RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8255776 CV EXPL 20-243 Uitspraakdatum: 22 december 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [de passagier] wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: de passagier gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlandse recht Turk Havayollari A.O. gevestigd te Ankara (Turkije) gedaagde verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir 1Het procesverloop 1.
- Bij vonnis in het incident van 16 september 2020 is het voorwaardelijk incident tot tussenkomst van Airhelp afgewezen. Voor het procesverloop voorafgaand aan dit vonnis wordt naar het vonnis van 16 september 2020 verwezen. 1.
- De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar de rol voor conclusie van dupliek aan de zijde van de vervoerder. De vervoerder heeft vervolgens schriftelijk gereageerd. De passagier is nog in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen. 2De beoordeling 2.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 2.
- Door de passagier is niet weersproken dat hij het assignmentformulier dat door AirHelp wordt gebruikt, heeft ondertekend, zodat dit vaststaat. In vergelijkbare zaken heeft de kantonrechter eerder, onder meer op 25 september 2019 (ECLI:NL:RBNHO:2019:8072), geoordeeld dat het assignmentformulier zoals door AirHelp wordt gebruikt, kwalificeert als een akte van cessie waarmee de vordering door de passagier in eigendom wordt overgedragen aan AirHelp. Door het ondertekenen van het assignmentformulier is de passagier niet langer bevoegd zelf over het gepretendeerde vorderingsrecht te beschikken. De conclusie is dat het primaire verweer van de vervoerder slaagt. De passagier zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Nu het primaire verweer slaagt, behoeven de overige verweren van de vervoerder geen bespreking meer. 2.
- De kantonrechter ziet geen aanleiding, zoals door de vervoerder bij dupliek is verzocht, de passagier te veroordelen in de werkelijke proceskosten noch om de gemachtigde van de passagier te veroordelen in de werkelijke proceskosten. De gemachtigde van de passagier is reeds vanwege zijn wijze van procederen in meerdere vergelijkbare zaken (te weten luchtvaart compensatieclaims) veroordeeld in de werkelijke proceskosten van de wederpartij. Het signaal dat de kantonrechter(s) te rechtbank Noord-Holland heeft/hebben afgegeven zal inmiddels duidelijk zijn. Eveneens zal bij de (gemachtigden van) verschillende luchtvaartmaatschappijen de werkwijze van de gemachtigde, die voor zowel passagiers als Airhelp optreedt, duidelijk zijn. Alhoewel de dagvaarding niet alle relevante feiten en omstandigheden vermeldt, de passagier niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat hij niet meer over het gepretendeerde vorderingsrecht beschikt en ook niet is gebleken dat de passagier de gemachtigde heeft ingeschakeld om zijn gepretendeerde vorderingsrecht te verhalen, zijn dit omstandigheden die in tientallen misschien wel honderden zaken hebben gespeeld. De stelling dat de dagvaarding onduidelijk, onvolledig dan wel tegenstrijdig is, met een bijbehorende beroep op misbruik van procesrecht en een daarbij mogelijke veroordeling in de daadwerkelijke proceskosten zal dan ook niet meer (behoudens uitzonderingen) slagen. De vervoerder is hiervan immers op de hoogte en kan zich hiertegen verweren. De proceskosten komen dan ook voor rekening van de passagier, omdat hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. 2.
- Mocht de passagier niet op de hoogte zijn van deze procedure dan zou het de gemachtigde sieren als hij de proceskosten van zijn cliënt voor eigen rekening neemt. 3De beslissing de kantonrechter 3.
- verklaart de passagier niet-ontvankelijk in zijn vordering; 3.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; 3.
- verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter