RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/191091-21 (P) Uitspraakdatum: 24 december 2021 Tegenspraak Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 december 2021 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in P.I. Krimpen aan den IJssel, HvB. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Brugman en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.W. Bouwman, advocaat te Groningen, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 18 juli 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, - de onder de reeds veroordeelde (slikker) [medeverdachte 1] , 15-042303-21 aangetroffen hoeveelheid (te weten 902.5 gram) cocaïne en/of - de in de koffers van [kind 1] en/of [echtgenote] en/of [kind 2] aangetroffen hoeveelheid (te weten 3748,7 gram) cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de invoer van de onder [medeverdachte 1] (hierna: [zwager] ) aangetroffen cocaïne, omdat de verdachte geen wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van bollen met cocaïne in het lichaam van [zwager] . Ten aanzien van de invoer van de cocaïne in de koffers heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte opzet heeft gehad op de invoer van één kilo en niet op de overige hoeveelheid. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en één of meer anderen, zodat hij vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde medeplegen. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Partiële vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder het eerste gedachtestreepje ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat het procesdossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van bollen met cocaïne in het lichaam van [zwager] , laat staan dat ten aanzien van de invoer van die cocaïne sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [zwager] en/of de medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [echtgenote] ). 3.3.2 Bewijsmiddelen De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat. 3.3.3 Bewijsoverweging Ten aanzien van het bewijs overweegt de rechtbank als volgt. Niet ter discussie staat dat de verdachte op 18 juli 2021 met een vlucht uit Curaçao samen met zijn vrouw [echtgenote] en hun kinderen op Schiphol is gearriveerd en dat na controle is gebleken dat er 3.748,7 gram cocaïne zat in de koffers die de verdachte en zijn gezin met zich voerden. De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er één kilo cocaïne in zijn koffer zat, maar dat hij niet wist dat ook in de andere twee koffers cocaïne was verborgen. Volgens vaste jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat een passagier, die per vliegtuig bagage vervoert, met de inhoud daarvan bekend is en voor die inhoud dan ook verantwoordelijk is. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat van dat uitgangspunt moet worden afgeweken. De rechtbank is van oordeel dat van zulke bijzondere omstandigheden niet is gebleken en overweegt in dat verband het volgende. De verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij naar aanleiding van een aanrijding een schuld had bij een Colombiaan, onder druk van die Colombiaan heeft besloten om ter vereffening van die schuld cocaïne te smokkelen. De Colombiaan heeft de drie koffers, waarin uiteindelijk op 18 juli 2021 de cocaïne is aangetroffen, gelijktijdig aan de verdachte geleverd. Volgens de verdachte heeft de Colombiaan verklaard dat in één van de koffers cocaïne in het frame verstopt zat. De verdachte is vervolgens met de drie door de Colombiaan geleverde koffers naar Nederland gereisd. Door aldus te handelen heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank op zijn minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat niet alleen in zijn eigen koffer cocaïne was verborgen, maar dat dit ook gold voor de andere twee door de Colombiaan geleverde koffers. Tevens heeft de verdachte op zijn minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat er in totaal meer dan één kilo cocaïne in de drie koffers was verstopt. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat, toen hij de koffers ontving van de Colombiaan, alleen in zijn eigen koffer een metalen frame zat en dat de andere twee koffers geen frame hadden. De andere frames zouden op het vliegveld buiten zijn medeweten in de koffers zijn gestopt. De rechtbank acht dit door de verdachte geschetste scenario onaannemelijk. De verdachte heeft bij geen van de drie verhoren een beroep gedaan op dit scenario en heeft dat pas voor het eerst naar voren gebracht op de terechtzitting. Bovendien heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij “het ijzer wel zag, maar dat alle koffers dit hadden” (dossierpagina 49). Ten slotte is het onaannemelijk dat de door de verdachte genoemde Colombiaan één koffer aflevert met drugs in het frame en dat het frame met cocaïne in de andere twee koffers pas op het vliegveld heimelijk in de koffers wordt gemonteerd. De rechtbank concludeert daarom dat de verdachte opzet heeft gehad op het invoeren van de totaal aangetroffen hoeveelheid cocaïne in alle drie de koffers tezamen. Medeplegen Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen stelt de rechtbank voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien komt vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en één of meer andere daders. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. De verdachte heeft verklaard dat de medeverdachte, zijn echtgenote [echtgenote] , geen weet heeft gehad van de drugssmokkel naar Nederland. Vast staat echter, dat de verdachte en [echtgenote] samen naar Nederland zijn gereisd, elk met een eigen koffer. In beide koffers zat op dezelfde manier cocaïne in het frame verstopt. Ook zaten er drugs in de koffer van één van de twee meegereisde minderjarige kinderen van de verdachte en [echtgenote] , waarbij de cocaïne in dat koffer eveneens op dezelfde manier in het frame was verstopt. Blijkens de verklaringen van de verdachte en [echtgenote] hebben zij samen de koffers ingepakt. De tante van [echtgenote] , getuige [getuige] , heeft verklaard dat zij kort nadat de cocaïne in de koffers was aangetroffen van [medeverdachte 2] heeft gehoord dat “zij geen geld hadden op Curaçao en dat zij dit moesten doen, ze wilden een beter leven” (cursivering door de rechtbank). Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn echtgenote, medeverdachte [medeverdachte 2] , die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.