employee of Samsung, I should not have to face such aggression and bullying tactics from a person of higher authority (…)’. 2.13. Op 22 januari 2019 heeft het Hoofd HR een gesprek met [werknemer] gehad, waarin de klachtenregeling van Samsung met [werknemer] is besproken. Daarbij is het verschil toegelicht tussen een informele en een formele klachtafhandeling, waarbij de informele route bestaat uit interviews met [werknemer] en [Y] , gedaan door HR en Legal die als vertrouwenspersoon zijn aangewezen, en de formele route, die bestaat uit interviews met alle betrokken partijen, waarbij alles schriftelijk wordt vastgelegd en er een ‘external counsel’ kan worden betrokken. In de e-mail van 23 januari 2019, waarin het voorgaande aan [werknemer] is bevestigd, is ook aangegeven dat de communicatie over de wijziging van de rapportagelijnen nog even zou worden uitgesteld. 2.14. Op 23 januari 2019 heeft [werknemer] aangeven dat zij kiest voor een formele klachtafhandeling. Het Hoofd HR heeft diezelfde dag aan [werknemer] bevestigd dat het formele traject in gang zou worden gezet, met als eerste stap een interview tussen [werknemer] , het Hoofd Legal ( [naam] ) en Hoofd HR. 2.15. Op 24 januari 2019 heeft het interview tussen [werknemer] , het Hoofd HR en het Hoofd Legal plaatsgevonden. [werknemer] heeft in het interview aangegeven dat er nog meer incidenten met [Y] zijn geweest die voor haar aanleiding waren een klacht tegen hem in te dienen. 2.16. Op verzoek van het Hoofd HR en het Hoofd Legal heeft [werknemer] op 4 februari 2019 die eerdere incidenten op papier gezet. Daarin omschrijft [werknemer] vijf situaties waarin zij te maken had [Y] . 2.17. In een e-mail van 5 februari 2019 heeft [X] [werknemer] geschreven dat de wijziging in rapportagelijnen die week aan de organisatie gecommuniceerd zou gaan worden. Hij schrijft: ‘To us, your complaint seems to mainly relate to actions from [Y] where he had a different opinion, interfered with business areas that are in our view your sole responsibility, or enquired about information that you did not want to share. Although it is clear that there were some disagreements between the two of you, in our view the majority are disagreements that may occur within a business, even if perceived otherwise by you. We think these situations should be looked into, but we are not convinced at this moment that these are of such a level that it should affect the board decision. We also consider that further postponing the organizational change is bad for the company, [Y] ’s alleged actions did not seem to be aimed at you as a person or against your wellbeing, there have not been any similar complaints about [Y] before, and of course that until proven otherwise we assume a person is innocent (unless there are exceptional circumstances). All of this brings me to the conclusion that we are now going to announce the organizational change, while the complaint and any further discussion about your objections can be dealt with in parallel. (…)’ 2.18. Op 7 februari 2019 heeft [werknemer] zich ziek gemeld. Zij is sindsdien (onafgebroken) volledig arbeidsongeschikt geweest. 2.19. Op 8 februari 2019 heeft Samsung de organisatie geïnformeerd over de wijziging van de rapportagelijnen, waardoor de afdeling Product Management aan [Y] gaat rapporteren. 2.20. Op 7 en 18 februari 2019 is [werknemer] gevraagd om tijdens haar ziekte de ‘approvals’ aan [Y] door te sturen. Omdat [werknemer] hieraan geen gehoor gaf, heeft [Y] haar in een e-mail van 5 maart 2019 nog een keer gevraagd dit te doen. Hij heeft daarbij aangekondigd dat hij de aanpassing door IT laat doen voor het geval [werknemer] daar door haar ziekte niet toe in staat is. 2.21. Op 7 maart 2019 heeft [werknemer] deze e-mail van [Y] doorgestuurd aan [X] , aan wie ze schrijft: ‘This action on his part also validates my complaint against him, if you can take note of his tone and ultimatum to a sick colleague without the least human consideration. Let me remind you that on 21st December 2018 and on 4th January 2019 I unambiguously stated my disagreement to you regarding your proposed change to my reporting line to [Y] . I did not accept to report to [Y] due to his intimidation and harassment towards me at work (…). Following that, I faced another bullying incident from [Y] , which I reported to the HR Department through a formal complaint. (…). The intimidation and harassment at work has inflicted damage upon me that has led to health issues and incapacity to work. Under these circumstances, I am changing the delegation of authority to you as my manager (…)’. 2.22. In reactie op deze e-mail heeft [X] diezelfde dag aan [werknemer] geschreven dat de wijziging van de rapportagelijn een besluit van het bestuur is dat al is ingevoerd en dat [werknemer] niet het recht heeft dit besluit af te wijzen of haar eigen manager te kiezen. 2.23. In de eerste periode na de ziekmelding hebben [werknemer] en HR een discussie gehad over controles door de Nederlandse arbo-arts, waarvoor [werknemer] door Samsung was opgeroepen maar niet was verschenen. [werknemer] stelde zich op het standpunt dat zij daartoe niet verplicht was, omdat de controles vanwege haar woonplaats in België (en status als grensarbeider) door een Belgische arts moeten worden gedaan. Na meerdere e-mails over en weer heeft Samsung het standpunt van [werknemer] als juist erkend en is [werknemer] niet meer opgeroepen voor controles door de Nederlandse arbo-arts. 2.24. In een brief van 17 juli 2019 heeft [huisarts] , de Belgische behandelend (huis-)arts van [werknemer] (hierna: [huisarts] ) aan de Nederlandse arbo-arts van Samsung geschreven dat [werknemer] last heeft van een diepe depressie als gevolg van incidenten op het werk en dat zij niet in staat is haar werk te hervatten of om te reizen om met haar werkgever af te spreken. 2.25. Certimed, de in België bevoegde instantie, heeft op 14 juni 2019 en 29 juni 2020 geoordeeld dat [werknemer] volledig arbeidsongeschikt is. 2.26. In een brief van 14 maart 2020 (waarvan een beëdigde Nederlandse vertaling is overgelegd) heeft [huisarts] aan de voormalig gemachtigde van [werknemer] onder andere geschreven dat: - [werknemer] kampt met een burn-out en diepgaande angstdepressie;- dit het gevolg is van de manier waarop [werknemer] door Samsung is vernederd en geïntimideerd;- de HR afdeling haar lijden heeft ontkend en de geheimhouding heeft geschonden door alles wat door [werknemer] aan HR werd toevertrouwd aan de manager te melden;- de eerdere manager van [werknemer] haar heeft verraden door de intimidatie te ontkennen en ervoor te zorgen dat ze voor de vernederende persoon moest werken;- geen sprake is geweest van seksuele intimidatie. 2.27. In een brief van 1 oktober 2020 (waarvan een beëdigde Nederlandse vertaling is overgelegd) heeft [huisarts] het UWV - in het kader van een door Samsung aangevraagd deskundigenoordeel – onder meer geschreven dat [werknemer] zeer getraumatiseerd is door de houding die Samsung ten opzichte van haar heeft aangenomen door haar zonder aanwijsbare reden en zonder overleg mede te delen dat ze voortaan onder de directe orders van [Y] zou worden geplaatst, waarvan zij meerdere malen vernederingen had moeten ondergaan. [huisarts] schrijft verder dat [werknemer] hierdoor kampt met een burn-out, een diepe depressie, angstaanvallen, slapeloosheid, verminderde eetlust, bloedarmoede en aanhoudende symptomen van posttraumatische stress en dat zij verschillende medicatie gebruikt, wekelijks wordt gecontroleerd voor psychologische ondersteuning en is doorverwezen voor een psychologisch onderzoek. 2.28. In een brief van 18 november 2020 (waarvan een beëdigde Nederlandse vertaling is overgelegd) heeft [neuropsychiater] , neuropsychiater (hierna [neuropsychiater] ) aan onder andere de voormalig gemachtigde van [werknemer] geschreven: ‘Ik heb meerdere malen met [werknemer] gesproken in het kader van een beoordeling van een complexe situatie waarvan zowel depressie als een burn-out deel uitmaken. Deze beoordeling is gebaseerd op gesprekken en diverse brieven van haar behandelend arts, Dr [huisarts] , en van de psycholoog, [psycholoog] , die in december 2019 kennis met haar heeft gemaakt. (…). Door veranderingen in de hiërarchie kreeg ze een persoon als baas toegewezen met wie ze eerder had gewerkt en met wie ze geen affiniteit had. [werknemer] zal een typische situatie van intimidatie beschrijven waarvan de handelswijze op dit moment vrij klassiek is, met als doel de werknemer door meerdere pesterijen per dag ertoe te beween ontslag te nemen zonder ontslagvergoeding. Deze situatie veroorzaakte een psychische en fysieke decompensatie bij de patiënte, die goed is omschreven door de huisarts, Dr [huisarts] . De diagnose van een reactieve depressie en een burn-out als gevolg van een professionele omgeving van intimidatie is vastgesteld. (…).’ 2.29. [werknemer] heeft verder nog twee Franstalige verslagen van 12 en 25 mei 2021 van [huisarts] overgelegd. 2.30. Na twee jaar ziekte heeft Samsung per 7 februari 2021 de loonbetaling aan [werknemer] stopgezet en het UWV toestemming verzocht de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. 2.31. Samsung heeft een verklaring van 24 februari 2021 van [Y] overgelegd, waarin hij onder andere verklaart dat het gesprek met [werknemer] op 17 januari 2019 ongeveer vijf minuten heeft geduurd, dat hij [werknemer] tijdens het gesprek niet geïntimideerd heeft, dat hij niet de indruk had dat [werknemer] zich bedreigd of geïntimideerd voelde en dat hij in zijn 29-jarige carrière nooit eerder klachten heeft gehad over pesterijen, intimidatie of oneerlijke behandeling van medewerkers. 3De (gewijzigde) vordering 3.1. [werknemer] vordert dat de kantonrechter, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. voor recht verklaart dat Samsung op grond van artikel 7:658 BW, 7:611 BW of 6:162 BW aansprakelijk is voor door [werknemer] geleden en nog te lijden schade en Samsung te veroordelen tot betaling van die schade, nader op te maken bij staat; 2. Samsung veroordeelt tot betaling aan [werknemer] van een voorschot op de schadevergoeding van € 20.000,- netto; 3. Samsung veroordeelt tot betaling aan [werknemer] van de door haar gemaakte redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid; 4. Samsung veroordeelt tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen na de datum van het vonnis is betaald. 3.2. [werknemer] legt aan de vordering primair ten grondslag – kort weergegeven – dat haar ziekte een rechtstreeks gevolg is van de werkomstandigheden en dat Samsung haar zorgplicht heeft geschonden, zodat Samsung op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de door [werknemer] geleden en nog te lijden schade.Subsidiair is Samsung aansprakelijk op grond van artikel 7:611 BW doordat Samsung niet als goed werkgever heeft gehandeld door [werknemer] te verplichten nauw met [Y] samen te werken ondanks duidelijk kenbaar gemaakte bezwaren van [werknemer] , haar niet serieus te nemen in haar klachten, geen OR in te stellen, geen (onafhankelijke) vertrouwenspersoon te benoemen, de Flowchart Mobbing niet te volgen, het formele onderzoek niet af te ronden, de vertrouwelijkheid te schenden door [X] in de klachtafhandeling te betrekken, van [werknemer] te verlangen dat zij 1 op 1 het gesprek met [Y] zou aangaan, [werknemer] tegen te werken in het proces rondom haar ziekmeldingen de bedrijfsarts niette informeren over de status als grensarbeider. Meer subsidiair is Samsung aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW omdat Samsung onrechtmatig jegens [werknemer] heeft gehandeld door de reporting line change ondanks bezwaren van [werknemer] door te zetten, het formele onderzoek niet af te ronden, en [werknemer] te verplichten zelf het gesprek met [Y] aan te gaan. 4Het verweer 4.1. Samsung betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat Samsung niet aansprakelijk is voor de door [werknemer] gestelde schade, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen. Van een causaal verband tussen de arbeidsomstandigheden bij Samsung en de (nauwelijks toegelichte) gezondheidsklachten die [werknemer] stelt te ervaren is niet gebleken. Bovendien is van schadelijke of ongezonde arbeidsomstandigheden bij Samsung geen sprake geweest. Samsung heeft ook haar zorgplicht voor een veilige werkomgeving niet geschonden. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt allereerst (ambtshalve) vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat op grond van artikel 4 lid 1 van de Brussel-I bis-Verordening, de rechter bevoegd is van de plaats waar de gedaagde woont, Nederland in dit geval. 5.2. Het gaat in deze zaak om de vraag of Samsung op grond van artikel 7:658 BW, 7:611 BW of 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die [werknemer] stelt te hebben geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden bij Samsung. De kantonrechter oordeelt dat Samsung niet schadeplichtig is. Daartoe wordt het volgende overwogen. Is Samsung aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW? Nee 5.3. Op grond van artikel 7:658 lid 2 BW is een werkgever tegenover een werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij zijn zorgplicht als bedoeld in lid 1 van dat artikel is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De Hoge Raad heeft beslist dat artikel 7:658 BW ook van toepassing is bij psychische schade. 5.4. Hieruit volgt in beginsel dat de werknemer die de werkgever aansprakelijk wil stellen, in de eerste plaats dient te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat hij de schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden (causaal verband tussen de werkzaamheden en de schade). Indien dit vast komt te staan, dient de werkgever vervolgens te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij heeft voldaan aan zijn verplichting om voor een veilige werkplek en gezonde arbeidsomstandigheden te zorgen. 5.5. Wanneer echter de werknemer stelt en bewijst dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.