← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:2962

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8138341 / CV EXPL 19-16917 Uitspraakdatum: 17 maart 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1]

  1. [passagier sub 2] beiden wonende te [woonplaats] (Denemarken) eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Corendon Dutch Airlines BV gevestigd te Lijnden gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. S.G. Basarat 1Het procesverloop 1.
  2. De passagiers hebben bij dagvaarding van 30 september 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  3. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Ibiza (Spanje) op 3 juni 2019 (hierna: de vlucht). 2.
  5. De vlucht is vertraagd uitgevoerd en de passagiers zijn meer dan drie uur later op hun eindbestemming aangekomen. 2.
  6. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
  7. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering en het verweer 3.
  8. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
  9. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. 3.
  10. De vervoerder betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. De vervoerder voert als primair en meest verstrekkend verweer onder meer aan dat de passagiers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering aangezien zij hun vordering aan Airhelp hebben gecedeerd en derhalve niet meer gerechtigd zijn om zelf een vordering in te stellen tegen de vervoerder. Zij voert verder aan dat in de correspondentie voorafgaand aan de dagvaarding gesteld is dat de vordering middels een ‘Assignment Form’ is overgedragen aan Airhelp. De vervoerder heeft dit verweer bij wijze van aanvullend verweer eerst bij conclusie van dupliek gevoerd. Daarom dient de kantonrechter te beoordelen of dit verweer al dan niet als in strijd met de eis van concentratie van verweer (artikel 128 lid 3 Rv) moet worden gepasseerd. 4.
  13. Ter onderbouwing van het aanvullend verweer heeft de vervoerder de ‘Assignment forms’ van de passagiers overgelegd (productie 1 conclusie van dupliek). In meerdere vergelijkbare zaken eerder, onder andere op 25 september 2019 (ECLI:NL:RBNHO:2019:8072) is geoordeeld dat het assignmentformulier zoals door Airhelp wordt gebruikt, kwalificeert als een akte van cessie waarmee de vordering door de passagiers in eigendom wordt overgedragen aan Airhelp. Door het ondertekenen van het assignmentformulier zijn de passagiers niet langer bevoegd zelf over het gepretendeerde vorderingsrecht te beschikken. De vervoerder kan zich er dan ook niet op beroepen dat zij in haar conclusie van antwoord van 19 februari 2020 nog niet bekend was met hetgeen in voorgenoemde vonnissen is overwogen. Daarentegen is de kantonrechter van oordeel dat niet zonder meer voorbij kan worden gegaan aan het gemotiveerde verweer dat de passagiers niet meer beschikken over het gepretendeerde vorderingsrecht. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de passagiers bij dagvaarding hebben gesteld dat Airhelp namens de passagiers compensatie heeft gevorderd, dat de gemachtigde namens Airhelp de vervoerder schriftelijk heeft aangemaand en dat de vervoerder de, door de passagiers ondertekende, assignment formulieren heeft overgelegd. De passagiers hebben ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet gereageerd op de bij dupliek bijgevoegde assignment formulieren. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Aangezien niet is gebleken dat de passagiers over het gepretendeerde vorderingsrecht beschikkingen worden zij dan ook niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. 4.
  14. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers worden veroordeeld in de kosten van de procedure. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  15. verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering; 5.
  16. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; 5.
  17. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.