RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8026693 \ CV EXPL 19-13391 Uitspraakdatum: 10 februari 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1] 2. [passagier sub 2] 3. [passagier sub 3] ,pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor zijn minderjarig kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] allen wonende te [woonplaats] eisers hierna te noemen: de passagiers gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. M.J.R. Hannink (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse rechtspersoon Austrian Airlines A.G. gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C. Douma 1Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 30 april 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. Op 13 januari 2021 heeft een getuigenverhoor en een zitting plaatsgevonden. Voorafgaand aan de zitting hebben de passagiers nog stukken toegezonden. De pleitaantekening van de passagiers is aan het procesdossier toegevoegd. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben via het reisbureau RA Travel (hierna te noemen: het reisbureau) een vlucht geboekt van Amsterdam naar Cairo (Egypte) via Wenen op 22 juli 2017. De vlucht zou worden uitgevoerd door de vervoerder. 2.2. De vlucht van de passagiers is geannuleerd. De passagiers zijn door het reisbureau omgeboekt naar alternatieve vluchten van luchtvaartmaatschappij Lufthansa op 21 juli 2017. 2.3. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met de annulering van hun oorspronkelijke vlucht. 2.4. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 2.5. Passagier sub 3 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens haar minderjarige kinderen te voeren. 3De vordering 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 363,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2017 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Aangezien de passagiers pas op 11 juli 2017 zijn geïnformeerd over de annulering van hun vlucht. 4Het verweer 4.1. De vervoerder betwist de vordering. Op het verweer van de vervoerder wordt bij de beoordeling ingegaan. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.2. In deze zaak speelt de vraag of de passagiers door de vervoerder tijdig zijn ingelicht over de annulering van de vlucht. De vervoerder voert aan dat de passagiers reeds op 4 juli 2017 zijn geïnformeerd over de annulering van de vlucht en dat hen op 5 juli 2017 een alternatieve vlucht is aangeboden. De passagiers betwisten het voorgaande en stellen dat zij pas vanaf 11 juli 2017 zijn geïnformeerd over de annulering van de vlucht. 5.3. De kantonrechter stelt voorop dat ingevolge artikel 5 lid 4 van de Verordening de bewijslast inzake het al of niet melden van de annulering van de vlucht van de passagiers en het tijdstip waarop dat is geschied, bij de vervoerder ligt. 5.4. Vast staat dat de vlucht van 22 juli 2017 van Amsterdam naar Cairo is geannuleerd. Artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening luidt als volgt: “In geval van annulering van een vlucht:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.