← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:11146

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Haarlem vervangende toestemming ex artikel 1:253a BW provisionele voorziening ex artikel 223 Rv zaak-/rekestnr.: C/15/319553/FA RK 21/4053 (bodemprocedure) C/15/319548/FA RK 21/4050 (provisionele voorziening) Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 21 oktober 2021 in de zaak van: [verzoekster] , wonende op een geheim adres, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. G.H.G. Reitsma-van Riel, kantoorhoudende te Hoofddorp, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. A.G. Ouwejan, kantoorhoudende te Breukelen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek (bodemprocedure en provisionele voorziening), met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 18 augustus 2021; - het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 23 augustus 2021; - F-2 formulier van de advocaat van de vader van 7 september 2021 (onttrekkingsbrief mr. Coxon); - F-2 formulier van de advocaat van de vader van 9 september 2021 (stelbrief mr. Ouwejan); - het aanvullend verzoek (bodemprocedure), met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 20 september 2021; - het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 21 september
  2. 1.
  3. De behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 september 2021 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. Reitsma en de vader door mr. Ouwejan. Tegelijkertijd heeft de behandeling plaatsgevonden van de nevenverzoeken (zorgregeling en kinderbijdrage) in de procedure betreffende de echtscheiding, bekend bij deze rechtbank onder zaak- en rekestnummer C/15/312146/FA RK 21/
  4. Ter zitting was als informant aanwezig mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad). 2De feiten 2.
  5. Partijen zijn op [datum] in [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 14 april
  6. 2.
  7. Het minderjarige kind van partijen is [achternaam kind] : - [voornamen kind] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna ook te noemen [de minderjarige] . De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] . De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] is bij de moeder. 3Het geschil 3.
  8. De moeder heeft in de bodemprocedure verzocht om haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] op Islamitische wijze te laten besnijden bij [kliniek] , binnen drie maanden na afgifte van deze beschikking en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren; voor het aanvragen van een paspoort voor [de minderjarige] bij de gemeente Haarlemmermeer; voor een vakantie van [de minderjarige] met de moeder naar Dubai in de maand februari 2022 . 3.
  9. De moeder heeft verzocht om, afzonderlijk en voorafgaand aan de beslissing in de bodemprocedure, bij wijze van provisionele voorziening haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] op Islamitische wijze te laten besnijden bij [kliniek] , binnen drie maanden na afgifte van deze beschikking en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  10. De vader heeft ter zitting verweer gevoerd. 3.
  11. Op de standpunten van partijen wordt hierna ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. De rechtbank stelt vast dat partijen zich hebben gewend tot de kindercoach [naam] en de komende zes maanden zullen gebruiken om in samenspraak met haar en elkaar een ouderschapsplan op te stellen. Om te voorkomen dat dit traject wordt belemmerd door onduidelijkheid over de voorliggende geschilpunten ter zake de besnijdenis, paspoort en vakantie van de moeder, acht de rechtbank het raadzaam om op de thans voorliggende verzoeken te beslissen. 4.
  13. De rechtbank stelt voorop dat het gezag over [de minderjarige] door partijen gezamenlijk wordt uitgeoefend. Dit betekent dat de moeder toestemming nodig heeft van de vader om [de minderjarige] te laten besnijden, om een paspoort voor hem aan te vragen en om met hem in februari naar Dubai op vakantie te gaan. Het toetsingskader dat gehanteerd wordt met betrekking tot de door de moeder verzochte vervangende toestemming is dat van artikel 1:253a BW: de rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. besnijdenis [de minderjarige] 4.
  14. De rechtbank stelt vast dat partijen niet meer van mening verschillen over de vraag of [de minderjarige] besneden moet worden, nu de vader ter zitting desgevraagd zelf ook uitdrukkelijk heeft verklaard dat ook hij wil dat [de minderjarige] wordt besneden. De vader heeft te kennen gegeven, althans hij voert er geen verweer tegen, dat de besnijdenis van [de minderjarige] kan plaatsvinden bij [kliniek] . Wel handhaaft de vader zijn verweer tegen door de moeder verzochte termijn van drie maanden. 4.
  15. De rechtbank overweegt als volgt. Tegenover de gemotiveerde stelling van de moeder, dat de besnijdenis van een kind om medische redenen bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het leven van het kind moet plaatsvinden, heeft de vader slechts aangevoerd dat hij er nog niet over heeft nagedacht wanneer de besnijdenis van [de minderjarige] zou moeten plaatsvinden maar dat hij het nu in ieder geval nog te vroeg vindt. Voor zover de vader ter onderbouwing van zijn verweer verwijst naar de door hem overgelegde schriftelijke informatie van het KNMG van 11 augustus 2020 over jongensbesnijdenis, stelt de rechtbank vast dat dit dossier de stellingen van de vader niet onderbouwt. Het standpunt van KNMG is immers dat een “niet-therapeutische circumcisie bij minderjarigen (jongensbesnijdenis) als een schendig van de integriteit van het lichaam” moet worden beschouwd. De vader heeft echter niet aangevoerd dat de besnijdenis van [de minderjarige] een schending van de lichamelijke integriteit van [de minderjarige] is. Integendeel ook de vader is van mening dat [de minderjarige] besneden dient te worden. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank voorbij aan het verweer van de vader en zal het verzoek van de moeder worden toegewezen. 4.
  16. De rechtbank stelt vast dat de moeder ter zitting haar verzoek tot het treffen van een provisionele voorziening ter zake van de besnijdenis van [de minderjarige] heeft ingetrokken. paspoort [de minderjarige] 4.
  17. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij zijn toestemming en medewerking verleent voor het aanvragen van een paspoort voor [de minderjarige] bij de gemeente Haarlemmermeer. Hierop heeft de moeder haar verzoek ingetrokken. 4.
  18. De advocaat van de moeder heeft de rechtbank op 4 oktober 2021 evenwel bericht dat partijen hadden afgesproken dat de vader met een geldig legimitatiebewijs op 1 oktober 2021 bij het raadhuis zou verschijnen, maar dat hij niet is verschenen en zij heeft de rechtbank verzocht alsnog op het verzoek te beslissen. Op 14 oktober 2021 heeft de advocaat van de moeder vervolgens het bericht van 4 oktober 2021 ingetrokken. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de aanvraag voor het paspoort inmiddels is gelukt en beschouwt het verzoek van de moeder als ingetrokken. vakantie [de minderjarige] 4.
  19. De vader voert het volgende verweer tegen het verzoek van de moeder. De vader staat niet onwelwillend tegenover een vakantie van de moeder met [de minderjarige] naar het buitenland, maar stelt dat het te vroeg is om hierover te praten of te beslissen. Partijen zijn net begonnen bij de kindercoach en zij moeten nog veel afspraken maken over [de minderjarige] . Bovendien vraagt de vader zich af of Dubai een veilige vakantiebestemming is voor [de minderjarige] vanwege corona. 4.
  20. De rechtbank stelt vast dat de vader geen inhoudelijke bezwaren heeft aangevoerd tegen de door de moeder met [de minderjarige] geplande reis naar Dubai . Ten aanzien van de door hem gestelde vrees dat een reis naar Dubai en een verblijf aldaar niet veilig is vanwege het corona virus heeft de moeder ter zitting verklaard dat zij zich zal houden aan de van toepassing zijnde coronaregels. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  21. verleent de moeder toestemming, ter vervanging van de vereiste toestemming van de vader, om [de minderjarige] op Islamitische wijze te laten besnijden bij [kliniek] , binnen drie maanden na afgifte van deze beschikking; 5.
  22. verleent de moeder toestemming, ter vervanging van de vereiste toestemming van de vader, om met [de minderjarige] naar Dubai te reizen in de maand februari 2022 ; 5.
  23. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  24. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Blaisse als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober
  25. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.