← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:12224

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 8750390 \ WM VERZ 20-848 CJIB-nummer : 230316077 Uitspraakdatum : 22 januari 2021 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 22 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: de lichtdoorlatendheid van voorruit / voorste zijruiten bedraagt minder dan 55%. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant het volgende: “Ik zag dat op de naast de bestuurder aanwezige zijruiten van het voertuig een folie was aangebracht waardoor deze ruiten er aanmerkelijk donkerder uitzagen dan gebruikelijk voor dit merk en type voertuig. Ik zag dat vanaf de bestuurderszitplaats het zicht door deze ruiten naar buiten ook beduidend minder was dan het zicht dat bij soortgelijke voertuigen gebruikelijk is. De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurdersplaats aanwezige zijruiten mogen niet minder dan 55% mag bedragen. (…)Vervolgens heb ik, met een voor de meting gekalibreerd, NMI gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel, merk Tintman, de lichtdoorlatendheid van de zijruiten gemeten. De gemiddelde gecorrigeerde waarde bedroeg derhalve: 51% transmittantie, zijnde een waarde die lager is dan de in de regeling voertuigen opgenomen lichtdoorlatendheidseis voor deze ruiten. (…)” De gedraging is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan. De kantonrechter overweegt daartoe dat het de verantwoordelijkheid van de betrokkene als bestuurder is dat het voertuig voldoet aan de gestelde eisen. Voor het betreffende voertuig was alleen een persoonsgebonden vrijstelling. Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. Voor het opleggen van een sanctie bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist. De kantonrechter is van oordeel, gelet op de bijzondere situatie, dat de boete gematigd dient te worden tot nihil. Het betreffende voertuig is al ongeveer 18 jaar in de familie. Daarnaast zat al die tijd de folie op de ramen en is betrokkene er nimmer op gewezen dat de vrijstelling voor de folie persoonsgebonden was. Er was dan ook geen aanleiding voor betrokkene om zich te verdiepen in de materie. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.