vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/287727 / HA ZA 19-294 Vonnis van 17 februari 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STRUCTAL FRIESLAND B.V., gevestigd te Franeker, gemeente Waadhoeke, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A. van Reek te Amsterdam, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf gedaagde], wonende te Den Burg, gemeente Texel, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. N.Y. Bakker te Amstelveen. Eiseres in conventie, verweerster in reconventie zal hierna Structal genoemd worden. Gedaagde in conventie, eiser in reconventie zal hierna [gedaagde] of [bedrijf gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 28 oktober 2020, de akte uitlaten na tussenvonnis tevens overlegging producties met producties van Structal en de antwoordakte met producties van [bedrijf gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie en in reconventie 2.1. Bij tussenvonnis van 28 oktober 2020 heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor een akte met nadere onderbouwing van de facturen door Structal (en daarna een antwoordakte van [bedrijf gedaagde] ). 2.2. Structal heeft bij akte haar standpunten in conventie en reconventie nader toegelicht. Kort gezegd heeft zij gesteld dat de werklijst niet leidend was, de omvang van het project vooraf onduidelijk was, [bedrijf gedaagde] zelf verantwoordelijk was voor de keur en [bedrijf gedaagde] op de hoogte was van alle werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende kosten. Een bedrag van € 79.777,66 is in rekening gebracht voor werkzaamheden die onvoorzien waren en dus niet op de werklijst stonden, maar wel in opdracht van [bedrijf gedaagde] zijn verricht. Vanwege het voorgaande heeft Structal de rechtbank verzocht terug te komen op de overwegingen 4.3 tot en met 4.8 in het tussenvonnis van 28 oktober 2020. Ook heeft Structal facturen overgelegd die eerder nog niet overgelegd waren (productie 57 tot en met 61) en heeft zij een overzicht overgelegd ter nadere onderbouwing van haar facturen (productie 62). Ten slotte heeft zij in grote lijnen het verloop van het project weergegeven. 2.3. [bedrijf gedaagde] heeft – kort gezegd – het volgende aangevoerd in zijn antwoordakte. Structal had de toelichting op haar standpunten in conventie en reconventie eerder moeten aanvoeren. Het is nog steeds niet duidelijk welke kosten Structal bij [bedrijf gedaagde] in rekening heeft gebracht voor de werkzaamheden rondom het elektrische systeem en of die werkzaamheden vallen onder de posten op de werklijst. Bovendien is het door Structal opgestelde overzicht inhoudelijk niet juist. Zo ontbreken bijvoorbeeld onderliggende facturen, staan in het overzicht facturen die [bedrijf gedaagde] zelf betaald heeft, wordt verwezen naar nummers die niet in de werklijst staan en zijn door Structal aan [bedrijf gedaagde] taken toegekend die partijen niet zijn overeengekomen. Structal heeft de van belang zijnde feiten niet volledig en naar waarheid aangevoerd en heeft daarmee gehandeld in strijd met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [bedrijf gedaagde] heeft ten slotte voorgesteld om [xxx] de benoemen tot deskundige, als een deskundigenonderzoek nodig is. 2.4. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank verwerpt het standpunt van [bedrijf gedaagde] dat Structal in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld. De rechtbank ziet het door Structal overgelegde overzicht (productie 62) en de toelichting daarop namelijk als nadere onderbouwing van de facturen zoals door de rechtbank gevraagd in het laatste tussenvonnis. In het laatste tussenvonnis heeft de rechtbank – kort gezegd – overwogen dat de vraag was welke kosten Structal bij [bedrijf gedaagde] in rekening had gebracht voor de werkzaamheden rondom het elektrisch systeem en of die werkzaamheden onder de posten van de werklijst vielen. De rechtbank kon dit niet afleiden uit de door Structal overgelegde facturen en bijbehorende specificaties in vergelijking met de werklijst. Daardoor was niet vast te stellen of de kosten al dan niet terecht in rekening waren gebracht. De rechtbank was daarom van oordeel dat de verschuldigdheid van de facturen per kostenpost “regie” uit de werklijst nagelopen moest worden. Per kostenpost zou in de facturen gekeken moet worden welke werkzaamheden waren overeengekomen in de werklijst en tegen welk bedrag. Om te beoordelen of voor de werkzaamheden in regie een reëel bedrag in rekening was gebracht, vond de rechtbank een deskundigenonderzoek nodig. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk deskundigenonderzoek nog steeds nodig is. Weliswaar heeft Structal een overzicht overgelegd waarbij zij een verbinding heeft gemaakt tussen haar facturen en de werklijst, maar [bedrijf gedaagde] heeft dit overzicht en de toelichting daarop concreet en gemotiveerd per punt en per factuur betwist. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen welke werkzaamheden uit de facturen zijn overeengekomen in de werklijst en of daarvoor een redelijk bedrag in rekening is gebracht door Structal. Hiervoor is nader onderzoek door een deskundige nodig. Het (herhaalde) standpunt van Structal dat niet uitgegaan moet worden van (de bedragen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.