← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:12591

beschikking RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd Zittingsplaats: Alkmaar Zaakgegevens : C/15/323317 / JU RK 21-2312 datum uitspraak: 16 december 2021 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Haarlem betreffende - [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , - [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , - [minderjarige 3]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [plaats] [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [plaats] Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het mondelinge verzoek van de Raad van 16 december 2021 om 16:45, gevolgd door het verzoek met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 17 december

  1. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de vader. Het verzoek De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling verzocht van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van drie maanden. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verzocht voor de duur van drie maanden bij vader. De beoordeling Uit het mondeling verzoek blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] weg te nemen. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zullen voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1: 257 BW), waarbij de Jeugd- & Gezinsbeschermers te Alkmaar wordt benoemd tot uitvoerende gecertificeerde instelling voor jeugdzorg. Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met spoed uit huis worden geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden. De beslissing De kinderrechter: Stelt: - [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , - [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , - [minderjarige 3]geboren op [geboortedatum] te [plaats] voorlopig onder toezicht van De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Alkmaar, met ingang van 16 december 2021 tot 16 maart 2022; verleent een machtiging tot uithuisplaatsing bij vader van: - [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , - [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , - [minderjarige 3]geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met ingang van 16 december 2021, voor de duur van vier weken en houdt de beslissing voor het overige aan; verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat de Raad en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van 30 december 2021 om 11:55 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Alkmaar, Kruseman van Eltenweg
  2. Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, op 16 december 2021 en schriftelijk vastgelegd op 17 december 2021 door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van K.S. Olivares Abarca. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.