vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/292812 / HA ZA 19-557 Vonnis van 17 februari 2021 in de zaak van de rechtspersoon naar Chinees recht CHAOZHOU YONGSHENG CERAMICS MANUFACTURING CO LTD., gevestigd te Fengshi Chaozhou, China, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.G.M. van der Pas te Ulvenhout, tegen [gedaagde/eiser] , wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. T. Welschen en mr. H. Pleiter te Amsterdam. Partijen zullen hierna Chaozhou en [gedaagde/eiser] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 18 december 2019. het proces-verbaal van comparitie van 1 februari 2021. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Chaozhou drijft een onderneming in China die zich bezig houdt met de vervaardiging van en handel in keramiek en aanverwante producten. Eigenaar van deze onderneming is de heer [A.], woonachtig in [woonplaats]. 2.2. [gedaagde/eiser] is ongeveer 25 jaar actief in de handel in woninginrichting, meer in het bijzonder in de import en verkoop van keramiek en aanverwante artikelen. Tot in januari 2014 was [gedaagde/eiser] als eenmanszaak actief en vanaf januari 2014 heeft hij zijn activiteiten geruisloos ingebracht in Blom Beheer B.V. (hierna: Blom Beheer) met een daaropvolgende doorzakking sinds 31 maart 2015 naar de dochteronderneming Blom Homedecoratie B.V. Sinds 31 maart 2015 is [B.] (hierna: de dochter van [gedaagde/eiser]), naast Blom Beheer, de bestuurder van Blom Decoratie. Sinds deze datum is [gedaagde/eiser] bestuurder en enig aandeelhouder van Blom Beheer. 2.3. Tussen [gedaagde/eiser], eerst in de vorm van zijn eenmanszaak en later via Blom Homedecoratie B.V., en Chaozhou bestaat al zeer geruime tijd een handelsrelatie. Vanwege de culturele verschillen en het feit dat [gedaagde/eiser] en [A.] elkaar niet konden verstaan fungeerde de heer [C.] (hierna: [C.]) lange tijd, al dan niet via Asia Trading B.V., als tolk en tussenpersoon tussen Chaozhou en [gedaagde/eiser]. Partijen verschillen van mening over de vraag wie als opdrachtgever van [C.] had te gelden. [C.] was ook verantwoordelijk voor de betalingen van [gedaagde/eiser] aan Chaozhou, die [C.] via Asia Trading B.V. verrichte. 2.4. Chaozhou stelde (veelal) maandelijks overzichten op, die unpaid balance statements worden genoemd. Hierop staat wat er die maand aan bestellingen is geplaatst (het totaalbedrag), wat er die maand als betaald is afgeboekt en wat volgens Chaozhou nog verschuldigd is. De bedragen van de opvolgende statements sluiten op elkaar aan. De statements vermelden de bedragen zowel in Amerikaanse dollars als in Chinese Renminbi, alsmede de daarbij gehanteerde koers. De unpaid balance statement werden tot de oprichting van Blom Homedecoratie B.V. op naam gesteld van [gedaagde/eiser]. Na oprichting van Blom Homedecoratie werden niet alleen de facturen maar ook de unpaid balance statements door Chaozhou op naam gesteld van Blom Homedecoratie B.V. 2.5. Op 12 juni 2017 is de unpaid balance statement over de maand mei 2017 ondertekend door Blom Homedecoratie B.V. (door zowel de dochter van [gedaagde/eiser] als [gedaagde/eiser] zelf). Hierop staat een door Blom Homedecoratie B.V. te betalen eindbedrag van € 835.686,75. 2.6. Chaozhou heeft in een eerdere procedure bij deze rechtbank in reconventie een vordering ingesteld tegen Blom Homedecoratie B.V. Deze procedure heeft geleid tot het vonnis van 24 april 2019 (zaaknummer C/15/274769/ HA ZA 18-386) (hierna: het vonnis van 24 april 2019), waarbij de door Chaozhou gevorderde hoofdsom van € 835.731,75 op Blom Homedecoratie B.V. is toegewezen. Chaozhou had aan die vordering ten grondslag gelegd dat de ondertekening van de unpaid balance statement een erkenning door Blom Homedecoratie B.V. inhoudt van het door haar aan Chaozhou verschuldigde bedrag dat zij in rechte als hoofdsom vorderde. 2.7. Op 13 mei 2019 heeft Chaozhou het vonnis van 24 april 2019 aan Blom Homedecoratie B.V. betekend waarbij haar is aangezegd dat het gehele bedrag (inclusief rente en kosten) diende te worden voldaan. 2.8. Op 17 mei 2019 is executoriaal beslag gelegd op de handelsvoorraad van Blom Homedecoratie B.V. Op 28 juni 2019 heeft een executieveiling plaatsgevonden. Niet de gehele vordering uit hoofde van het vonnis van 24 april 2019 kon op Blom Homedecoratie B.V. worden geïncasseerd. 2.9. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 24 april 2019. Chaozhou heeft daartegen als grief ingesteld dat hij een gemaakte fout wenst te herstellen en de eis op Blom Homedecoratie B.V. wenst te verminderen. 2.10. Op 27 juni 2019 heeft Chaozhou, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 juni 2019, conservatoir beslag gelegd ten laste van [gedaagde/eiser]. 3Het geschil in conventie 3.1. Chaozhou vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: [gedaagde/eiser] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Chaozhou te betalen de openstaande hoofdsom van $ 582.724,16, te vermeerderen primair met de wettelijke handelsrente subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, onder veroordeling van [gedaagde/eiser] in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen die van het gelegde beslag. 3.2. Chaozhou stelt, samengevat en voor zover van belang, dat - tot aan de oprichting van Blom Homedecoratie B.V. op 31 maart 2015 - een bedrag van € 582.724,16 aan facturen onbetaald is gebleven. [gedaagde/eiser], nu middellijk aandeelhouder van Blom Homedecoratie B.V., was voordien tot 31 maart 2015 haar contractspartij. Chaozhou stelt zich op het standpunt dat zij gerechtigd is om van [gedaagde/eiser] betaling te verlangen ten aanzien van prestaties die hebben plaatsgevonden tot aan 31 maart 2015 en dat zij voor prestaties vanaf deze datum Blom Homedecoratie B.V. tot betaling kan aanspreken. 3.3. [gedaagde/eiser] voert, samengevat en voor zover van belang, het volgende verweer. Het griffiedossier bevat stukken die niet met [gedaagde/eiser] zijn gedeeld, hetgeen een schending inhoudt van de artikelen 84 en 85 Rv. Daarnaast wordt in de dagvaarding geheel niet naar de producties verwezen, althans niet op zodanige wijze dat daarmee aan de wegwijsplicht wordt voldaan. In dit kader beroept [gedaagde/eiser] zich op artikel 22b Rv. [gedaagde/eiser] stelt voorts dat er sprake is van schuldoverneming door Blom Homedecoratie B.V., welke schuldoverneming door Chaozhou is geaccepteerd door vanaf 31 maart 2015 de unpaid balance statements op naam van Blom Homedecoratie B.V. te zetten. De toestemming van Chaozhou volgt volgens [gedaagde/eiser] ook uit het feit dat zij vanaf die datum alleen nog maar zaken heeft gedaan met Blom Homedecoratie en [gedaagde/eiser] nooit zelfstandig heeft aangesproken op enige schuld. [gedaagde/eiser] wijst er voorts op dat de betalingen die door Blom Homedecoratie B.V. werden gedaan ook door Chaozhou in mindering werden gebracht op de oudst openstaande schuld, die dus was ontstaan in de periode dat Chaozhou handelde met de eenmanszaak van [gedaagde/eiser]. Ook de rechtbank stelt in het vonnis van 24 april 2019 (r.o. 5.25) vast dat de betalingen eerst in mindering strekten op de oudste schuld. [gedaagde/eiser] mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de verklaringen van Chaozhou (de unpaid balance statements op naam van Blom Homedecoratie B.V.) overeenstemden met haar wil. Subsidiair betwist [gedaagde/eiser] de vordering van Chaozhou wegens het niet voldoen aan de stelplicht. Het bedrag van € 582.724,16 komt uit de lucht vallen, te meer nu [gedaagde/eiser] niet beschikt over de producties en iedere berekening van de vordering in de dagvaarding ontbreekt. Daarbij speelt een rol dat elke schuld van [gedaagde/eiser] aan Chaozhou reeds in mei 2017 moet worden geacht door Blom Homedecoratie B.V. te zijn voldaan, nu ervan moet worden uitgegaan dat de betalingen aan Chaozhou (onder meer gedaan via [C.]) steeds in mindering strekten op de oudst openstaande factuur. Het kan dan ook niet anders dan dat elke schuld van [gedaagde/eiser] reeds in mei 2017 volledig door Blom Homedecoratie B.V. was voldaan (hierna: het rekenkundige verweer). Ter onderbouwing legt [gedaagde/eiser] facturen over van Chaozhou aan Blom Homedecoratie B.V. met een datum na 31 maart 2015 en voor mei 2017, die een totale waarde vertegenwoordigen groter dan het bedrag waartoe Blom Homedecoratie bij vonnis van 24 april 2019 is veroordeeld, te weten € 835.686,75. Dat betekent dat elke vermeende schuld van [gedaagde/eiser] in maart 2015 dus in mei 2017 reeds was ingelost, nu de unpaid balance statement uit 2017 (waarop de veroordeling in het vonnis van 24 april 2017 is gebaseerd) uitsluitend ziet op genoemde overgelegde facturen met een datum na 31 maart 2015 en voor mei 2017. Tenslotte doet [gedaagde/eiser] ook nog een beroep op rechtsverwerking, verjaring en de redelijkheid en billijkheid. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [gedaagde/eiser] vordert – samengevat – bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: de door Chaozhou gelegde conservatoire beslagen op (het onverdeelde aandeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.