RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8125262 \ CV EXPL 19-16512 Uitspraakdatum: 14 april 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1] 2. [passagier sub 2] beiden wonende te [woonplaats] eisers hierna te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Ukraine International Airlines gevestigd te Kiev (Oekraïne), mede kantoorhoudende te Amsterdam gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: P. Shyshkin 1Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 17 oktober 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd. De vervoerder heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, de vervoerder niet meer gereageerd. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op 4 december 2018 zou vervoeren van Amsterdam naar Kiev en aansluitend van Kiev naar Chisinau (Moldavië) . 2.2. De vervoerder heeft de vlucht van Amsterdam naar Kiev vertraagd uitgevoerd. 2.3. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.4. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.1. De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 120,00, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. De passagiers zien af van hun vordering tot compensatie, omdat niet langer in geschil is dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). 3.3. De passagiers handhaven echter hun vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Daartoe stellen de passagiers dat de vervoerder de passagiers nodeloos heeft gedwongen tot een procedure. Indien de vervoerder bij het eerste verzoek, of bij één van de latere verzoeken van de gemachtigde van de passagiers tot betaling van compensatie haar verweer deugdelijk met documenten had onderbouwd, dan was deze procedure voorkomen. De vervoerder beschikte wel over deze documenten, maar besloot om ze pas over te leggen nadat zij was gedagvaard. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De passagiers hebben bij conclusie van repliek erkend dat de vertraging van hun vlucht het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid, reden waarom zij hun eis met betrekking tot de hoofdsom hebben ingetrokken. De passagiers vorderen alsnog de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente, omdat de passagiers menen dat het een processuele keuze van de luchtvaartmaatschappij is om pas in deze fase te voldoen aan haar wettelijke bewijsplicht. 4.3. De passagiers vorderen € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag is berekend naar aanleiding van de bij dagvaarding gevorderde hoofdsom van € 800,00. Volgens vaste rechtspraak is voor vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), vereist dat:(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.