RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8829826 \ AO VERZ 20-173 Uitspraakdatum: 27 januari 2021 Beschikking in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] verzoekster verder te noemen: [verzoekster] gemachtigde: mr. F. Reith tegen [verweerder] , handelend onder de naam [handelsnaam] wonende te [woonplaats] verweerder verder te noemen: [verweerder] niet verschenen 1Het procesverloop 1.
- [verzoekster] heeft een verzoek gedaan om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerder] te vernietigen. 1.
- De rechtbank heeft [verweerder] bij brief van 30 oktober 2020 meegedeeld dat het verzoekschrift zal worden behandeld ter zitting van 13 januari 2021 om 09.00 uur. De griffie heeft getracht om met [verweerder] contact te krijgen en heeft dit middels alle bekende telefoonnummers gedaan. [verweerder] heeft kort voor de zitting de gemachtigde van [verzoekster] telefonisch bericht dat hij bereid is om een schikking te treffen. In dat gesprek is gebleken dat [verweerder] op de hoogte was van de zitting. Daarna heeft de gemachtigde van [verzoekster] niets meer vernomen. 1.
- Op 13 januari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. [verweerder] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2De feiten 2.
- [verzoekster] , geboren op [in 1995] , is op 25 januari 2014 in de functie van Content Developper tegen een bruto maandsalaris van € 1.680,47 exclusief emolumenten bij [verweerder] in dienst getreden. 2.
- [verzoekster] heeft vanaf 30 maart 2020 tot 20 juli 2020 zwangerschaps- en bevallingsverlof genoten. Na haar verlof heeft zij zich ziekgemeld met klachten die verband houden met de zwangerschap c.q. bevalling. 2.
- Op 1 september 2020 heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 28 september
- 2.
- Bij e-mail van 9 januari 2020 heeft [verweerder] aan de gemachtigde van [verzoekster] het volgende geschreven: “Ik wil graag een schikking treffen. Kunt u voor mij een brief opstellen of aangeven wat we precies moeten melden om tegemoet te komen aan uw eis?”. 3Het verzoek 3.
- [verzoekster] verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort weergegeven – dat aan de opzegging geen schriftelijke instemming danwel toestemming zoals bedoeld in artikel 7:671a BW ten grondslag ligt. Daar komt bij dat [verzoekster] ziek was ten tijde van de opzegging en derhalve sprake is van een opzegverbod in de zin van artikel 7:670 BW. Tenslotte verzoekt [verzoekster] om [verweerder] in de proceskosten te veroordelen, waaronder de eigen toevoegingsbijdrage van € 798,-. 4Het verweer 4.
- [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe te zijn opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 5De beoordeling 5.
- Gebleken is dat [verweerder] op correcte wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Duidelijk is dat [verweerder] zonder meer bekend was met de zittingsdatum. [verweerder] heeft er kennelijk voor gekozen om niet te verschijnen en heeft ook verder geen bericht van verhindering doorgegeven. De kantonrechter zal de e-mail van 9 januari 2021 van [verweerder] aanmerken als schriftelijk verweer. Gelet op de inhoud van de desbetreffende e-mail kan geconcludeerd worden dat [verweerder] bereid was om een schikking te treffen en zich niet tegen het verzochte heeft verzet. Dit betekent dat de door [verzoekster] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan, zodat daar in deze procedure verder vanuit zal worden gegaan. 5.
- De opzegging van de arbeidsovereenkomst is geschied zonder instemming of toestemming van het UWV, waarmee het een strijdige opzegging in de zin van artikel 7:671 lid 1 BW betreft. Voorts is [verzoekster] nog steeds arbeidsongeschikt, zodat sprake is van een opzegverbod in de zin van artikel 7:670 BW. Nu geoordeeld is dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoekster] om vernietiging van die opzegging worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. Omdat de opzegging wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort. De kantonrechter zou tot hetzelfde oordeel zijn gekomen als [verweerder] wel was verschenen. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De door [verzoekster] verzochte betaling van de eigen bijdrage voor de toevoeging komt niet voor toewijzing in aanmerking.
- De beslissing De kantonrechter: 6.
- vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst; 6.
- veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op: griffierecht € 83,00; salaris gemachtigde € 480,00; 6.
- verklaart deze beschikking voor de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter