RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknummer : 9546711 \ WM VERZ 21-1169 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 11 januari 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] (hierna te noemen: betrokkene). Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 11 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1). Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift en ter zitting de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de officier van justitie hem niet heeft gehoord terwijl betrokkene daar wel om heeft verzocht, en daartoe zijn telefoonnummer via het daarvoor bestemde formulier heeft toegestuurd. Inhoudelijk voert hij aan dat de pleeglocatie niet zomaar mag worden gewijzigd. Ook voert betrokkene aan dat hij bezig was met een inhaalmanoeuvre waarbij hij over een afstand van slechts 200 meter 20 km/h te hard heeft gereden. Vervolgens heeft hij zijn snelheid weer verlaagd naar 100 km/h. Betrokkene betwist de juistheid van de meting, omdat het politievoertuig niet op dezelfde weg reed. De officier van justitie heeft erkend dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd. Omdat de beslissing van de officier van justitie vanwege het voorgaande al wordt vernietigd, behoeven eventuele overige gronden gericht tegen die beslissing niet meer te worden besproken en beoordeeld. Nu de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd, moet de kantonrechter beoordelen of de boete terecht is opgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat verbalisant per abuis een verkeerde gemeente heeft genoteerd. De pleeglocatie is vervolgens gewijzigd. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat betrokkene door deze wijziging in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Uit de overgelegde stukken volgt dat de snelheid is gecontroleerd met behulp van een gekalibreerde boordsnelheidsmeter. De daarmee geconstateerde snelheid bedroeg 140 kilometer per uur. Deze waarde is naar beneden gecorrigeerd, conform de landelijk vastgestelde correctiewaarden. Niet is voorgeschreven dat het voertuig waarmee de snelheidsmeting wordt uitgevoerd tijdens die meting achter het gemeten voertuig rijdt. Er is geen reden om aan de juistheid van de verklaring van verbalisant te twijfelen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: