RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8594154 \ CV EXPL 20-5333 Uitspraakdatum: 31 maart 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1]
- [passagier sub 2] beiden wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R.D. Cicilia (Flight Claim) tegen de buitenlandse rechtspersoon Emirates statutair gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. M. Lustenhouwer 1Het procesverloop 1.
- De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 juli 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 1.
- De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, heeft op 28 mei 2020 een vonnis gewezen waarin zij zich onbevoegd verklaarden om van de vordering kennis te nemen en hebben de zaak doorverwezen naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) op 28 februari 2019, hierna: de vlucht. 2.
- De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen. 2.
- De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
- De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 juli 2019;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. 4Het verweer 4.
- De vervoerder betwist de vordering en doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Zij voert aan dat de vertraging van de vlucht met name te wijten valt aan slechte weersomstandigheden rond de luchthaven van bestemming alsmede beslissingen vanuit de luchtverkeersleiding ten gevolge van deze weersomstandigheden. De vervoerder voert voorts aan dat zij alle redelijke maatregelen heeft getroffen ter beperking of voorkoming van de vertraging. De vervoerder betwist tevens buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn. 4.
- Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil nader ingegaan. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- Vast staat dat de vlucht van de passagiers vertraagd is uitgevoerd en zij later dan drie uur op de eindbestemming zijn gearriveerd. Daardoor geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder, tenzij zij zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, sub c onder i, ii of iii van de Verordening. Daarnaast hoeft zij niet aan de compensatieplicht te voldoen indien zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden. 5.
- De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden; de vertraging is het gevolg van een samenloop van omstandigheden veroorzaakt door slechte weersomstandigheden. De luchthaven te Dubai had te kampen met zware windstoten en onweersbuien ten tijde van de oorspronkelijk geplande landingstijd. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder METAR-data overgelegd. De slechte weersomstandigheden zijn door de passagiers niet betwist. Ten tijde van de geplande landingstijd was vanuit de luchtverkeersleiding te Dubai een stop afgekondigd op al het binnenkomend en vertrekkend vliegverkeer. Het toestel is daarom in een wachtcircuit geplaatst, wachtend op toestemming van de luchtverkeersleiding om te landen. Na onbepaalde tijd wachten op toestemming van de luchtverkeersleiding om te landen is het toestel uitgeweken naar een andere luchthaven om daar te wachten op verbeterde weersomstandigheden op de luchthaven van bestemming. Voorgaande blijkt uit door de vervoerder overgelegde screenshots van communicatie vanuit de luchthaven en een dagrapport van de vervoerder. De passagiers hebben het voorgaande betwist en stellen dat de door de vervoerder geschetste situatie geen buitengewone omstandigheid oplevert, aangezien de hiervoor besproken restricties algemeen van aard zijn. Er is geen sprake van een specifieke beperking voor het specifieke toestel, aldus de passagiers, en kan derhalve niet als buitengewone omstandigheid gekwalificeerd worden. Deze stelling van de passagiers wordt niet gevolgd. De vervoerder heeft aangetoond dat het toestel in eerste instantie geen toestemming van de luchtverkeersleiding kreeg om te landen. Dat is een beperking van de luchtverkeersleiding, opgelegd aan het specifieke toestel. De restricties op de luchthaven ten gevolge van de slechte weersomstandigheden hadden evident gevolgen voor de vlucht in kwestie; omdat vluchten omwille de vliegveiligheid tijdelijk niet mochten landen of vertrekken op de luchthaven te Dubai, bleef toestemming om te landen uit. De vlucht kreeg vanuit de luchtverkeersleiding de opdracht om in een wachtcircuit te vliegen, hetgeen eveneens een beslissing is vanuit de luchtverkeersleiding opgelegd aan een specifiek toestel. De vervoerder kan hier rekening mee houden noch er invloed op uitoefenen. Het toestel kan immers niet alsnog, zonder toestemming, op de luchthaven landen. Het voorgaande kwalificeert derhalve als een buitengewone omstandigheid. De vertraging van de vlucht is een direct gevolg van de buitengewone omstandigheid; de vlucht heeft moeten uitwijken naar een andere luchthaven en daar moeten wachten tot de weersomstandigheden een landing te Dubai toestonden. Met 3 uur en 16 minuten vertraging is de vlucht daar uiteindelijk geland. Door deze vertraging hebben de passagiers hun aansluitende vlucht gemist. De vertraging van de passagiers op de eindbestemming is daarmee het gevolg van de buitengewone omstandigheid. 5.
- Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Te Dubai geldt een minimum overstaptijd van 60 minuten. Bovenop deze minimum overstaptijd was een buffer van 2 uur en 20 minuten ingepland. Dat is ruim voldoende om vertragingen op te vangen. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht. 5.
- De conclusie is dat de vordering van de passagiers tot betaling van de compensatievergoeding zal worden afgewezen. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- wijst het verzochte af; 6.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 374,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 93,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; 6.
- verklaart deze beschikking, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter