RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9310721 \ WM VERZ 21-300 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 27 augustus 2021 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 27 augustus
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 12 km/h (verkeersbord A1). Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 5 en 5a Wahv is de kentekenhouder van een motorrijtuig of aanhangwagen aansprakelijk voor de opgelegde sanctie, tenzij zich één van de in artikel 8 Wahv bedoelde uitzonderingen voordoet. Eén van die uitzonderingen betreft het geval waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk en bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst over legt, waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig of de aanhangwagen was (art. 8 sub b Wahv). Een eventuele onderhuurovereenkomst voldoet dus niet. Bovendien moet de overgelegde huurovereenkomst voldoende correcte gegevens van de huurder bevatten om de officier van justitie in staat te stellen op basis daarvan de sanctie aan de huurder op te leggen. Betrokkene heeft geen huurovereenkomst overgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst die voldoet aan daaraan in art. 8 sub b WAHV gestelde eisen. Dat brengt met zich mee dat het beroep ongegrond wordt verklaard en dat betrokkene zelf aansprakelijk blijft voor voldoening van de sanctie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: