← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:11066

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9048779 \ WM VERZ 21-63 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 4 mei 2021 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 4 mei

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, tezamen met zijn [vader van betrokkene] als getuige. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen ism een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/
  2. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij bestemmingsverkeer was omdat hij spullen moest ophalen bij zijn ouderlijk huis en legt daarbij een afbeelding van een bezoekerspas over. Tevens stelt betrokkene dat hij niet is gekeerd, maar om 11 uur is aangekomen op het eiland. Vervolgens zou betrokkene van een BOA toestemming hebben gekregen om door te rijden naar zijn ouderlijk huis, waarna betrokkene om 14.14 uur dus op de terugweg was, aldus betrokkene. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal een niet voldoende specifieke toelichting gegeven. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Deze twijfel dient in het voordeel van betrokkene te worden uitgelegd. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de beslissing van officier van justitie zal worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  3. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.