RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL21.14764 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker 4] , geboren op [geboortedatum 4] , V-nummer: [v-nummer 4] [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [v-nummer 1] [verzoeker 2] , geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [v-nummer 2] [verzoeker 3] , geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [v-nummer 3] van Nigeriaanse nationaliteit, verzoekers (gemachtigde: mr. drs. J.E. Groenenberg.), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekers stellen dat verweerder heeft aangegeven betrokkenen op 22 september 2021 te willen uitzetten naar hun land van herkomst. Telefonisch is de voorgenomen uitzetting (waarschijnlijk) door het COA, doch in ieder geval de Staatssecretaris van Justitie aan de gemachtigde van verzoekster bevestigd. Verzoekers hebben tegen dit voornemen bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben tevens voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 22 september 2021 hebben verzoekers het verzoekschrift ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het verzoekschrift hebben verzoekers verzocht om verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de voorzieningenrechter. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft op 6 oktober 2021 gereageerd. Bij brief van 12 oktober 2021 hebben verzoekers op de brief van verweerder van 6 oktober 2021 gereageerd. Nu partijen niet hebben aangegeven om over het verzoek om proceskosten op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.