RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8240992 \ CV EXPL 19-19859 Uitspraakdatum: 10 november 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: een rechtspersoon naar het recht van Duitsland Flightright GMBH gevestigd te Duitsland eiseres hierna te noemen Flightright gemachtigde mr. H. Yildiz (Weiss Legal) tegen de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. R.L.S.M. Pessers en K.A. Bossenbroek 1Het procesverloop 1.
- Flightright heeft bij dagvaarding van 18 december 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- Flightright heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. Flightright heeft hierna nog een akte genomen. 2De feiten 2.
- De passagier [de passagier] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Hannover (Duitsland) via Amsterdam-Schiphol Airport naar Rennes (Frankrijk) op 2 oktober
- 2.
- De vlucht van Hannover naar Amsterdam-Schiphol Airport is met vertraging uitgevoerd, waarna de passagier de aansluitende vlucht heeft gemist. De passagier is omgeboekt en met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. 2.
- De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Flightright. Flightright heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
- De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- Flightright vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- Flightright heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging op de eindbestemming gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,
- 4Het verweer 4.
- De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de langdurige vertraging van de passagier is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, te weten door de luchtverkeersleiding, “Eurocontrol Network Manager” (hierna; Eurocontrol) opgelegde restricties in de vorm van een CTOT beslissing. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- De kantonrechter heeft geen acht geslagen op het in de laatste akte van Flightright opgenomen commentaar dat niet ziet op de door de vervoerder in zijn laatste conclusie overgelegde productie. Flightright is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om zich over die productie uit te laten, maar niet om het in de eerdere twee schriftelijke rondes gevoerde debat voort te zetten 5.
- Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening. 5.
- In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt. 5.
- De vervoerder betoogt aan dat de vlucht volgens de oorspronkelijke planning om 14:30 uur lokale tijd (12:30 uur UTC) vanuit Hannover zou vertrekken. Twee uur voordat de vlucht zou vertrekken is een ‘slot allocation message’ afgegeven, waaruit volgt dat een CTOT is opgelegd voor 12:35 uur UTC vanwege vertragingscode 83 (ATFM due to RESTRICTION AT DESTINATION AIRPORT). Vervolgens heeft het Network Manager Operations Centre (NMOC) een zogenaamde ‘slot revision message’ met een nieuwe CTOT voor 13:34 uur UTC eveneens met vertragingscode 83 uitgegeven. De vlucht kon hierdoor uiteindelijk om 13:20 uur UTC (15:20 uur lokale tijd) met een vertraging van 50 minuten worden uitgevoerd. De passagier heeft als gevolg hiervan zijn aansluitende vlucht niet gehaald. De vervoerder voert voorts aan dat hij deze buitengewone omstandigheden niet kon voorkomen en dat de passagier vervolgens is omgeboekt naar de eerste beschikbare alternatieve vlucht. 5.
- Volgens Flightright wordt een CTOT bericht verzonden door Eurocontrol aan de vervoerder, nadat de vervoerder heeft aangegeven de aan hen toegewezen slot niet te kunnen benutten. Het is dan ook het Operations Center van de vervoerder die de reden aangeeft, en niet Eurocontrol, aldus Flightright. De kantonrechter begrijpt dat Flightright stelt dat hierom de achterliggende reden van de CTOT van belang is. De vervoerder heeft dit gemotiveerd weersproken en heeft daartoe aangevoerd dat het ‘operational log’ wordt geopend door het NMOC, onderdeel van Eurocontrol, na het indienen van het vluchtplan door de luchtvaartmaatschappij. Vervolgens volgen er berichten van Eurocontrol en de bij de desbetreffende vlucht betrokken luchtverkeersleidingdiensten. Eurocontrol heeft aan het vliegtuig dat de vlucht uitvoerde enkele berichten verstuurd waarin een ‘calculated take off time’, ofwel CTOT, aan het vliegtuig is opgelegd. Uit pagina 6 van de ATFCM Users Manual van Eurocontrol blijkt duidelijk dat het toestel geen toestemming kreeg om te vertrekken en een CTOT opgelegd kreeg door de luchtverkeersleiding. De kantonrechter is dan oordeel dat de vervoerder hiermee voldoende heeft aangetoond dat de vertrekvertraging van de vlucht van 50 minuten het gevolg is van een nieuwe CTOT met vertragingscode
- Niet gebleken is dat de vervoerder zelf om een nieuwe vertrektijd heeft verzocht. De vervoerder heeft daarbij voldoende onderbouwd dat de restricties zijn opgelegd door luchtverkeersbeheer vanwege restricties op de luchthaven van bestemming. Anders dan Flightright stelt is het besluit van de luchtverkeersleiding tot het opleggen van een andere CTOT een van buiten komende oorzaak waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed kan uitoefenen. De vervoerder dient deze op te volgen. Het besluit van de luchtverkeersleiding tot het opleggen van een nieuwe CTOT kwalificeert in het onderhavige geval dan ook als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 5.
- Voorts dient de vraag te worden beantwoord of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen invloed kan uitoefenen op de luchtverkeersleiding en dat de vlucht alsnog zo spoedig mogelijk is uitgevoerd. Voorts heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat de minimale overstaptijd op de luchthaven Schiphol voor de onderhavige vlucht 40 minuten bedraagt. Niet in geschil is dat de overstaptijd voor de vlucht 55 minuten was. Dit houdt in dat de passagier slechts een buffer had van 15 minuten om de aansluitende vlucht te halen, hetgeen dan ook door de kantonrechter als onvoldoende wordt gekwalificeerd omdat in beginsel een minimale buffer van 20 minuten noodzakelijk wordt geacht. De passagier had te Amsterdam-Schiphol Airport echter een aankomstvertraging van 50 minuten zodat hij, ook al zou de vervoerder voldoende reservetijd in acht hebben genomen, de aansluitende vlucht niet meer had kunnen halen. Onbetwist is dat de vervoerder de passagier vervolgens heeft omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht met beschikbare plaatsen. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder kon worden verwacht. De vordering tot betaling van compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening wordt dan ook afgewezen. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van Flightright, omdat deze ongelijk krijgt. Weliswaar heeft Flightright verzocht de vervoerder ook in het geval hij wordt gevolgd in zijn stelling dat sprake is van een buitengewone omstandigheid in de proceskosten te veroordelen, maar dat verzoek wordt afgewezen. Flightright heeft niet gesteld dat zij niet tot dagvaarding over zou zijn gegaan als zij voorafgaande aan de procedure door de vervoerder in kennis zou zijn gesteld van feiten en omstandigheden die pas in deze procedure bij Flightright bekend zijn geworden. Er is daarom geen grond voor de stelling dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven. 5.
- Ook de nakosten komen voor rekening van Flightright, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- wijst de vordering af; 6.
- veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 150,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Flightright tot betaling van € 37,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 6.
- verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter