RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8993812 \ AO VERZ 21-14 Uitspraakdatum: 6 april 2021 Beschikking in de zaak van: [werknemer] , wonende te De [woonplaats] verzoekende partij verder te noemen: [werknemer] gemachtigden: mr. L. Uilenbroek en mr. M. Ledesma Marin tegen PMT Cargo Security B.V., gevestigd te Schiphol-Rijk verwerende partij verder te noemen: PMT gemachtigde: mr. W.E. van Engelenhoven de zaak in het kort Werkgever is een onderneming in de luchtvaartbeveiligingsbranche. Werknemer was als planner werkzaam bij de afdeling vrachtcontrole. Op zaterdag 21 november 2020 is een vracht van een klant niet volledig door de X-Ray gegaan en heeft een collega van werknemer, die in opleiding was, de vracht op naam van werknemer afgetekend. Werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij volgens zijn werkgever, die betreffende collega de opdracht heeft gegeven om een niet volledig gecontroleerde vracht te controleren. Werknemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het vaker gebeurde dat werknemers die daartoe niet bevoegd waren, vrachten controleerden en/of veiligheidsverklaringen tekenden, en dat werkgever daarvan op de hoogte was. Dat maakt dat er geen sprake is van een dringende reden en dat het voorwaardelijke tegenverzoek om ontbinding ook wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.1. [werknemer] heeft een verzoek gedaan, primair om een ontslag op staande voet te vernietigen, en subsidiair om toekenning van onder meer een billijke vergoeding. Beide verzoeken kennen dezelfde grondslag, zodat, nu [werknemer] te kennen heeft gegeven bij zijn primaire verzoek te blijven, uitsluitend op dat verzoek en de daarbij behorende nevenverzoeken van [werknemer] zal worden beslist. 1.2. Ook is een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening te treffen. PMT heeft een verweerschrift en een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend. 1.3. Op 9 maart 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [werknemer] heeft ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft [werknemer] bij e-mail van 4 maart 2021 nog stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. PMT biedt gespecialiseerde diensten aan op het gebied van luchtvaartbeveiliging, op en rondom luchthavens in Nederland. PMT biedt diensten aan op het gebied van (onder andere) het bewaken van vliegtuigen, het controleren van vracht, advisering omtrent veiligheid en het verzorgen van opleidingen voor de luchtvaartbranche. 2.2. [werknemer] , geboren [in 1992] (28 jaar), is op 18 juli 2016 in dienst getreden bij PMT als Controleur Luchtvracht/Hondengeleider. Bij arbeidsovereenkomst van 1 februari 2017 is de functie van [werknemer] gewijzigd in de functie Beveiliger/Hondengeleider. Per 27 juni 2019 is de functie van [werknemer] gewijzigd in Hondengeleider/Beveiliger/X-Ray Controleur/Assistent Operations. Bij brief van 20 mei 2020 heeft PMT [werknemer] geschreven: ‘In aanvulling van jouw arbeidsovereenkomst d.d. 1 februari 2018 hebben we in overleg jouw artikel 2.1 aangepast. Jouw functie wordt met ingang van datum 19 mei jl. aangepast naar de functie Planner/Security. Daarmee komt jouw oude functie Hondengeleider/Beveiliger te vervallen.’ 2.3. Het laatstverdiende salaris bedraagt € 2.265,82 bruto per vier weken, te vermeerderen met vakantiegeld en overige emolumenten waaronder vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. De gemiddelde overwerkvergoeding bedroeg € 477,65 bruto per maand. Daarnaast ontving [werknemer] onregelmatigheidstoeslag en een consignatievergoeding. 2.4. Op 5 juni 2020 heeft PMT onder andere aan [werknemer] de volgende e-mail gestuurd: ‘Hier een mededeling van zeer belangrijke aard, er zijn bepaalde zaken die zich hier binnen PMT/smartpoint afspelen. Ik ga niet zeggen welke zaken want die zijn onderhand wel bekent bij de meeste mensen. In ieder geval wil ik aangeven dat bij malversatie er opgetreden zal gaan worden, en ik verander niet de regels maar WE gaan wel de regels die er zijn goed hanteren en opvolgen.Het afgeven van een veiligheid verklaring zonder daadwerkelijk gesnuffeld te hebben of door de X-ray gehaald te zijn is een DOODZONDE!!Bij deze wil ik aangeven dat bij constatering van bovenstaande er op staande voet ontslag zal volgen, hier is verder geen discussie meer over mogelijk.’ PMT heeft [werknemer] gevraagd deze e-mail door te sturen naar werknemers waarvan zij geen e-mailadres had. 2.5. Bij e-mail van 27 september 2020 heeft [werknemer] aan zijn leidinggevende geschreven: ‘Kunnen we er aub voor zorgen dat we geleidelijk aan gaan zorgen dat alle honden geleiders een x-ray cursus krijgen?Het komt in het weekend steeds meer voor dat we mensen extra moeten gaan inzetten omdat de honden geleider geen x-ray heeft.’ 2.6. Op 21 november 2020 had [werknemer] consignatiedienst. Vanaf 13.00 uur was alleen [collega] (hierna: ‘ [collega] ’) ingeroosterd volgens het rooster van loonperiode 12. Op dat rooster staat alleen op (de meeste) doordeweekse dagen een X-Ray 2.7. Op 24 november 2020 heeft de Koninklijke Marechaussee aan PMT de volgende e-mail gestuurd: ‘We hebben de afgelopen dagen van verschillende entiteiten berichten ontvangen dat niet te screenen luchtvracht toch door PMT gescreend is of in zo’n korte tijd gescreend is dat dit dus niet (volledig) gescreend heeft kunnen worden. […] Graag krijg ik van u de X-ray beelden van bovenstaande zendingen.’ 2.8. Bij brief van 25 november 2020 heeft PMT [werknemer] op non actief gesteld. PMT heeft in die brief geschreven dat de Koninklijke Marechaussee heeft geconstateerd dat op het moment dat [werknemer] dienst had, een vracht veilig is verklaard zonder dat deze aan een X-Ray onderzoek was onderworpen. Verder schrijft PMT: ‘U heeft verklaard dat het inderdaad juist is dat niet alle zendingen aan een onderzoek zijn onderworpen. Als reden hiervoor gaf u aan dat de personeelsbezetting in het weekend al langere tijd een probleem is en u in het weekend ‘wel wat beters te doen heeft’. U ontkent echter dat de veiligheidsverklaringen, welke voorzien zijn van uw naam en handtekening, door uzelf zijn ondertekend. U geeft aan dat u alleen ter plaatse was om te helpen met de heftruck. De daadwerkelijke X-Ray controle en het afgeven van de veiligheidsverklaringen zouden door uw collega zijn gedaan.’ 2.9. Op 27 november 2020 is [werknemer] op staande voet ontslagen. Het ontslag is bij brief van dezelfde dag bevestigd. PMT schrijft in die brief: ‘Uit dit onderzoek is gebleken dat de 75 binnengekomen pallets die moesten worden gescreend niet allemaal aan een onderzoek zijn onderworpen. Er zijn echter wel veiligheidsverklaringen voor deze zendingen afgegeven. U heeft in het gesprek dat op 25 november heeft plaatsgevonden verklaard dat niet alle zendingen door de X-Ray zijn gegaan. Dit heeft u op 26 november nogmaals verklaard aan uw leidinggevende, [leidinggevende] . U heeft aangegeven dat u slechts 1 pallet door de X-Ray heeft gehaald. Inmiddels hebben wij ook de X-Ray beelden, die automatisch op de X-Ray worden bewaard, uitvoerig bekeken. Hieruit is duidelijk op te maken dat er 1 of hooguit een zeer beperkt aantal pallets door de X-Ray zijn gehaald. Bovenstaande handelwijze heeft de burgerluchtvaart ernstig in gevaar gebracht. Het op zorgvuldige wijze controleren van vracht is de kerntaak ons bedrijf en van uw functie. Ondanks dat u niet alle vracht, volgens de geldende regelgeving, gecontroleerd heeft, heeft u hiervan geen melding gemaakt. U heeft tegen uw collega, die op dat moment ook op dienst was en nog in opleiding is, gezegd dat zij de veiligheidsverklaringen onder uw naam kon aftekenen. Op basis van uw opleiding en ervaring als Controleur Luchtvracht had u moeten weten dat dergelijk handelen de veiligheid van de burgerluchtvaart ernstig in gevaar brengt.’ 2.10. Bij brieven van 3 en 9 december 2020 hebben de (toenmalige) gemachtigden van [werknemer] PMT verzocht het gegeven ontslag op staande voet in te trekken. Bij brieven van 4 en 14 december 2020 heeft PMT te kennen gegeven niet aan dat verzoek te voldoen. 2.11. Bij verklaring van 15 februari 2021 heeft [collega] een schriftelijke verklaring ondertekend over de gang van zaken op 21 november 2020. [collega] heeft onder andere verklaard: ‘Daarna zei hij (ktr: [werknemer] ) tegen mij dat ik de veiligheidsverklaringen kon aftekenen onder zijn naam en heeft hij de verdere afhandeling van de zending aan mij overgelaten. Ik heb de veiligheidsverklaringen vervolgens conform de instructies van de heer [werknemer] afgetekend onder zijn naam. Achteraf realiseer ik mij dat dit heel stom is geweest en ik deze instructies nooit had mogen opvolgen. Ik ben mij daar op dat moment onvoldoende bewust van geweest.’ 3Het verzoek 3.1. [werknemer] verzoekt de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening om PMT te veroordelen tot betaling van loon vanaf 27 november 2020 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal eindigen. Daarnaast verzoekt [werknemer] de kantonrechter om het ontslag op staande voet te vernietigen. Ten slotte verzoekt [werknemer] om PMT te verplichten om [werknemer] binnen 24 uur na betekening van de te wijzen beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag en om PMT te veroordelen tot doorbetaling van het gemiddeld salaris van 2020, te vermeerderen met de wettelijke verhoging. 3.2. Aan deze verzoeken legt [werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. In dat kader heeft [werknemer] aangevoerd dat het controleren van vracht geen onderdeel (meer) is van zijn functie en dat hij op 21 november 2020 ook niet de functie van X-Ray controleur heeft waargenomen. [werknemer] betwist daarnaast dat hij [collega] de opdracht heeft gegeven om veiligheidsverklaringen af te tekenen. 4Het verweer en het (voorwaardelijk) tegenverzoek 4.1. PMT verweert zich tegen het verzoek. Daartoe is – samengevat – het volgende aangevoerd. [werknemer] was verantwoordelijk voor de planning van de inzet van personeel op 21 november 2020. [werknemer] heeft na één van de pallets door de X-Ray te halen de verdere afhandeling aan de zending van [collega] overgelaten, terwijl hij wist dat [werknemer] daartoe niet bevoegd was. Ook heeft hij, zoals ook door [collega] verklaard, tegen haar gezegd dat ze de veiligheidsverklaringen onder zijn naam kon aftekenen. Ten slotte heeft [werknemer] geen melding gemaakt van deze gang van zaken of het niet beschikbaar zijn van (bevoegd) personeel om de screening uit te voeren. 4.2. [werknemer] was verantwoordelijk voor en bevoegd om de zending te screenen. Omdat hij dat niet gedaan heeft en geen melding van het niet screenen van de zending, is hij terecht op staande voet ontslagen. De verzochte voorlopige voorziening en het verzoek om vernietiging van het ontslag op staande voet moeten dan ook worden afgewezen. 4.3. Voor zover het ontslag op staande voet wordt vernietigd heeft PMT een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedaan. PMT heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinding wegens (primair) verwijtbaar handelen, (subsidiair) een verstoorde arbeidsverhouding en (meer subsidiair) andere omstandigheden die zodanig zijn dat van PMT in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [werknemer] heeft verwijtbaar gehandeld door de zending niet volgens de geldende regelgeving te (laten) controleren en daarvan geen melding te maken. Bovendien toont [werknemer] zich (nog steeds) onverschillig over de ernst en de impact van de situatie. Daardoor is ook het vertrouwen van PMT in [werknemer] onherstelbaar beschadigd en de arbeidsrelatie ernstig verstoord geraakt. Van PMT kan gelet op het handelen en de onverschillige houding van [werknemer] niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. PMT stelt dat herplaatsing niet in de rede ligt en dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zodat de arbeidsovereenkomst per direct moet worden ontbonden en [werknemer] geen aanspraak maakt op de wettelijke transitievergoeding. 5De beoordeling het verzoek 5.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of PMT moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon. 5.2. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Daarover wordt het volgende overwogen. 5.3. PMT heeft [werknemer] op 27 november 2020 op staande voet ontslagen omdat niet alle pallets die moesten worden gescreend aan een onderzoek zijn onderworpen, terwijl er voor die zending(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.