RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8687655 \ CV EXPL 20-6614 Uitspraakdatum: 8 september 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1] 2. [passagier sub 2] beiden wonende te [woonplaats] 3. [passagier sub 3] , wonende te [woonplaats] 4. [passagier sub 4], wonende te [woonplaats] 5. [passagier sub 5], 6. [passagier sub 6] beiden wonende te [woonplaats] 7. [passagier sub 7] 8. [passagier sub 8] beiden wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R. Bos rolgemachtigde mr. A.Y. Lai tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gedaagde hierna te noemen Transavia gemachtigde mr. M. Reevers 1Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 17 juli 2020 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben vervolgens nog een akte genomen. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan laatstgenoemde de passagiers diende te vervoeren. 2.2. Als gevolg van de coronamaatregelen zijn de vluchten geannuleerd. Transavia heeft vervolgens ter compensatie een coronavoucher aan de passagiers aangeboden. 2.3. Transavia heeft per 11 juni 2020 bekend gemaakt dat zij voor alle door Covid-19 geschrapte vluchten de ticketprijs zal terugbetalen, indien dat wordt verzocht door de passagiers. 2.4. Bij e-mail van 1 juli 2020 heeft de advocaat van Transavia onder meer het volgende aan de gemachtigde van de passagiers geschreven: “(…) Zoals u weet heeft Transavia haar beleid gewijzigd en restitueert zij betaalde ticketprijzen wanneer die door Covid-19 door haar zijn geannuleerd. Zoals eerder verzocht en aangegeven kunt u claims daartoe eenvoudig per e-mail indienen bij cliënte. Dat u hiertoe thans desalniettemin een procedure voor start, is sinds de beleidswijziging geheel overbodig. (…)” 2.5. Vervolgens heeft de advocaat van Transavia bij e-mail van 22 juli 2020 de gemachtigde van de passagiers als volgt bericht:“(…) Transavia heeft reeds aangetoond en aangegeven – door alle betalingen die zijn gedaan in verschillende zaken- dat waar passagiers recht hebben op restitutie, Transavia deze restitutie betaalt. Gezien de enorme aantallen waar Transavia mee te maken heeft, kan het evenwel voorkomen dat restitutie langer duurt dan gebruikelijk. (…) Het is dan ook onnodig en onredelijk dat op dit moment nog door u tot dagvaarden wordt overgegaan, terwijl u weet dat de ticketprijzen van de tickets die geannuleerd zijn door Covid-19 worden terugbetaald. (…) Graag ontvangt Transavia verder een overzicht van u met claims die u bij Transavia heeft ingediend namens de passagiers en waarop u een afwijzend antwoord of nog geen antwoord heeft ontvangen. Bij deze zegt Transavia nogmaals uitdrukkelijk toe dat als passagiers recht hebben op restitutie en deze nog niet betaald is, Transavia deze restitutie zal betalen. (…)” 2.6. De passagiers en Transavia hebben getracht om tot een minnelijke regeling te komen. Transavia heeft bij e-mail van 10 augustus 2020 een schikkingsvoorstel gedaan ter voldoening van de nog niet betaalde correcte hoofdsom, de deurwaarderskosten en één punt liquidatietarief salaris gemachtigde. 2.7. De gemachtigde van de passagiers is bij e-mail van 10 augustus 2020 niet akkoord gegaan met het voorstel, onder meer in verband met de buitengerechtelijke incassokosten. 2.8. Transavia heeft op 20 augustus 2020 een bedrag ter hoogte van € 2.293,89 betaald. 3De vordering 3.1. De passagiers vorderen - na vermindering van eis - dat Transavia bij, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 637,90,- de wettelijke rente over € 2.650,90 te rekenen vanaf zeven dagen na de annulering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 390,09 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- een gedeelte van de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.2. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Transavia vanwege de annulering van de vluchten gehouden is tot restitutie van de vliegtickets binnen zeven dagen na annulering van de vlucht. Passagiers sub en sub 8 hebben nog geen restitutie ontvangen. Transavia dient dan ook nog een bedrag ter hoogte van € 637,90 te voldoen. Daarbij dient Transavia nog de wettelijke rente te vergoeden vanaf zeven dagen na annulering van de vlucht. Transavia is van rechtswege in verzuim vanaf het moment dat de terugbetaling had moeten plaatsvinden. Op grond van artikel 6:83 sub a BW is de wettelijke rente dan ook direct opeisbaar. Voorts hebben de passagiers niet meteen een ‘refund’ van Transavia ontvangen nadat zij hierom vroegen. Zij waren dan ook genoodzaakt om Aviclaim in te schakelen en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Deze kosten dient Transavia te vergoeden. Voorts vorderen de passagiers vergoeding van de gemaakte proceskosten. 4Het verweer 4.1. Transavia betwist de vordering. Zij voert - kort en zakelijk weergeven - aan dat Transavia vanaf juni 2020 haar beleid heeft gewijzigd en tot restitutie van ticketprijzen is overgegaan. Transavia heeft voorafgaand aan de eerste rolzitting meerdere malen uitdrukkelijk toegezegd dat de nog niet uitbetaalde ticketprijzen zouden worden gerestitueerd, alsmede de tot dan gemaakte kosten voor het opstellen en uitbrengen van de dagvaarding. De procedure is enkel voortgezet omdat de passagiers geen genoegen wilden nemen met een betaling zonder de -volledig onterecht- geclaimde buitengerechtelijke incassokosten. Voorts betwist Transavia dat de wettelijk rente verschuldigd is vanaf zeven dagen na annulering van de vluchten. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.2. De passagiers hebben bij repliek aangegeven hun eis te verminderen met een gedeelte van de hoofdsom en een gedeelte van de proceskosten, totaal ter hoogte van € 2.293,89. Uit het lichaam van de conclusie van de repliek en de akte begrijpt de kantonrechter, alhoewel (zeer) ongelukkig geformuleerd, dat de vordering van passagiers sub 7 en sub 8 ter hoogte van € 637,90, de betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom zoals in de dagvaarding staat vermeld en de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten worden gehandhaafd. Uit het verweer van Transavia volgt dat zij dit ook zo heeft begrepen, zodat Transavia niet in haar belangen wordt geschaad door de vordering zoals vermeld onder 3.1. op te nemen. 5.3. Transavia heeft tegenover de betwisting van de passagiers voldoende onderbouwd dat zij een bedrag ter hoogte van € 608,00 heeft gerestitueerd aan de reisagent van passagiers sub 7 en 8, Otravo B.V. De passagiers stellen vervolgens dat het besluit van Transavia om de terugbetaling via hulppersonen te laten verlopen haar niet ontslaat van haar verantwoordelijkheden. In elk geval niet totdat het geld op de rekening van passagiers sub 7 en 8 staat, aldus de passagiers. 5.4. Met Transavia is de kantonrechter van oordeel dat Transavia aan haar verplichtingen heeft voldaan door het bedrag ter hoogte van € 608,00 terug te betalen aan de tussenpersoon. De betaling is immers via de tussenpersoon verlopen. Uit de akte van de passagiers begrijpt de kantonrechter dat de betaling inmiddels ook door de passagiers is ontvangen, al zou de betaling pas na datum dagvaarding hebben plaatsgevonden. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen. 5.5. De passagiers stellen dat Transavia op grond van artikel 8 lid 1 sub 1 van de Verordening gehouden is tot betaling van de wettelijke rente vanaf zeven dagen na annulering van de verschillende vluchten. Uit artikel 8 lid 1 sub 1 volgt: 1. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, krijgen de passagiers de keuze tussen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.