RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 9432768 \ AO VERZ 21-73 (rvk) Uitspraakdatum: 14 december 2021 Beschikking in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] verzoekende partij verder te noemen: [verzoekster] gemachtigde: mr. S. Suski, te Gdansk (Polen) tegen de besloten vennootschap Nedflex AK Detachering B.V., gevestigd te De Goorn verwerende partij verder te noemen: Nedflex vertegenwoordigd door: [xxx] 1Het procesverloop 1.
- [verzoekster] heeft een verzoek gedaan om Nedflex te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding. Nedflex heeft een verweerschrift ingediend. 1.
- Op 16 november 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. [verzoekster] is, ondanks dat zij behoorlijk is opgeroepen, zonder bericht niet op de zitting verschenen. Namens Nedflex zijn verschenen [xxx] en [yyy] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2De feiten 2.
- [verzoekster] , geboren [geboortedatum] , is op 15 januari 2016 in dienst getreden bij Nedflex. De laatste functie die [verzoekster] (op basis van detachering) vervulde, is die van Glastuinbouw Medewerker II, met een salaris van € 2.260,22 bruto per maand inclusief vakantiegeld. 2.
- De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 11 juni 2021, vanwege het aflopen van de bepaalde tijd. 2.
- [verzoekster] heeft in een brief van 17 augustus 2021 verzocht om uitbetaling van de transitievergoeding. Nedflex is niet overgegaan tot betaling van die vergoeding. 3Het verzoek 3.
- [verzoekster] verzoekt Nedflex te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 4.075,96 bruto. [verzoekster] verzoekt ook dat haar een bruto-netto specificatie van de transitievergoeding wordt verstrekt en zij maakt aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente. 3.
- Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort gezegd – dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 11 juni 2021 en dat [verzoekster] op grond van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) recht heeft op een transitievergoeding. 4Het verweer 4.
- Nedflex verweert zich en stelt dat het verzoek om haar te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding moet worden afgewezen. 4.
- Nedflex voert daartoe aan – samengevat – dat de transitievergoeding niet verschuldigd is, omdat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet op initiatief en verzoek van [verzoekster] zelf, en niet op initiatief van Nedflex. 5De beoordeling 5.
- Het gaat in deze zaak om de vraag of Nedflex moet worden veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 4.075,96 bruto. 5.
- Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien – kort gezegd – de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet. 5.
- Nedflex heeft in haar verweerschrift en op de zitting toegelicht dat niet aan de voorwaarde voor het recht op een transitievergoeding is voldaan, omdat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet op initiatief en verzoek van [verzoekster] zelf, en niet op initiatief van Nedflex. Volgens Nedflex heeft [verzoekster] voor het einde van de arbeidsovereenkomst te kennen gegeven dat zij de arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten, omdat zij zou verhuizen en dus niet meer beschikbaar zou zijn voor werk. Op de zitting heeft Nedflex ook aangevoerd dat er voldoende werk was en dat wat Nedflex betreft de arbeidsovereenkomst voortgezet had kunnen worden na 11 juni
- 5.
- [verzoekster] is niet op de zitting verschenen, hoewel zij daarvoor wel is opgeroepen en ook verplicht was om op de zitting te verschijnen. De kantonrechter gaat ervan uit dat de oproeping voor de zitting de gemachtigde van [verzoekster] (tijdig) heeft bereikt, omdat die oproeping is verstuurd aan het door de gemachtigde opgegeven postadres en e-mailadres, en de e-mail van de rechtbank is ontvangen en geopend. De kantonrechter verbindt gevolgen aan het feit dat [verzoekster] niet op de zitting is verschenen, te weten het gevolg dat moet worden geconcludeerd dat [verzoekster] het verweer en de toelichting van Nedflex onvoldoende heeft betwist en dat moet worden aangenomen dat het standpunt en de toelichting van Nedflex juist zijn. 5.
- Dat betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet op initiatief en verzoek van [verzoekster] zelf. [verzoekster] heeft daarom geen recht op een transitievergoeding. 5.
- Het verzoek van [verzoekster] zal dus worden afgewezen. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij ongelijk krijgt. Er is echter niet gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, omdat Nedflex niet wordt bijgestaan door een professionele (externe) gemachtigde. De proceskosten worden daarom op nihil bepaald. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- wijst het verzoek af; 6.
- veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Nedflex tot en met vandaag vaststelt op nihil. Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 14 december 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter