← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:11084

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/1362 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2021 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Heemstede, verweerder (gemachtigde: mr. drs. M.R. Staller en drs. J.C. Jacobs). Procesverloop In het besluit van 8 september 2020 heeft verweerder aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd vanwege het niet voldoen aan de voorschriften van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. In het besluit van 9 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2021 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam], verweerder door zijn gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend. Eiseres stelt op 23 september 2020 bezwaar te hebben gemaakt, maar verweerder heeft toen geen bezwaarschrift ontvangen. Verweerder heeft pas op 11 december 2020 per e-mail een bezwaarschrift van eiseres ontvangen.
  2. De rechtbank overweegt dat eiseres een bezwaarschrift van 23 september 2020 heeft overgelegd maar dat uit niets blijkt dat ze het ook heeft verstuurd. Verweerder stelt dat bezwaarschrift niet te hebben ontvangen, eiseres kan niet aannemelijk maken dat ze het heeft verstuurd. De door eiseres genoemde omstandigheid dat zij al eerder met de GGD en verweerder had gesproken over de geconstateerde overtredingen van de Wet kinderopvang hoeven voor verweerder geen reden te zijn om aan de termijnoverschrijding voorbij te gaan.
  3. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gaat daarom niet op het inhoudelijke geschil tussen partijen in.
  4. Het beroep is ongegrond.
  5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2021 door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Broekhoven, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.