RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/6262 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2021 in de zaak tussen [verzoekster], te [woonplaats], verzoekster (gemachtigde: [naam 1]), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, verweerder (gemachtigde: [naam 2]). Procesverloop In het besluit van 28 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de vervoersvoorziening van verzoekster op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – bestaande uit een gesloten buitenwagen (Canta) met bijbehorende financiële tegemoetkoming – beëindigd per 31 december 2021. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 december 2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, vergezeld door [naam 3], en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Waar gaat deze zaak over? 2.1. Verzoekster heeft MS en COPD. Zij heeft sinds 1997 een gesloten buitenwagen (Canta). Deze Canta wordt door verweerder aan haar verstrekt. 2.2. In 2009 heeft verweerder een heronderzoek uitgevoerd. Daaruit kwam volgens verweerder naar voren dat er geen medische noodzaak was voor het gebruik van de Canta. Verweerder is ondanks die uitkomst het gebruik van de Canta blijven verstrekken aan verzoekster, vanwege sociale omstandigheden. In 2012 zou verweerder het recht van verzoekster op deze vervoersvoorziening opnieuw onderzoeken, maar dat heeft verweerder niet gedaan. 2.3. Op 4 december 2020 heeft verzoekster bij verweerder een melding gedaan in verband met (eventuele) technische vervanging of onderhoud van de Canta. 2.4. Verweerder heeft vervolgens een onderzoek gestart naar het recht van verzoekster op het gebruik van de Canta. In dit verband heeft verweerder medisch advies ingewonnen bij Argonaut. Argonaut heeft op 29 juli 2021 een advies uitgebracht. Wat heeft verweerder besloten? 3. In het bestreden besluit schrijft verweerder dat verzoekster vanaf 31 december 2021 geen Canta en geen financiële tegemoetkoming voor de Canta meer krijgt. Verweerder legt hieraan ten grondslag dat uit het medische onderzoek blijkt dat verzoekster in staat is een open buitenwagen (scootmobiel) en collectief vervoer te gebruiken. Er zijn nu geen sociale omstandigheden meer die maken dat aan verzoekster het gebruik van de Canta moet worden toegekend. Wat vraagt verzoekster van de voorzieningenrechter? 4.1. Verzoekster vraagt om schorsing van het bestreden besluit. Ook vraagt zij om voortzetting van de vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen en de financiële tegemoetkoming, totdat op het bezwaar is beslist of een uitspraak in beroep is gedaan. 4.2. Verzoekster legt – samengevat – het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Door de MS en COPD heeft verzoekster veel last van spierverkrampingen, spasme, krachtsverlies en belemmerde motoriek. Zij is erg gevoelig voor weersinvloeden, vooral kou, regen en wind. Vanwege deze problemen heeft zij sinds 1997 een Canta via verweerder. Verzoekster is afhankelijk van de Canta om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Zonder Canta raakt zij geïsoleerd van de buitenwereld. Haar situatie is extra nijpend omdat de Canta op 31 december 2021 wordt ingenomen, in de koudste tijd van het jaar. Verzoekster voert aan dat de medische rapportage van Argonaut beneden de maat is en heel summier. De arts concludeert dat verzoekster een scootmobiel kan bedienen en dat zij zich op gebruikelijke wijze tegen weersinvloeden kan beschermen. De arts noemt als oplossing onder andere het aantrekken van hooggebergtekleding maar daaraan ligt geen ergotherapeutisch onderzoek ten grondslag. Verzoekster stelt dat zij niet in staat is die kleding aan te trekken. Ook is die kleding voor Nederland niet gebruikelijk. Verzoekster voert daarnaast aan dat in het rapport weliswaar staat dat verzoekster geen last heeft van onbehandelbare (fecale) incontinentie, maar dat dat onderwerp tijdens het onderzoek niet ter sprake is gekomen. Later heeft verzoekster gezegd dat zij daar wel last van heeft. Er moet aanvullend onderzoek gedaan worden naar de vraag of zij met deze incontinentieproblematiek wel gebruik kan maken van collectief vervoer. Wat is het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter? 5. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Dit betekent dat eerst onderzocht moet worden of verzoekster een spoedeisend belang heeft. Verweerder heeft desgevraagd laten weten dat er op dit moment nog geen hoorzitting in de bezwaarprocedure is gepland. Naar verwachting zal die hoorzitting gehouden worden in januari, aldus verweerder. Op de zitting is gebleken dat de Canta op 31 december 2021 in de ochtend door de leverancier bij verzoekster wordt opgehaald. Dit betekent dat de Canta opgehaald wordt vóórdat verweerder een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift. Niet gebleken is dat verzoekster over ander adequaat vervoer beschikt vanaf 31 december 2021. Dat leidt tot het oordeel dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. 6.1. Het volgende punt dat de voorzieningenrechter beoordeelt, is of het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag positief. Dat betekent dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het bezwaar inderdaad een redelijke kans van slagen heeft. Hierna wordt uitgelegd waarom. 6.2. Het besluit van verweerder is gebaseerd op het rapport van Argonaut. Verzoekster zegt dat dit onderzoek onzorgvuldig is. Op dit moment is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster daar gelijk in heeft. Hiervoor zijn drie elementen van het rapport van belang: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.