vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/308870 / HA ZA 20-675 Vonnis in incident van 24 februari 2021 in de zaak van de besloten vennootschap AANNEMINGSBEDRIJF L. VAN DER WAL EN ZN B.V., gevestigd te Den Helder, eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat: mr. J.H. Meerburg, tegen 1. de maatschap MAATSCHAP NOTARISSENCOMBINATIE DEN HELDER, gevestigd te Den Helder, 2 [gedaagde 2] wonende te [woonplaats] , 3 [gedaagde 3] , wonende te [woonplaats] , gedaagden sub 1 tot en met 3 in conventie in de hoofdzaak, advocaat: mr. M. Jongkind, 4 [gedaagde 4] , wonende te [woonplaats] , gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. M.J. Guit Partijen zullen hierna ‘Van der Wal’ (eiseres in conventie in de hoofdzaak), ‘de Notaris’ (gedaagden sub 1 tot en met 3 in conventie in de hoofdzaak) en ‘ [gedaagde 4] ’ (gedaagde sub 4 in conventie in de hoofdzaak) worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 oktober 2020 met producties; de conclusie van antwoord met producties van de Notaris; de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie tevens incidentele vordering ex artikel 843a Rv met producties van [gedaagde 4] ; de conclusie van antwoord in het incident van Van der Wal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten 2.1. Van der Wal heeft in opdracht van [gedaagde 4] een hal gebouwd en [gedaagde 4] daarvoor facturen gestuurd. 2.2. [gedaagde 4] heeft een deel van de facturen betaald. Een ander deel is betaald door de Notaris, uit gelden die de Notaris onder zich kreeg in verband met de verkoop van onroerend goed door [gedaagde 4] . 2.3. Een deel van de facturen is onbetaald gebleven. 3De vorderingen in de hoofdzaak in conventie 3.1. Van der Wal vordert dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk: 1. ten aanzien van de Notaris (gedaagden sub 1 tot en met 3) hoofdelijk: primair: gebiedt om ervoor te zorgen dat het bedrag van € 83.333,33, dat thans op haar kwaliteitsrekening staat binnen drie dagen, alsmede het voor het resterende kavel te ontvangen bedrag binnen drie dagen nadat dit op de kwaliteitsrekening staat, aan Van der Wal wordt overgeboekt op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat zij daarin te kort zou schieten; subsidiair: veroordeelt tot betaling van het bedrag van € 83.333,33, alsmede het voor het resterende kavel te ontvangen bedrag zodra dit op haar kwaliteitsrekening staat; zowel primair als subsidiair: veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over het bedrag van € 83.333,33 vanaf 24 juni 2020 tot aan de dag van algehele betaling daarvan; 2. ten aanzien van [gedaagde 4] (gedaagde sub 4): - veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 172.504,80, te vermeerderen met een rente van 5,4% vanaf 21 september 2020 tot aan de dag van algehele betaling; met bepaling dat, voor zover de hoofdsom en/of voor bepaalde data in rekening gebrachte rente door één van de gedaagden wordt voldaan (via vordering 1 dan wel 2), de andere gedaagden daarvoor niet meer kunnen worden aangesproken; 3. ten aanzien van de Notaris en [gedaagde 4] (gedaagden sub 1 tot en met 4): veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 2.500,09; veroordeelt tot betaling van de kosten van de procedure. 3.2. De Notaris concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Van der Wal in de kosten van de procedure, te vermeerderen met een bedrag voor nakosten ad € 157,00, dan wel, indien betekening van het vonnis plaats vindt, ad € 239,00, alsmede de wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis daaraan wordt voldaan, zulks voor wat betreft de gevorderde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. 3.3. [gedaagde 4] concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Van der Wal in de kosten van de procedure alsmede de nakosten als deze gemaakt moeten worden, onder bepaling dat, indien de gedingkosten (inclusief eventuele nakosten) niet binnen 14 dagen na de dag waarop het vonnis is gewezen aan [gedaagde 4] zijn voldaan, daarover vanaf de 14e dag wettelijke rente verschuldigd is. in reconventie 3.4. [gedaagde 4] vordert dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. Van der Wal veroordeelt om aan [gedaagde 4] te betalen: een bedrag van € 28.919,06, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover, te rekenen vanaf 16 december 2019, althans 8 juli 2020, althans 15 december 2020, tot aan de dag van algehele voldoening; een bedrag van € 176.561,88, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover, te rekenen vanaf 16 december 2019, althans 8 juli 2020, althans 15 december 2020, tot aan de dag van algehele voldoening; een bedrag van € 28.340,00 (ex p.m.), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover, te rekenen vanaf 16 december 2019, althans 8 juli 2020, althans 15 december 2020, tot aan de dag van algehele voldoening; e wettelijke incassokosten over de onder a, b en c genoemde bedragen, begroot op een bedrag van € 2.944,10; althans Van der Wal in lijn daarmee veroordeelt tot zodanige bedragen aan [gedaagde 4] , vermeerderd met zodanige rente en met zodanige buitengerechtelijke incassokosten als de rechtbank geraden acht; 2. Van der Wal veroordeelt om uiterlijk binnen drie werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis de notaris te instrueren om het bedrag van in hoofdsom € 166.666,66 dat thans op haar kwaliteitsrekening staat – zonder inhouding, verrekening of opschorting uit welke hoofde dan ook – uit te betalen aan [gedaagde 4] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag (een gedeelte van een dag daaronder begrepen) dat niet aan dit bevel, of een onderdeel daarvan, wordt voldaan; 3. Van der Wal veroordeelt in de kosten van de procedure alsmede de nakosten als deze gemaakt moeten worden, onder bepaling dat, indien de gedingkosten (inclusief eventuele nakosten) niet binnen 14 dagen na de dag waarop het vonnis is gewezen aan [gedaagde 4] zijn voldaan, daarover vanaf de 14e dag wettelijke rente verschuldigd is. 3.5. Van der Wal heeft nog niet gereageerd op de eis in reconventie. 4De vorderingen in het incident ex artikel 843a Rv 4.1. [gedaagde 4] vordert dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: Van der Wal beveelt om binnen 5 werkdagen na betekening van het vonnis in incident afschriften te verstrekken aan [gedaagde 4] van: alle facturen van derden aan Van der Wal die betrekking hebben op het project Nieuwbouw Gaz de France Den Helder, zo mogelijk gegroepeerd per calculatiecode, althans per calculatiepost, zoals blijkt uit de door [gedaagde 4] als productie 1 overgelegde calculatie; alle betaalbewijzen van de onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.