RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 8697053 \ CV EXPL 20-4022 WD Uitspraakdatum: 17 februari 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [woonplaats 1] eiser verder te noemen: [eiser] gemachtigde: P. de Ruijter tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats 2] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. N. El Ouahhabi 1Het procesverloop 1.1. [eiser] heeft bij dagvaarding van 23 juli 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. [eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.1. Partijen hebben een huurovereenkomst gesloten waarbij [eiser] aan [gedaagde] heeft verhuurd een woning aan de [adres] . 2.2. Op 15 november 2019 heeft [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd waarin de volgende passages voorkomen:“Tot onze verrassing hoorde wij gister dat [adres] verhuurd wordt al vanaf 2016 ( zie foto meegestuurd per mail) dit is ZONDER onze goedkeuring gebeurt.Het is niet toegestaan om de woning te verhuren aan derden.(…)* ik zag op de foto (…) dat er dus 22 mensen een review hadden achtergelaten op de site dat wordt dus laat ik het niet te hoog inzetten een bedrag van 22x € 250,- = € 5500,- dat zien wij graag van jou deze kant opkomen (misgelopen inkomsten, risico, etc etc voor ons zullen wij maar zeggen ) (…) Ben jij met het bovenstaande niet eens ,kan je op zoek naar een andere woning.” 2.3. Op 17 november 2019 heeft [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd, waarin de volgende passage voorkomt:“(…) Het bedrag € 5500,- (…) zien wij graag voor 20 december 2019 op onze rekening staan. Staat dit er na 20 december 2019 niet op, dan nemen wij andere stappen.(..)Normaal zou u er gelijk uit moeten wat ik al aangaf maar wij geven u nog een kans. Betaald u het bedrag ,dan mag u erin blijven wonen , betaald u het bedrag niet dan gaat u eruit” 2.4. Op 27 december 2019 heeft [eiser] aan [gedaagde] de volgende brief gestuurd:“Betreft: Opzegging huurovereenkomst woonruimte(…)Tot onze spijt heeft u geen gebruik gemaakt van ons voorstel en dat houdt het volgende voor u in .Hierbij delen wij u mee dat wij de huurovereenkomst met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] met u per 1 januari 2020 opzeggen. Met inachtneming van de opzegtermijn van 3 maanden ,eindigt de overeenkomst dus op 31 maart 2020.De reden voor de opzegging is bij u bekend .In de hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” 2.5. Op 1 februari 2020 heeft [gedaagde] de woning verlaten. 2.6. Op 10 februari 2020 heeft [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd, waarin het volgende staat geschreven.:“(…) helaas wilde u niet aanwezig zijn bij de oplevering van de woning en de sleutels persoonlijk overhandigen aan ons bij de [adres] .Na inspectie van de woning zijn wij wel een paar dingen tegen gekomen die nu hersteld, en waarvan de kosten voor uw rekening komen .(…)Deze werkzaamheden worden nu door iemand gedaan en gaan in totaal € 2800,- incl Btw kosten . Dit bedrag € 2800,- brengen wij u dus in rekening om de woning weer in de oude staat terug te brengenWij verzoeken u om het bedrag over te maken op bovenstaand rekening nummer binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief (…).” 2.7. Op 1 maart 2020 heeft [eiser] aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 2.800,00. 2.8. [gedaagde] heeft de bedragen € 5.500,00 en € 2.800,00 niet aan [eiser] betaald. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 8.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2019 tot aan de dag der voldoening, alsmede te vermeerderen met een bedrag van € 955,90 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 1.210,00 aan kosten voor juridische bijstand, en te vermeerderen met de proceskosten en de nakosten. 3.2. [eiser] voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Zo heeft zij zonder toestemming van [eiser] de woning (via Airbnb) aan derden onderverhuurd. Hierom is [gedaagde] bij wijze van schadevergoeding gehouden om een bedrag van € 5.500,00 aan [eiser] te betalen. Daarnaast heeft [gedaagde] de woning in een zodanige staat achtergelaten dat [eiser] genoodzaakt is geweest herstelkosten tot een bedrag van € 2.800,00 te maken. Ook dit bedrag dient [gedaagde] bij wijze van schadevergoeding aan [eiser] te vergoeden. De hoofdsom bedraagt daarmee € 8.300,00. [gedaagde] weigert dit bedrag aan [eiser] te betalen. [gedaagde] dient dit alsnog te doen. Vanwege de wanbetaling dient [gedaagde] daarnaast aan [eiser] te vergoeden de buitengerechtelijke kosten van € 955,90, de kosten van juridische bijstand van € 1.210,00 en de wettelijke rente. 3.3. [gedaagde] voert verweer op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen. 4De beoordeling 4.1. Deze zaak draait om de vraag of [gedaagde] vanwege een tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst een schadevergoeding van in totaal € 8.300,00 dient te betalen. Het totaalbedrag ziet voor een deel op schade vanwege verboden onderverhuur en voor een ander deel op herstelkosten. verboden onderverhuur 4.2. [gedaagde] heeft als verweer – onder meer – aangevoerd dat [eiser] haar de keus heeft gegeven om het bedrag van € 5.500,00 aan [eiser] te vergoeden of de woning te verlaten. [gedaagde] heeft ervoor gekozen om de woning te verlaten en om die reden komt [eiser] geen vordering meer toe, aldus [gedaagde] . 4.3. Het verweer slaagt. Tot drie maal toe heeft [eiser] in de door hem aan [gedaagde] verzonden brieven bewoordingen gebruikt die - zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang gelezen - de suggestie wekken dat hij vanwege de verboden onderverhuur aanspraak maakt op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.